Deel 2 over de prijs van de Naam, de stilte van de wereld, en de liefde die de hardste man week maakt.
Een schoentje. Meer werd er van hem niet teruggevonden.
Het lag op het dak van een huis naast de Allerheiligenkerk in Peshawar. De jongste zoon van een moeder die op die zondagochtend, 22 september 2013, met haar drie kinderen en haar schoonmoeder naar de dienst was gekomen. Het was elf uur drieënveertig toen twee jonge moslimmannen het kerkplein op liepen en zichzelf opbliezen terwijl kinderen net uit de zondagsschool kwamen voor een kopje thee. De moeder overleefde. Haar schoonmoeder niet. Twee van haar drie kinderen ook niet. Van haar jongste zoontje werd alleen dat schoentje gevonden.
Honderddertien doden, volgens de telling van het bisdom. Meer dan tweehonderdvijftig gewonden. De klok boven het altaar stopte door de luchtdrukverplaatsing en staat sindsdien stil op 11:43. De bisschop laat hem staan. “Een stille getuige.”
Daar, in die kerk, begint deel 2.
Niet bij cijfers. Bij een schoentje.
Even terugkijken
In deel 1 eindigden we met een hoopvolle vraag. Of wij klaar zouden zijn om moslims aan Jezus voor te stellen. Twee miljard mensen die Zijn naam al kennen, Zijn wederkomst verwachten, in dromen door Hem worden bezocht. De deur staat op een kier, zeiden we.
Dat is waar. Maar de deur staat op een kier in een huis dat brandt.
Terwijl wij in Nederland wikken en wegen of we over de islam mogen spreken zonder verkeerd gelabeld te worden, wordt ergens anders op deze planeet elke vijf minuten een christen vermoord, ontvoerd, opgesloten of verkracht om de Naam van Jezus Christus. Niet in de donkere middeleeuwen. Vandaag. Op het moment dat jij dit leest.
De klok op 11:43 is niet alleen een herinnering. Het is een waarschuwing dat deel 2 zwaarder is.
Eén op de zeven
In januari 2026 publiceerde Open Doors nieuwe cijfers. Wereldwijd hebben nu 388 miljoen christenen te maken met zware vervolging en discriminatie om hun geloof in Jezus. Dat is één op de zeven. Acht miljoen méér dan het jaar ervoor. Het hoogste aantal ooit gemeten.
Tweehonderdéén miljoen van hen zijn vrouw of meisje. Honderdtien miljoen zijn minderjarig.
In Nigeria werden afgelopen jaar 3.490 christenen vermoord omdat ze christen waren. Dat zijn negen doden per dag. Alle dagen. Heel het jaar. In juni 2025 vielen Fulani-militanten het dorp Yelwata binnen. De aanval duurde vier uur. Toen het stil werd lagen er 258 doden, vooral vrouwen en kinderen, doodgeschoten of levend verbrand. Overlevenden hoorden de aanvallers schreeuwen: “Wij zullen alle christenen vernietigen.”
Syrië klom van plek achttien naar plek zes. De jizya, de middeleeuwse hoofdelijke belasting voor niet-moslims, wordt weer geheven. In juni vielen er 22 doden bij een kerkaanslag in Damascus. Met Kerst probeerde iemand een kerk in Aleppo op te blazen. Hij mislukte. Niet door toeval. Door beveiliging. Zo hoort het blijkbaar.
Van de top tien meest vervolgende landen zijn er zeven islamitisch.
Leah Sharibu zit inmiddels acht jaar vast. Een Nigeriaans tienermeisje, ontvoerd door Boko Haram in 2018. De andere honderd meisjes zijn door de jaren heen vrijgelaten of gestorven in gevangenschap. Leah niet. Omdat zij weigert te zeggen dat Jezus niet haar Heer is.
Acht jaar.
Voor een Naam.
Jullie vriend is een hond
Ik vertelde je over een schoentje. Nu vertel ik je over een briefje.
Een Nederlandse christen en zijn vrouw komen laat op de avond hun hotelkamer in Pakistan binnen na een lange dag met bezoeken aan arme christelijke wijken. Op de grond ligt een envelop. Er zit een memoblaadje in met een KLM-logo erop. De tekst komt niet van KLM.
Er staat: “Nederlanders zijn varkens. Jullie zijn ook varkens. Jullie vriend is een hond. Onze leider zegt, varkens zijn buitenstaanders. Maar honden blijven hier en maken het onrein. Hij zei dat wij de honden moeten afmaken. Wees gewaarschuwd.”
Een hond. Dat woord is geen scheldwoord. Dat is een classificatie. In vier soera’s van de Koran worden christenen vergeleken met varkens. In de Hadith wordt het speeksel van een hond onrein verklaard. Pannen waar een hond uit heeft gegeten moeten zeven keer gewassen worden, waarvan één keer met zand.
