Over een koningin met een bord, een kerk op de Dam die al lang geen kerk meer was, en de vraag waarom wij pas boos worden als een ander ons lege huis betrekt.
Op woensdagavond 8 juli 2026 ging in Amsterdam de grootste Prideviering die Nederland ooit gezien heeft officieel van start. Niet op een plein, niet in een concertzaal. In De Nieuwe Kerk op de Dam.
Voor het eerst vond zo’n openingsceremonie in een kerkgebouw plaats. Gevraagd of dat bewust was, antwoordde een woordvoerder van de stichting die het gebouw beheert in het Reformatorisch Dagblad: “Ja, dit is een statement.” In de begeleidende teksten werd de kerk omschreven als een plek die lange tijd juist heeft uitgesloten.
Ruim twee weken later, zaterdag 25 juli, stond Koningin Máxima in het Vondelpark op het podium. Ze werd opgehaald met Dancing Queen van ABBA. Ze sprak het publiek toe: “Kunnen zijn wie jij bent en houden van wie jij wilt, dat is toch normaal?” Ze voegde eraan toe dat het helaas ook in Nederland niet vanzelfsprekend is. Ze bezocht de kraampjes, ze kreeg een medaille, en op de groepsfoto hield ze een kartonnen bord omhoog waarop stond: liefde kent geen grenzen.
Het Koninklijk Huis zette de beelden zelf online. Zo hoort het ook. Dit was geen privémoment.
En daarmee ligt er een vraag op tafel die veel christenen in dit land zich vandaag stellen, en die zij meestal niet hardop stellen omdat het niet netjes klinkt: is dit koningshuis niet christelijk, dan?
Het eerlijke antwoord op die vraag
Het antwoord is: half. En dat halve antwoord is pijnlijker dan een simpel nee.
De vorm is er nog. Elke Nederlandse wet begint met de woorden Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden. De Koning legde bij zijn inhuldiging in 2013 de eed af met de zin zo waarlijk helpe mij God almachtig. Hij is lid van de Protestantse Kerk. En op 2 februari 2002 werd zijn huwelijk met Máxima kerkelijk ingezegend door ds. Carel ter Linden en pater Braun.
Weet u waar? In De Nieuwe Kerk op de Dam.
Dezelfde ruimte. Vierentwintig jaar ertussen.
Dat is geen toeval en het is ook geen samenzwering. Het is gewoon hetzelfde gebouw, dat nu een nationale tentoonstellingsruimte is en beschikbaar voor wie het huurt. Maar het is wel de kortst mogelijke samenvatting van wat er in Nederland gebeurd is met de christelijke vorm: die staat er nog, hij is prachtig, en er is van alles in te doen.
Er is nog iets dat we eerlijk moeten benoemen, ook al maakt het de verontwaardiging een stuk lastiger. Volgens onze Grondwet is de Koning onschendbaar en zijn de ministers verantwoordelijk. Een openingshandeling van een staatshoofd is geen persoonlijke geloofsbelijdenis. Het is een handeling namens de Staat der Nederlanden, aangekondigd door de Rijksvoorlichtingsdienst, afgestemd met de regering. Wie hier boos wordt op één vrouw, richt zijn pijlen op de verkeerde. Zij deed wat een staatshoofd doet: zij liet zien wat dit land van zichzelf vindt.
Wat er die zaterdag zichtbaar werd, is niet dat de koningin iets vindt. Het is dat Nederland iets vindt, al vijfentwintig jaar, en dat het christelijke laagje op onze staatsvorm zo dun geworden is dat het er niets meer aan in de weg legt. Dat laagje was al dun voordat er ook maar één bord van karton werd opgetild.
Wie het huis leeg laat
En hier ligt volgens ons het punt waar de kerk in Nederland zichzelf een vraag moet stellen die niemand voor haar kan beantwoorden. De Nieuwe Kerk is geen kerk meer. Niet sinds deze zomer. Al decennia niet. Er wordt geen gemeente meer vergaderd, er wordt geen brood meer gebroken, er wordt niet meer wekelijks gepreekt. Het is een monument met een kassa. Dat is niet gebeurd doordat activisten het gebouw hebben ingenomen. Dat is gebeurd doordat wij weggingen.
