Over het afwezigheidsbericht dat nooit helemaal af durft te zijn, de leugen van de onmisbaarheid, en de Ene die nooit slaapt
Het is de laatste werkdag voor je vakantie. Nog één ding, dan mag de laptop dicht. Automatische antwoorden inschakelen. Je typt de datums in, en dan de zin die iedereen kent: ik ben tot en met 19 juli afwezig en lees mijn e-mail niet.
En dan, bijna vanzelf, typen je vingers er nog iets achteraan.
Bij dringende zaken ben ik bereikbaar op nul zes…
Kijk nog even naar die zin voordat je op opslaan drukt. Hij oogt dienstbaar. Verantwoordelijk. Professioneel, zelfs. Maar lees hem hardop en hoor wat er werkelijk staat: het kan niet zonder mij. Er kan iets gebeuren dat alleen ik kan oplossen. De wereld heeft een achterdeurtje nodig, en dat achterdeurtje ben ik.
De leugen onder de zin
Ergens geloven we het echt: dat het misgaat zonder ons. Dat het project stilvalt, dat het team wankelt, dat het gezin, de club, de kerk waar je een taak hebt, het geen twee weken zonder jou redt. Dus houden we een lijntje open. Voor de zekerheid. Voor het geval dat.
En dan is er de vakantie zelf, die het elk jaar geduldig weerlegt. Je komt terug, en wat blijkt? Het kantoor staat er nog. De vergadering is gewoon doorgegaan. Iemand anders heeft het opgelost, of het bleek helemaal geen brand te zijn maar een mailtje met een rood vlaggetje. De wereld heeft veertien dagen zonder jou gedraaid. Er is niets ingestort.
Dat is krenkend. En het is het beste nieuws van de zomer.
Krenkend, omdat we onszelf zo graag onmisbaar wanen. Bevrijdend, omdat onmisbaarheid een loden last is die geen mens kan dragen. Een handvol stof, zeiden we hier eerder deze week. Dat zijn we. En weet je wat stof mag doen?
Stof mag gaan liggen.
Rust als protest
In Egypte bestond er geen vrije dag. Slaven maakten tichelstenen, elke dag opnieuw, van zonsopgang tot zonsondergang, en wie erbij neerviel werd vervangen. Toen God zijn volk uit dat land trok, gaf Hij het een gebod dat in de hele oude wereld nergens bestond: één dag per week stoppen. Verplicht. Iedereen. De knecht, de vreemdeling, zelfs de os.
De sabbat was geen wellnessdag. Het was een wekelijks protest tegen Egypte. Elke zevende dag verklaarde Israël, door simpelweg niets te doen: wij zijn geen productiemiddelen meer. Onze waarde hangt niet aan onze tichelstenen. Er is een God die het draaiende houdt, ook als wij onze handen ervan aftrekken.
Wie rust, zegt dus iets over God. Dat is de omkering die wij kwijt zijn geraakt. Wij zien rust als beloning achteraf: eerst presteren, dan mag je liggen. De Bijbel ziet rust als belijdenis vooraf: ik leg het neer, omdat Hij het vasthoudt. De Bewaarder van Israël sluimert niet en slaapt niet, zingt Psalm 121. Er is er maar Eén die nooit slaapt.
En jij bent het niet.
Elke nacht oefen je dat trouwens al, of je wilt of niet. Acht uur lang ben je offline, weerloos, onbereikbaar, en morgenvroeg hangt de zon er gewoon weer. Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat en laat opblijft, zegt Psalm 127, de HEERE geeft het Zijn beminden in de slaap. Slapen is theologie voor beginners. Wie durft te slapen, geeft toe dat hij de Bewaarder niet is.
De God die rust voorschrijft
En Jezus? Die sliep midden in een storm. Op een kussen nota bene, achterin de boot, terwijl doorgewinterde vissers om Hem heen dachten dat ze vergingen. Er is iets ontwapenends aan dat beeld. De Enige aan boord die werkelijk iets aan de storm kon doen, lag te slapen. Niet uit onverschilligheid. Uit vertrouwen.
En toen zijn discipelen terugkwamen van een periode waarin het storm liep, er kwamen zoveel mensen op hen af dat ze niet eens gelegenheid hadden om te eten, zei Hij niet: mooi momentum, mannen, nu doorpakken. Hij zei: kom mee naar een eenzame plaats en rust wat. Rust, als opdracht. Uit de mond van de Heer zelf.
Het tederste voorbeeld is misschien Elia. Een van de grootste profeten zat er finaal doorheen, onder een struik in de woestijn, klaar met alles en klaar met zichzelf. En wat stuurde God? Geen preek. Geen plan. Geen takenlijstje. Hij stuurde slaap. En brood. En daarna, alsof de hemel wist hoe leeg de accu was, nog een keer slaap en nog een keer brood. Pas daarna kwam het gesprek.
Soms is het geestelijkste wat je kunt doen: gaan liggen.
Waarom die zin er toch steeds bij moet
En toch staat hij er ieder jaar weer, die zin onder mijn afwezigheidsbericht. Waarom eigenlijk?
Als ik eerlijk graaf, kom ik niet uit bij dienstbaarheid. Ik kom uit bij iets kleiners, iets pijnlijkers. Mijn volle agenda is stiekem mijn waarde geworden. Druk is het nieuwe belangrijk. Bereikbaar is het nieuwe nodig. En als ik twee weken offline ga en de telefoon blijft stil… wie ben ik dan nog?
Wie dit schrijft, plant deze woorden alvast in en vertrekt daarna zelf. De verleiding om toch een beetje bereikbaar te blijven is dus niet theoretisch. Ze zit in mijn eigen duim.
Maar precies daar raakt zo’n simpel afwezigheidsbericht aan het evangelie. Want het evangelie zegt niet: je bent geliefd omdat je nodig bent. Het zegt: je bent geliefd, punt. Voordat je één mail had beantwoord. Nadat de laatste allang is vergeten. Je waarde lag nooit in je onmisbaarheid. Er is er Eén die onmisbaar is, en die vacature is vervuld.
En misschien is jouw dringende zaak deze zomer helemaal geen mail. Misschien is het een zorg die al maanden meereist, die straks gewoon mee de koffer in gaat en die je met geen enkel schermpje kunt uitzetten. Dan geldt hetzelfde adres: werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. Hij waakt ook over wat jij niet kunt oplossen. Juist daarover.
Het andere afwezigheidsbericht
Dus misschien mag die laatste zin er dit jaar af. Niet omdat het werk er niet toe doet, maar omdat jij de Bewaarder niet bent. De wereld heeft geen achterdeurtje naar jou nodig. Ze heeft een God die wakker blijft.
Want dat is het wonderlijke: God heeft nog nooit een afwezigheidsbericht aangezet. Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Dag en nacht. Zeven dagen per week. Ook in de bouwvak.
Bij dringende zaken ben Ik bereikbaar. Die zin bestaat al. Hij is alleen niet van jou. Hij is van Hem.
Laat hem daar deze zomer maar staan, en klap je laptop dicht.
Fijne vakantie!
PS: Tijdens de vakantieperiode blijven wij gewoon 2 blogs per week plaatsen. Bij uitstek het moment om even tijd te nemen voor het lezen van de stukken waar je nog geen tijd hebt gevonden.