Dit is geen volksgeloof. Dit is doctrine. En wie denkt dat hij Europa is ontgroeid, hoeft maar even de geschiedenisboeken over de jaren dertig open te slaan om te herkennen wat er gebeurt zodra mensen eerst dieren worden genoemd.
Dat briefje was persoonlijk. Maar het beschrijft een wereldbeeld dat miljoenen structureel ondergaan. Jezelf christen noemen in veel islamitische landen is niet een keuze voor een andere geloofsrichting. Het is jezelf classificeren als tweederangs. Als dhimmi. Als iemand die in principe op een ezel mag rijden, maar moet afstappen als er een moslim voorbijkomt.
In Pakistan drinkt een christin uit een glas dat ook door moslims werd gebruikt en het kan haar leven kosten. In Egypte halen de Koptische vuilnisophalers in Mokkatum het afval op dat moslims te onrein vinden om aan te raken. In de steenbakovens van Punjab bakken hele christenfamilies duizend stenen per dag voor omgerekend vier euro, generaties lang, in schuldslavernij. In Saoedi-Arabië is geen enkele kerk toegestaan op heilige grond. Bijbels zijn er niet te koop. Mein Kampf wel.
Dat is niet een randje. Dat is de norm in het huis van de islam, de dar al-salam.
En dan komt 15 maart.
De dag van de verkeerde slachtoffers
In 2022 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie aan. Vanaf dat moment werd 15 maart uitgeroepen tot Internationale Dag ter Bestrijding van Islamofobie. De aanleiding was de vreselijke aanslag in Christchurch in 2019, waarbij 51 moslims werden gedood in twee moskeeën door een extreemrechtse terrorist.
Een verschrikkelijke daad. Zonder enige reserve te veroordelen.
Maar wie diende die resolutie in?
Pakistan. Het land waar elke week minderjarige christenmeisjes en hindoemeisjes worden ontvoerd en gedwongen uitgehuwelijkt en bekeerd. Het land waar tienduizenden moslims op straat gingen om te eisen dat Asia Bibi alsnog werd opgehangen nadat ze was vrijgelaten. Het land waar Shahbaz Bhatti, de minister voor minderhedenzaken, in 2011 in zijn auto werd doorzeefd met zevenentwintig kogels omdat hij pleitte tegen misbruik van de blasfemiewet. Het land dat de godsdienstvrijheid van eigen burgers op een zo grondige manier vertrapt dat de Verenigde Naties in 1981 en 2020 ernstige zorgresoluties daarover aannamen.
Dát land stelde een internationale dag in tegen onverdraagzaamheid jegens moslims. En kreeg haar goedgekeurd. Met steun van 193 landen.
Ondertussen is er geen Internationale Dag ter Bestrijding van Christenfobie. Geen speciale VN-gezant. Geen vlag halfstok. De meer dan zeventienduizend kerken die alleen al in Nigeria zijn verwoest door islamitisch geweld sinds de eeuwwisseling staan nergens op een herdenkingsagenda. De 388 miljoen broeders en zusters die nu lijden, hebben geen dag. Leah heeft geen dag.
Laat dit bezinken. Een aanslag door één man in Nieuw-Zeeland, verschrikkelijk als hij is, levert een internationale dag op. Honderden aanslagen per jaar door georganiseerde bewegingen op kerken van Caïro tot Lahore tot Aleppo leveren niets op.
Dit is niet hetzelfde als islamofobie goedpraten. Moslimhaat is zonde. Punt. Jezus zocht juist de vreemdeling en de gediscrimineerde en de als-onrein-bestempelde op. Dat blijft onze norm.
Maar er is iets grotesks aan een wereld die met luide stem opkomt tegen haat jegens één groep en tegelijk stil blijft bij de moord op een andere. En nog groteske aan religieuze autoriteiten in Teheran en Islamabad en Riyad die over westerse islamofobie spreken alsof hun handen schoon zijn, terwijl hun eigen gevangenissen volzitten met mensen die niet hun boek lezen.
De olifant in de kamer is niet alleen islamofobie. De olifant is ook christofobie, en we durven hem nauwelijks bij naam te noemen.
De spiegel die niet stopt bij hen
En toch.
Als wij hier vanaf de hoge westerse tribune kritiek leveren op de islamitische wereld en vergeten dat wij in een glazen huis zitten, zijn wij de farizeeër van de gelijkenis. De man die dankt dat hij niet is als die ander (Lucas 18:11).
Want wat deden wij met onze vrijheid?
Wij hebben torenspitsen uit ons landschap laten verdwijnen en torens van bankgebouwen in de plaats gezet. Dat is niet toevallig. Een cultuur bouwt wat ze aanbidt. Wij hebben God ingeruild voor consumptie en vervolgens klagen we dat onze kinderen leeg zijn.
