Over een pandemie die voorbij is, een kerk die het merkte, en een God die niet wacht tot jij de eerste stap zet.

Er staat een stoel leeg in de kerk. Al drie jaar. De vrouw die er zat is niet boos. Ze is niet vertrokken na een conflict. Ze is niet gaan twijfelen aan God. Ze is gewoon op een zondag niet gekomen. En de zondag daarna ook niet. En niemand heeft gebeld.

Dat is het verhaal van corona in één beeld. Niet het virus. Niet de IC-bedden. Niet de persconferenties. Maar een lege stoel waar niemand naar vraagt.

Het is 2026. Zes jaar na de eerste lockdown. En ergens tussen de versoepelingen en het nieuwe normaal is er iets weggegleden dat we nog steeds niet goed onder woorden brengen. Niet omdat we het niet zien. Maar omdat het benoemen ervan ongemakkelijk is. Want dan moeten we toegeven dat het niet alleen corona was.

Het excuus dat we nodig hadden

Laten we beginnen bij de olifant in de kamer.

Voor een aanzienlijk deel van de kerkgangers was de lockdown geen ramp. Het was een opluchting.

Dat is een zin die je niet hardop zegt op een kerkenraadsvergadering. Maar het is wel wat de cijfers vertellen. Onderzoek van het Nederlands Dagblad en de EO liet zien dat 15% van de kerkgangers na corona structureel minder ging. Onder jongeren van 18 tot 35 lag dat op 30%. En in bijna de helft van de gemeenten in Nederland zitten er anno 2026 nog altijd minder mensen op zondag dan voor maart 2020.

Die mensen zijn niet weggelopen. Ze zijn weggebleven. En dat is een wezenlijk verschil.

Weglopen is een daad. Dat doe je bewust. Je staat op, je pakt je jas, je trekt de deur achter je dicht. Wegblijven is het tegenovergestelde: het is de afwezigheid van een daad. Je doet gewoon niets. Je zet de wekker niet. Je kleedt je niet aan. Je stapt niet in de auto. En elke week wordt het makkelijker om dat niet te doen.

Corona gaf daar een sociaal geaccepteerd verhaal bij. Ik ben voorzichtig. Ik wil niemand besmetten. De livestream is ook fijn. Maar toen het virus weg was, bleek het verhaal te zijn veranderd in iets eerlijkers: ik mis het niet genoeg om terug te komen.

En dat, niet het virus zelf, is de eigenlijke wond.

Wat de livestream onthulde

Twee derde van de kerken met een livestream is daar in coronatijd mee begonnen. De meeste zijn ermee doorgegaan. En voor wie echt niet kan komen – zieken, ouderen, mensen met een beperking – is dat een zegen.

Maar de livestream heeft ook iets onthuld wat we liever niet hadden gezien. Voor veel mensen was de kerkgang al voor 2020 meer gewoonte dan honger. Meer routine dan verlangen. De pandemie bood een sociaal geaccepteerde uitgang voor iets waar het hart al langer niet meer in zat.

En dat is niet in de eerste plaats een probleem van die mensen. Dat is een vraag aan de kerk. Want als een scherm de zondagse ervaring blijkbaar voldoende vervangt, dan was de ervaring misschien al langer schermloos dan we dachten.

De drie breuken die niemand lijmde

Corona heeft de kerk op drie plekken opengebroken. En op alle drie de plekken zijn we er omheen gaan lopen in plaats van erdoorheen.

De eerste breuk is de polarisatie. Het virus verdeelde gemeenten langs lijnen die niemand had zien aankomen. Mondkapjes werden geloofskwesties. QR-codes werden eindtijdtekenen. Er ontstonden kringen rond het verzet tegen het coronabeleid, waar Openbaring vermengd raakte met complotdenken. Waar bijbelgedeelten niet meer dienden om waakzaam te zijn, maar om eigen angsten een goddelijk zegel te geven.

En toen het voorbij was, deed de kerk wat de kerk zo vaak doet met pijn: zwijgen en doorgaan. Er is in de meeste gemeenten nooit een moment geweest waarop iemand zei: “We zijn het afgelopen jaar diep verdeeld geraakt. Laten we dat onder ogen zien.” Geen schuldbelijdenis. Geen verzoening. Alleen de stilzwijgende afspraak om het er niet meer over te hebben. Maar wat je niet uitspreekt, verdwijnt niet. Het nestelt zich. In wrok die bij het koffiedrinken net onder de oppervlakte borrelt. In families die elkaar nog steeds niet aankijken bij het kerstdiner. In gemeenteleden die vertrokken zijn en van wie niemand precies weet waarom, maar iedereen het wel vermoedt.

Eerlijkheid is niet makkelijk. Het betekent erkennen dat er aan beide kanten dingen zijn gezegd die pijn hebben gedaan. Het betekent de moed hebben om te zeggen: ik heb je veroordeeld om je keuze, en dat was niet aan mij. Maar zolang die eerlijkheid uitblijft, is de breuk er nog. Onder de beleefdheid. Onder de orde van dienst. Onder het gebed.

De tweede breuk is het verdwenen midden. De trouwe kerkgangers die er altijd waren – niet de kernleden, niet de randkerkelijken, maar de stille middengroep – zijn het hardst geraakt. Ze hadden geen sterke sociale banden in de gemeente die hen terugriepen. Ze hadden geen functie die hun aanwezigheid vanzelfsprekend maakte. Ze kwamen uit gewoonte. En gewoonte overleeft geen twee jaar onderbreking.

De derde breuk is de stilste en misschien de diepste: het verlies van de fysieke ontmoeting als vanzelfsprekendheid. We zijn in twee jaar tijd gewend geraakt aan geloven-op-afstand. Aan kerk-als-content. Aan gemeenschap zonder aanraking. En dat is niet onschuldig. Want je kunt het brood niet delen via een scherm. Je kunt iemand die huilt niet vasthouden met een emoji. Je kunt niet lichaam van Christus zijn met je pantoffels aan.