Wij, de kerk in dit land, hebben in vijftig jaar tijd honderden van dit soort gebouwen achtergelaten. Ze werden appartementen, klimhallen, restaurants, boekhandels, en ja, tentoonstellingsruimtes. En nu, wanneer in zo’n gebouw iets wordt gevierd waar wij niet achter kunnen staan, zijn wij verontwaardigd.
Dat is niet helemaal eerlijk.
Wie zijn huis leeg achterlaat, moet niet raar opkijken als er iemand intrekt. En het antwoord op een leeg huis is geen boze brief aan de nieuwe bewoner. Het antwoord is de vraag waarom wij vertrokken zijn, en wat wij hebben nagelaten te zijn toen wij er nog woonden.
De aanklacht die wij niet mogen wegwuiven
Want er stond nog iets in die aankondiging, en dat is het onderdeel dat wij het liefst overslaan. De kerk als plaats van uitsluiting.
Op diezelfde openingsavond werd de Walk of Pride onthuld, een looproute van de Dam naar het Homomonument, met bronzen plaquettes voor mensen die iets betekend hebben voor de emancipatie. Een van die namen is Jillis Bruggeman. Hij was in 1803 de laatste persoon in Nederland die werd terechtgesteld voor sodomie. 1803… In een land waar de kerk de toon zette. Met teksten erbij.
Wij kunnen dat niet wegpoetsen door te zeggen dat het lang geleden is. En wij kunnen ook niet doen alsof het daarna helemaal goed ging. Er lopen in dit land mensen rond van vijfenveertig die op hun zestiende in een gemeentezaal te horen kregen wat zij waren, in het bijzijn van hun ouders, en die daarna nooit meer een kerk van binnen hebben gezien. Niemand van hen heeft ooit een brief gekregen.
Als de wereld ons voorhoudt dat de kerk heeft uitgesloten, is het eerlijke antwoord niet “welnee”. Het eerlijke antwoord is: op punten ja, en het spijt ons, en we hebben het niet eens gemerkt.
Petrus stond op een dak in Joppe en wist precies waar de grens lag tussen rein en onrein. Hij had er teksten voor. En toch kreeg hij te horen:
Wat God rein verklaard heeft, mag jij niet als verboden beschouwen.
Handelingen 10:15
Petrus had gelijk over zijn teksten. Hij had ongelijk over waar God bezig was. Die mogelijkheid mag ons blijven verontrusten, ook nu.
En toch: het bord zegt te weinig
Maar hier houdt het niet op, en dit is waar wij niet meegaan.
Een slogan is geen theologie. Een slogan is een zin die zo is gebouwd dat het denken erna kan stoppen. Liefde kent geen grenzen is zo’n zin, en hij is niet onwaar. Als christen kun je er nauwelijks tegenin. Wij zijn de mensen van de God die zo lief had dat Hij zijn Zoon gaf, van de Samaritaan die stopte bij de verkeerde man, van de Rabbi die at met tollenaars en van wie dat het eerste was wat de vromen over Hem zeiden.
Alleen: het bord vertelt niet wat liefde is.
In 1 Korinthe 13, het hoofdstuk dat op elke bruiloft voorbijkomt, is die liefde opvallend weinig vormloos. Zij is geduldig. Zij is niet grof. Zij zoekt zichzelf niet. En halverwege staat er een zin die op geen enkel spandoek past:
Zij verheugt zich niet over het onrecht, maar verheugt zich over de waarheid.
1 Korinthe 13:6
Liefde die zich nergens meer over kan verheugen omdat zij alles bij voorbaat al goedkeurt, is geen liefde meer. Zij is instemming. En instemming is goedkoop, want zij verwacht van niemand iets, ook niet van de ander. De liefde van Jezus was nooit instemming. Hij at met de tollenaar, en de tollenaar stond op van tafel als een ander mens. Hij ging tussen de vrouw en de stenen staan, en Hij was daarna nog niet klaar met haar. Er kwam nog een zin.