Wij hebben kerken die zich verontschuldigen voor hun eigen belijdenis voordat ze hem uitspreken. Wij hebben dominees die aan Jezus toevoegen: “maar dit is natuurlijk mijn eigen beleving.” Wij hebben gemeenten waar de preek wordt beoordeeld op comfort. Waar de Bijbel mee mag doen voor zover hij modern blijft.
En ergens in Pakistan zit op ditzelfde moment een christenmoeder die voor vier euro stenen heeft gebakken, haar kind ’s avonds onder een deken legt, een Bijbel openslaat en zegt: Jezus is genoeg.
Wie heeft nou eigenlijk wat?
De islam groeit wereldwijd niet ondanks haar strengheid maar mede dankzij. Mensen snakken naar betekenis, structuur, ernst. Onze postmoderne leegte, koop meer, kies jezelf, definieer je eigen waarheid, is geen geloofwaardige tegenstander voor een religie die antwoord geeft, hoe onvolledig dat antwoord ook is.
Wij hebben dat volledige antwoord. Wij hebben Jezus.
En wij leven alsof Hij een hobby is.
Dat is de schande. Niet dat de islam groeit. Maar dat wij het evangelie hebben, en het dragen alsof het niet veel waard is. De kerk sterft niet waar ze vervolgd wordt. Ze verdiept zich. De kerk sterft waar ze comfortabel wordt.
Tertullianus zei het al in de tweede eeuw: het bloed van de martelaren is het zaad van de kerk. Iran bewijst het. Vijftig jaar geleden een paar honderd bekeerlingen met een moslimachtergrond. Vandaag honderdduizenden tot meer dan een miljoen, volgens onafhankelijk onderzoek. In het land waar bekering tot Christus een misdaad is tegen de staat, komt Jezus zelf langs in dromen. Omdat Hij niemand afschrijft. Ook de Iraanse ayatollah niet.
En dat brengt ons bij het vreemdste wat ik nog moet vertellen.
Een Nederlander loopt een Talibanschool binnen
Maulana Sami ul Haq stond bekend als de Vader van de Taliban. Hij leidde een madrassa vlak bij de Afghaanse grens waar meer dan duizend jongens werden opgeleid, van wie velen later als Talibanstrijder hun extremisme aan een heel volk zouden opleggen. Hij was fel tegen de vrijlating van Asia Bibi. Hij was niet bepaald een vriend van de kerk in Pakistan.
En op een dag loopt een Nederlander zijn school binnen. Met Bijbels onder de arm.
Anne van der Bijl, de oprichter van Open Doors, had een stelregel die maar op één plek vandaan komt. Hij zei: terroristen worden niet geboren, ze worden gevormd. Daarom moet je zo dicht mogelijk bij een terrorist proberen te komen dat je hem kunt omarmen. Dan neem je gelijk de mogelijkheid weg dat hij op je kan schieten.
Dat is niet naïef. Dat is het kruis.
Hij ging niet met een pamflet. Niet met een debat. Niet met angst. Hij bracht Bijbels voor de bibliotheek van duizend toekomstige extremisten. Hij daagde de Vader van de Taliban uit om zijn studenten dat boek te laten lezen. Hij ging niet één keer. Hij ging meerdere keren.
Van der Bijl zei vaak dat het woord islam voor hem was gaan staan voor iets anders. Een letterwoord. I Sincerely Love All Muslims.
Ik hou oprecht van alle moslims.
Dat is niet een slogan. Dat is een stelling die pas stand houdt als je bereid bent de prijs te betalen.
En nu komt het moment.
Zijn verdriet is mijn verdriet
Na de aanslag in Peshawar, nadat 113 kerkgangers waren vermoord en kinderen aan stukken gereten en van een jongetje alleen een schoentje was overgebleven op een dak, liet Maulana Sami ul Haq, de Vader van de Taliban, aan een Pakistaanse vriend van Van der Bijl vier woorden voor Van der Bijl doorgeven.
Zijn verdriet is mijn verdriet.
Laat dat ergens achter in je hoofd neerslaan en blijven liggen.
De man die jarenlang werd gezien als een van de grondleggers van de islamistische terreur in de regio, die zich had verzet tegen Asia Bibi, wiens leerlingen Afghanistan zouden gijzelen, laat aan een Nederlandse christen weten dat hij het verdriet van vermoorde Pakistaanse christenen als zijn eigen verdriet draagt.
Omdat er al die jaren iemand was geweest die weigerde hem als vijand te zien.
Omdat er iemand was die Bijbels bleef brengen waar zwaarden werden verwacht.
Omdat er iemand was die niet bang was.
