Over christenen die hun stem verloren door hun stem uit te brengen

Er zijn avonden waarop je iets voelt verschuiven. Niet zichtbaar, niet dramatisch, maar onmiskenbaar. De verkiezingsavond van 18 maart 2026 was zo’n avond. Op het partijbureau van de ChristenUnie in Amersfoort keek partijleider Mirjam Bikker naar de uitslagen. Haar gezicht vertelde wat de cijfers bevestigden: dit was geen tegenvaller. Dit was een aardbeving.

91 raadszetels weg. Van ruim driehonderd naar tweehonderdelf. In 21 gemeenteraden keert de ChristenUnie niet meer terug. In heel Noord-Brabant en Noord-Holland is het christelijke politieke geluid nagenoeg verstomd. De Bijbel bleef dicht in steeds meer raadszalen.

Tegelijk, op diezelfde avond, vierde Forum voor Democratie een opmars die niemand in deze omvang had verwacht. Niet in de Randstad, maar op de Biblebelt. In Epe werd FVD met vier zetels de grootste partij. In Rijssen-Holten drie zetels, evenveel als de ChristenUnie. In Staphorst twee zetels uit het niets. Op Urk een voet in de deur. In alle dertien Biblebeltgemeenten waar FVD meedeed, lukte het. Overal.

En de SGP? Die won. Achtentwintig zetels erbij. Alsof een deel van de christelijke kiezers naar rechts gleed, op zoek naar iets stevigs om zich aan vast te grijpen.

Dat is het verhaal van de cijfers. Maar onder de cijfers zit een ander verhaal, en dat gaat niet over politiek.

Het getal dat een ziel onthult

De verliesreeks van de ChristenUnie begon niet vorige week. In 2023 verloor de partij tienduizenden stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen. In datzelfde jaar gingen twee van de vijf Kamerzetels verloren. In 2024 verdween de partij uit het Europees Parlement terwijl de SGP juist een zetel veroverde. Bij de Kamerverkiezingen van 2025 zakte het stemmenaantal naar een historisch dieptepunt. En nu dit. Zeven verkiezingen op rij verlies.

Er is een analyse die voor de hand ligt: de ChristenUnie is te veel naar het midden opgeschoven. Te christelijk-sociaal, te weinig christelijk-principieel. Het migratiedossier. De kloof tussen partijtop en achterban. Die analyse klopt waarschijnlijk. Maar ze raakt niet aan wat er werkelijk gaande is.

Want het interessantste aan deze verkiezingsuitslag is niet wat de ChristenUnie verloor. Het is wat de kiezer koos in plaats daarvan.

De verleiding van het eigen gelijk

Laten we eerlijk zijn over wat er op de Biblebelt is gebeurd. Duizenden christelijke kiezers, mensen die elke zondag in de kerk zitten, die hun kinderen opvoeden met de Bijbel, die bidden voor hun land, hebben hun stem gegeven aan een partij die de Bijbel niet als kompas hanteert. Die geen enkele theologische claim maakt. Die geen christelijke grondslag kent.

Ze stemden niet op FVD ondanks het feit dat het geen christelijke partij is. Ze stemden erop omdat het hun frustratie verwoordde. Over migratie. Over een overheid die niet luistert. Over een wereld die te snel verandert.

En ik begrijp die trek. Echt. Het gevoel dat je eigen dorp onherkenbaar wordt, dat de overheid besluiten neemt die ver van je bed staan maar wel in je achtertuin landen, dat is geen inbeelding. Het is de werkelijkheid van veel mensen in gemeenten als Staphorst, Kampen en Epe. Je hoeft maar een avond in zo’n dorp te zitten om te voelen hoe reëel die frustratie is.

Maar hier zit de angel. Er is een verschil tussen een stem uit frustratie en een stem uit roeping. Identiteit zegt: dit is wie ik ben, en ik wil dat de politiek mij beschermt. Geloof zegt: dit is wie God is, en ik wil dat mijn leven Hem weerspiegelt. Zelfs in het stemhokje.

Die twee overlappen soms. Maar ze zijn niet hetzelfde. En op het moment dat je ze verwisselt, stem je niet meer vanuit je geloof. Je stemt vanuit je angst.

Het koninkrijk past niet op een stembiljet

Jezus staat voor Pilatus, de vertegenwoordiger van de machtigste politieke structuur van zijn tijd. En Pilatus vraagt Hem: “Bent U de Koning van de Joden?” Jezus antwoordt: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben” (Johannes 18:36, HSV).

Dit is geen terugtrekking uit de werkelijkheid. Jezus zegt niet: politiek doet er niet toe. Hij zegt iets veel radicaler. Hij zegt: het Koninkrijk dat Ik breng opereert volgens een andere logica. Het vecht niet met de wapens van de macht. Het laat zich niet vangen in de categorieen van links of rechts, progressief of conservatief, eigen volk of open grenzen.

Dat betekent niet dat christenen zich niet met politiek mogen bemoeien. Integendeel. Maar het betekent dat de manier waarop we politiek bedrijven net zo belangrijk is als wat we ermee bereiken. En het betekent dat geen enkele politieke partij ooit het Koninkrijk van God kan vertegenwoordigen.

Geen enkele.