De stille verdamping

De profeet Hosea gebruikt een beeld dat je niet meer loslaat als je het eenmaal hebt gezien. God spreekt tegen zijn eigen volk. Niet tegen vijanden. Niet tegen heidenen. Tegen Efraïm en Juda. Tegen de mensen die Hem kenden. En Hij zegt: “Jullie liefde is als een morgennevel. Als dauw die vroeg verdwijnt” (Hosea 6:4).

Dauw verdampt niet met een knal. Dauw verdampt zo geleidelijk dat je het niet ziet gebeuren. Het ene moment ligt het er nog, glanzend in het eerste licht. Het volgende moment is het weg. Zonder geluid. Zonder spoor.

Dat is het beeld van post-corona-geloof voor teveel mensen. Niet de spectaculaire geloofscrisis. Niet de boze afrekening met de kerk. Maar de stille verdamping. Eerst een zondag overslaan. Dan een maand. Dan een seizoen. En op een ochtend realiseer je je dat je al een jaar niet meer met God hebt gesproken zoals je dat ooit deed. Dat de Bijbel op de plank ligt waar je hem na de verhuizing hebt neergezet. Dat het gebed is verschrompeld tot een gewoonte-amen voor het eten, als je het al doet.

Maar, en dit is de paradox, niet alles wat verdampte was dauw. Sommige dingen die wegvielen in de lockdowns waren geen geloof. Het waren gewoontes die op geloof leken. Agenda’s zo volgestouwd met kerkelijke activiteiten dat er geen ruimte was om God te horen. Verplichtingen die voelden als toewijding maar die eigenlijk drukte waren in een heilig jasje. Er zijn gezinnen die in de stilte van corona ontdekten dat hun gebed dieper werd toen het niet meer hoefde te concurreren met een volle week. Er zijn gemeenten die door de schok dichter bij hun kern kwamen. Huiskringen die in de lockdown begonnen en er nog steeds zijn.

God heeft de kerk geschud. Sommige dingen die eraf vielen, hadden er al lang niet meer op gehoord. Maar het vereist moed om het verschil te zien tussen wat God heeft weggesnoeid en wat wij zelf hebben losgelaten uit gemak.

De Herder die niet wacht

In Ezechiël 34 zegt God iets dat je de adem beneemt als je het leest vanuit die lege stoel. “Ik zal zelf naar mijn schapen vragen en naar ze omzien. Zoals een herder naar zijn kudde omziet op de dag dat hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik naar mijn schapen omzien. Ik zal ze redden uit alle plaatsen waarheen ze verstrooid zijn” (Ezechiël 34:11-12).

God wacht niet tot de schapen terugkomen. Hij gaat ze zoeken. En niet pas als ze ver weg zijn. Op de dag dat ze verstrooid zijn. Het moment dat de afstand ontstaat, is het moment dat Hij in beweging komt.

Dit is geen preek voor de mensen die er nog wel zijn. Dit is een belofte voor de mensen die dit misschien lezen op hun telefoon, op de bank, op zondagochtend, terwijl de kerk al begonnen is.

God is niet boos dat je niet bent gekomen. God is al onderweg.

Waarheen?

De wereld van voor corona komt niet terug. De kerk van voor corona ook niet. En misschien is dat niet erg. Want eerlijk gezegd was er in die kerk ook het nodige dat niet werkte. De drukte die voor toewijding doorging. De oppervlakkigheid die voor gemeenschap doorging. De volle zalen die voor vitaliteit doorgingen.

Maar hier eindigt het verhaal niet.

Liturgiewetenschapper Hanna Rijken stelde recent in het Nederlands Dagblad dat de gevolgen van de coronacrisis om theologische doordenking vragen. Niet alleen sociologische analyse. Niet alleen beleidsnotities over hoe we de jeugd terugkrijgen. Theologische doordenking. De vraag: wat zegt dit over wie we zijn als kerk? En misschien nog scherper: wat zegt dit over wie we waren?

De pandemie was geen onderbreking van het normale. De pandemie was een onthulling van het normale. Ze liet zien wat er was gebouwd op de Rots en wat er was gebouwd op gewoonte. En het verschil bleek groter dan we dachten.

De echte vraag is daarom niet: hoe krijgen we de mensen terug? De echte vraag is: waarheen nodigen we ze uit?

Niet terug naar het oude. Niet terug naar de drukte en de agenda’s en de commissies. Maar vooruit. Naar iets dat eerlijker is. Naar gemeenschap die niet draait om aanwezigheid tellen maar om aanwezigheid voelen. Naar een kerk die niet pas belt als je drie maanden weg bent, maar die het merkt als je ogen dof staan terwijl je er nog zit.

En als jij degene bent die is weggebleven – als de drempel te hoog voelt, als je niet weet of je nog welkom bent, als je eerlijk gezegd niet eens meer weet of je het nog gelooft – weet dan dit:

Er is een Herder die niet wacht tot jij de eerste stap zet. Die al op weg was toen jij nog op de bank zat. Die je niet opzoekt met een verwijt maar met een vraag.

En er is een kerk die, als ze eerlijk is, moet toegeven dat ze die vraag te lang niet heeft gesteld. Niet aan jou. En niet aan zichzelf.

Misschien is dat waar het begint. Niet met een programma. Niet met een actieplan. Maar met de eenvoudigste vraag die er bestaat.

Aan die buurvrouw. Aan dat gemeentelid. Aan die vriend die je al maanden wilt bellen.

Hoe gaat het met je?

Niet als afsluiting van een gesprek. Als begin.

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.