Dat is wat Jezus kan. Alleen Hij. Het kruis is niet een symbool. Het is een methode. En die methode werkt.
Maulana Sami ul Haq is in 2018 in zijn eigen huis vermoord. We zullen nooit weten hoe ver Gods werk in hem is gegaan. Maar we hebben die vier woorden. En ze weerleggen iedereen die ooit heeft gezegd dat moslims onze vijanden zijn. Ze weerleggen iedereen die ooit heeft gezegd dat er iemand is die Jezus niet kan bereiken.
Er is geen moslim die buiten Zijn bereik is.
Er is geen imam die buiten Zijn bereik is.
Er is geen Vader van de Taliban die buiten Zijn bereik is.
Het schoentje en de wonden
In deel 1 schreven we over moslims die straks, op de dag van Zijn wederkomst, de wonden zullen zien die de Koran heeft weggeschreven. Dat zij Isa verwachten, en dat zij Jezus zullen ontmoeten. Met littekens in Zijn handen die de Koran ontkent.
Maar er is één wond die ik je nog niet heb laten zien.
Het schoentje op dat dak in Peshawar.
Dat is ook een wond. Niet van Jezus. Van Zijn lichaam. Want de kerk is Zijn lichaam (1 Korintiërs 12:27). En elke keer dat er een christen wordt vermoord in Yelwata, elke keer dat er een schoentje op een dak blijft liggen, elke keer dat een tienermeisje acht jaar vastzit voor Zijn Naam, wordt Hij opnieuw geraakt in Zijn eigen lichaam.
Dat maakt het evangelie geen abstractie. Dat maakt het concreet. Dat maakt Leah Sharibu van jou.
Dat maakt de moslimbuurvrouw die je nog nooit hebt uitgenodigd ook van jou. Omdat je haar nog niet hebt verteld dat er Iemand is die haar aangezicht heeft gezien vóórdat zij bestond, die haar naam kent, en die op haar wacht.
Het klaar staan
Deel 1 eindigde met: zijn wij er klaar voor om de introductie te maken?
Ik geloof nu dat dit de verkeerde vraag was.
De echte vraag is: zijn wij klaar om Hem zelf opnieuw te ontmoeten? Niet de Jezus van het comfortabele zondagse uurtje. De Jezus met de wonden. De Jezus die zich in Peshawar niet alleen over de slachtoffers buigt, maar ook over de terroristen die zichzelf opbliezen en ontdekten dat Allah niet was wie zij dachten. De Jezus die Anne van der Bijl naar een Talibanschool stuurde met Bijbels in plaats van een wapen. De Jezus die de hardste man in Pakistan vier woorden laat uitspreken die tegen zijn hele theologie in gaan.
Als wij Hem zó kennen, kunnen wij alles aan. De statistieken. De asymmetrie. Het onrecht. De islamitische buurman die ons uitdaagt. De eigen leegheid die ons beschaamt.
Als wij Hem alleen kennen als decoratie, lukt het nooit.
Het kruis is niet een ornament aan de muur van een leeg kerkgebouw. Het is een bevel. Heb uw vijanden lief. Bid voor wie u vervolgen (Mattheüs 5:44). Niet als truc. Als levenshouding. Omdat het werkt. Omdat het de enige manier is die ooit iets heeft veranderd.
In Peshawar staat de klok nog altijd stil. Op 11:43.
Maar op kerstochtend 2025, twaalf jaar na de aanslag, gingen de deuren van diezelfde Allerheiligenkerk weer open. Honderden gelovigen liepen langs scherpschutters en checkpoints naar binnen. En zongen.
Dat is wat ze niet kapot krijgen. Niet met bommen. Niet met wetten. Niet met hondenbriefjes.
Het bloed van de martelaren is nog steeds zaad.
En ergens, in een Iraanse slaapkamer, droomt vannacht een moslim van een Man in wit. En Hij zegt wat Hij altijd zegt. Ik ben Jezus.
En de wonden zijn er.
En de deur staat open.
En dát is deel 3. Dat schrijft God zelf. Hij is er al aan begonnen.
Wij hoeven alleen maar klaar te staan om te zeggen, als die droom bij jou op het werk op maandag aanklopt: Ik ken Hem. Laat me je aan Hem voorstellen.
Zijn verdriet is ons verdriet.
Zijn liefde is ons enige antwoord.
Dit artikel is deel 2 in een serie over de islam. Deel 1 verscheen op 28 maart 2026. Bronnen: Open Doors Ranglijst Christenvervolging 2026, Pew Research Center (2025), Algemene Vergadering Verenigde Naties (resoluties A/RES/76/254 en A/RES/78/286), Diocese of Peshawar, AFP, getuigenissen uit Pakistan, Egypte, Iran en Syrië.