De profeten die je wilt horen

De FVD-lijsttrekker in Staphorst is afkomstig uit reformatorische kringen. Dat is geen toeval. Het laat zien dat de verschuiving niet van buitenaf komt. Ze komt van binnenuit. Christelijke kiezers zoeken niet iets heel anders. Ze zoeken iets dat voelt als stevigheid. Als helderheid. Als iemand die durft te zeggen wat zij denken.

En dat is precies het punt waar het wringt. Want helderheid is niet hetzelfde als waarheid. Stevigheid is niet hetzelfde als wijsheid. En iemand die zegt wat jij denkt, is niet per definitie iemand die zegt wat God denkt.

Jeremia leefde in een tijd waarin het volk smachtte naar geruststelling. Er waren genoeg profeten die precies dat boden. “Vrede, vrede!” riepen ze. En Jeremia stond daar, ongewenst en ongeliefd, met een boodschap die niemand wilde horen: er is geen vrede (Jeremia 6:14).

Hier wordt het ongemakkelijk. Want de valse profeet hoeft geen charlatan te zijn. Hij kan oprecht geloven in zijn eigen woorden. Het punt is niet de intentie. Het punt is de bron. Spreek je namens God, of verwoord je wat het volk wil horen?

Die vraag geldt niet alleen voor de politicus die belooft dat hij je dorp beschermt. Die geldt ook voor de dominee die zegt: “Stem christelijk en alles komt goed.” En voor de kerkenraad die politieke voorkeur verweeft met gemeentelijke identiteit. En, als we heel eerlijk zijn, voor onszelf. Want wij zijn het die in het stemhokje staan met een gevoel dat soms op overtuiging lijkt, maar bij nader inzien op angst is gebouwd.

De twee greppels

We kennen ze inmiddels: de bange kerk en de zwevende kerk. In de politiek hebben ze allebei hun valkuil.

De bange kerk op het politieke vlak trekt zich terug. Die zegt: het gaat toch allemaal bergafwaarts, laten we ons richten op de hemel. Elke verkiezing gaat voorbij met de opmerking dat het Koninkrijk van God toch niet via Den Haag komt. Dat is waar. Maar het is een halve waarheid die als excuus dient voor een hele passiviteit. Een christen die zich terugtrekt uit de publieke ruimte, laat een vacuüm achter. En een vacuüm wordt altijd gevuld. De vraag is alleen door wie.

De zwevende kerk op het politieke vlak verweeft haar politieke voorkeur zo met haar geloof dat ze ze niet meer uit elkaar kan halen. Die Forum voor Democratie of de SGP of de ChristenUnie opheft tot een soort geestelijk instrument. Die een verkiezingsuitslag duidt alsof het een profetie is. Die in het stemhokje staat met een gevoel dat op aanbidding lijkt, maar gericht is op een lijsttrekker in plaats van op de Koning der koningen.

Beide zijn gevaarlijk. De eerste verlaat het veld. De tweede verwart het veld met het altaar.

Wat als het anders moet?

Er is een weg die bijna niemand bewandelt, omdat hij smal is en pijn doet. Het is de weg van de christen die stemt maar weet dat zijn stem niet zijn identiteit is. Die pleit voor rechtvaardigheid maar weigert het evangelie te reduceren tot een partijprogramma.

Laat me concreet zijn, want hier gaan de meeste commentatoren de mist in met vage oproepen tot “nuance” en “wijsheid.”

Deze weg betekent dat je op een christelijke partij kunt stemmen en de volgende ochtend kritisch bent op hun beleid. Dat je de SGP kunt waarderen zonder te doen alsof hun standpunten boven discussie staan. Dat je bij FVD iets kunt herkennen van de frustratie zonder de oplossingsrichting te omarmen. En dat je, als je eerlijk bent, moet toegeven dat het ongemakkelijk voelt om in geen enkele partij volledig thuis te zijn.

Dat ongemak is geen probleem. Het is een teken dat je burgerschap ergens anders ligt.

Paulus schreef het aan de gemeente in Filippi, een Romeinse kolonie waar burgerschap alles bepaalde: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus” (Filippenzen 3:20, HSV). Dat klonk niet abstract in een stad waar Romeins burgerschap je status, je rechten en je veiligheid garandeerde. Het klonk als verraad. Of als bevrijding. Afhankelijk van waar je hart lag.

Uit het stemhokje, het Koninkrijk in

De Bijbel bleef dicht in steeds meer raadszalen. Dat doet pijn. Een geluid dat sprak namens kwetsbaren, namens het ongeboren leven, namens de schepping, wordt stiller.

Maar het Koninkrijk van God is nooit afhankelijk geweest van een raadszetel. Het brak door in een bezette provincie onder Romeins bewind. Het overleefde keizers, kruistochten en kerkscheuringen. Het zal ook dit overleven.

De Bijbel hoeft niet dicht te blijven. Ze kan open op je keukentafel. In je handen. In je leven. Het Koninkrijk komt niet via Den Haag. Maar het kan wel door Staphorst lopen. Door Epe. Door Rijssen. Door jouw dorp.

Als iemand het draagt.

De vraag na deze verkiezingsavond is niet: op wie heb je gestemd?

De vraag is: voor Wie leef je?

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Johannes 18:36 (HSV)

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.