Dat is waar het bord tekortschiet. Niet omdat er te veel liefde in zit, maar te weinig. Een liefde die geen enkele verwachting van je heeft, heeft eigenlijk geen boodschap aan je.
En laten we in dezelfde ademtocht eerlijk zijn over onszelf, want wij hebben ook borden. Ze zijn niet van karton, ze zijn van tekstverwijzing. Ze werken precies hetzelfde: ze laten zien waar je staat, ze verzamelen de mensen die het al met je eens waren, en ze zorgen ervoor dat je niet hoeft na te denken over de persoon die voor je staat. De Bijbel is daar duidelijk over is net zo goed een zin die is ontworpen om een gesprek te beëindigen voordat het begonnen is.
Driehonderd jaar
Wat er is veranderd, is niet dat Nederland ineens iets vindt. Nederland vindt dit al een kwarteeuw, sinds die vier huwelijken in 2001 waarvan deze WorldPride het jubileum viert. Wat er is veranderd, is dat de kerk de toon niet meer zet. Niet in het paleis, niet in de politiek, niet op het plein, niet in het gebouw waar wij ooit trouwden en koningen inhuldigden.
Dat voelt als verlies, en dat is het ook. Maar het is niet de ramp waarvoor wij het houden. Het is namelijk exact de positie van het Nieuwe Testament. De eerste christenen leefden in een cultuur die op vrijwel elk punt anders dacht over seksualiteit, over geld, over macht, over wie er telde als mens. Zij hadden geen staatshoofd dat namens hen sprak. Zij hadden geen gebouwen.
Zij hebben die cultuur niet veranderd met verontwaardiging. Ze bleven bij zieken toen iedereen wegvluchtte. Ze haalden te vondeling gelegde kinderen van de vuilnisbelt. Ze aten met mensen met wie je niet at. Het duurde driehonderd jaar.
Wij willen het in één reactie onder een nieuwsbericht.
De derde rij
En dan is er nog iemand voor wie dit stuk geschreven is, en die waarschijnlijk niet doorheeft dat hij bedoeld wordt. In vrijwel elke gemeente in dit land zit iemand voor wie dit geen thema is maar een leven. Voor wie dit niet gaat over een koningin op een podium, maar over de reden dat er ’s nachts licht brandt op een slaapkamer. Iemand die precies weet hoe er in de kerkbank over gezucht wordt, en die daarom nooit iets zal zeggen. Voor hem is de vraag niet wie WorldPride opende. De vraag is of er in zijn gemeente één mens is bij wie hij binnen kan lopen zonder eerst een standpunt te moeten worden.
Dit stuk doet geen uitspraak over de teksten waar het uiteindelijk om draait. Niet uit lafheid, maar omdat dat gesprek niet op een blog thuishoort. Het hoort aan een tafel, met namen, met tijd, en met mensen die elkaar niet kunnen wegklikken. Een blog kan een vraag scherp maken. Alleen een gemeente kan hem dragen.
Slot
De wetten van dit land beginnen nog steeds met bij de gratie Gods. Dat is een belijdenis: alle gezag is geleend, niemand regeert uit zichzelf.
Wij mogen ons afvragen wat die woorden nog betekenen op briefpapier van een staat die ze verder nergens meer nodig heeft. Maar de scherpere vraag is de vraag naar binnen, en die is deze: hoeveel van ons eigen geloof is nog vorm, zoals dat gebouw op de Dam? Prachtig van buiten, druk bezocht, en van binnen beschikbaar voor wat de tijd erin wil doen?
De koningin hield een bord omhoog waarop stond dat liefde geen grenzen kent.
Wij hoeven daar niet tegenin te gaan. Wij moeten alleen laten zien welke Liefde wij bedoelen. Die kwam naar ons toe toen wij nog nergens waren. Die ging aan tafel zitten voordat er iets aan ons veranderd was. Die hield niet op van ons te houden toen zij ons bij onze naam noemde en om ons leven vroeg.
Die Liefde kent inderdaad geen grenzen. Zij is alleen niet vormloos.
Zij heeft handen, en de littekens zitten er nog in.