Op een doordeweekse avond, ergens in een Nederlandse kerkzaal, staat een voorganger bij een kaars. Het is stil. Iemand heeft een foto geprojecteerd van een Iraanse gevangenis. De voorganger leest drie namen voor. Er wordt gebeden. Iemand snikt voorzichtig. Na afloop is er koffie en iemand zegt dat het een mooie dienst was, echt diep, en dat we dit vaker zouden moeten doen.

Thuis zet diezelfde iemand de televisie aan.

Ik schrijf dit niet met een vinger. Ik schrijf dit omdat ik die iemand ben. En omdat ik denk dat er iets aan de hand is met de manier waarop wij, Nederlandse christenen, onze broeders en zusters in Iran aanroepen.

Wat er gebeurt in Teheran

Laat ik het klein houden.

In de Evin-gevangenis in Teheran zitten drieënveertig christenen. Niet om iets wat ze gedaan hebben. Om Wie zij liefhebben. Een van hen heet Joseph. Hij is in de vijftig. Hij zit al jaren vast, en zijn lichaam is niet meer wat het was. In juni vorig jaar sloeg een Israëlische raket in op de hoofdingang van diezelfde gevangenis. In maart gaf het Israëlische leger opnieuw een evacuatiebevel voor de omgeving. De gevangenen konden nergens heen. Dat is geen metafoor. Dat is de praktijk van een betonnen muur.

Buiten de muren voert het regime een campagne die zich intensiveert nu het land uit elkaar valt. In één nacht, direct na het staakt-het-vuren met Israël, werden vierenvijftig christenen opgepakt in eenentwintig steden. De staatsmedia noemden hen “geneutraliseerd”. Het woord dat je gebruikt voor wapens.

Dat is wat er gebeurt. Niet abstract. Niet in het verleden. Nu.

De verleiding waar dit genre in trapt

En dan de preek die wij er gewoonlijk van maken.

Het gaat ongeveer zo. De voorganger begint met een verhaal over een gevangenis, laat even stilte vallen, vertelt over huiskerken die groeien, legt uit dat het bloed der martelaren het zaad der kerk is, en eindigt met een milde spiegel voor zijn gehoor. Wat kunnen wij hiervan leren? Zouden wij nog geloven als het ons alles kostte?

Ik heb die preek tien keer gehoord en zelf ooit iets vergelijkbaars geschreven. Het raakt altijd. Mensen vegen een traan weg. Er wordt geapplaudisseerd met de ogen.

En toch zit er iets scheef. Want de vervolgde kerk is in onze liturgie langzaam een supplement geworden. Een vitamine die wij innemen tegen onze eigen bloedarmoede. Hun lijden verleent ons iets wat wij zelf niet meer produceren: urgentie. Hun vastberadenheid bevestigt iets wat wij niet meer goed durven geloven: dat deze naam, die naam van Jezus, daadwerkelijk van levensbelang is. Als er ergens iemand voor sterft, moet Hij wel echt zijn, ook hier, ook in deze bank, ook in dit halve geloof dat ik meeneem naar maandag.

Zo wordt Evin een bron. En degene die er zit, een bronhouder.

Joseph wil geen bronhouder zijn. Hij wil naar huis.

De spiegel die niet werkt

Het standaardargument in dit soort stukken is dat de Iraanse kerk onze spiegel is. Dat zij ons laat zien hoe lauw wij zijn geworden. Dat hun geloof, dat alles kost, ons geloof, dat niets kost, beschaamt.

Dat klopt, en het klopt toch niet helemaal.

Het klopt omdat het waar is dat de Nederlandse kerk weinig meer van ons vraagt. Een uur op zondag, een bedrag per maand, een handdruk bij de deur. Dat is wat ons geloof ons doorgaans kost, en het is niet veel.

Het klopt niet, omdat de vraag die uit dit beeld voortkomt, zou jij geloven als het je alles kostte?, een hypothetische vraag is. Hypothetische vragen leveren hypothetische antwoorden op. Je zegt ja, ik zou standhouden, ik hoop van wel, ik bid dat ik genade zou krijgen. Maar die ja kost niets, want de vraag stelt niets. Het is geloofsgymnastiek in de veiligheid van een warme kamer.

De ongemakkelijkere vraag is niet wat je zou doen als het je alles kostte. Het is wat je nu laat liggen omdat het je íéts kost. Wat de naam van Jezus op dit moment van jou vraagt, niet in een denkbeeldig Iran, maar in de straat waar je woont, in het gesprek dat je ontwijkt, in het geld dat je vasthoudt, in het oordeel waarin je je hebt genesteld, in de vriendelijkheid die je voor jezelf reserveert en niet voor de mens die je niet kunt uitstaan.

Dat is de spiegel die werkt. Niet Evin. Het evangelie zelf.

Christus in de cel

Jezus zat zelf ooit in een cel. Niet als symbool. Letterlijk. Tussen de arrestatie in de hof en het kruis lag een nacht. Een nacht van ondervraging, spot, slaag, eenzaamheid, en het wegsterven van vrienden die net nog hadden gezworen dat zij zouden blijven. Hij werd vastgehouden onder een regime dat Hem niet begreep en niet wilde begrijpen. Hij werd, zoals de Iraanse autoriteiten het nu zouden formuleren, geneutraliseerd.

Wat dit betekent, is niet dat wij Christus kunnen “terugvinden” in de gezichten van de vervolgden, alsof zij een soort levende iconen zijn. Dat is weer de esthetisering die wij zo graag doen. Wat het betekent is iets anders. Het betekent dat wanneer Joseph vannacht op een betonnen vloer ligt, hij daar niet alleen ligt. Er ligt iemand naast hem die weet hoe het voelt om onder een onrechtvaardig regime opgesloten te zijn. En dat diezelfde Iemand, als wij ons op zondag afvragen wat ons geloof ons eigenlijk kost, met dezelfde nabijheid naast ons zit, en geduldig is, en niet opgeeft.

Dat is niet meditatieve troost. Dat is de ergernis van het evangelie. Christus is niet te koop als inspiratie. Hij laat zich niet inzetten als ethisch voorbeeld voor een preek van zeven minuten. Hij is de levende Heer die zowel in Evin als in jouw kerkbank zit, en Hij accepteert geen arrangement waarin wij Hem bewonderen op afstand en verder onveranderd blijven.

De gemeenschap die één is

Paulus schreef iets wat wij regelmatig citeren zonder het echt te geloven. Als een lid lijdt, schreef hij, lijden alle leden mee.

We lezen dat als opdracht. Wij moeten meelijden. Maar zo heeft hij het niet opgeschreven. Hij schreef het als beschrijving. Als natuurwet van het lichaam van Christus. Als één lid lijdt, dan lijden alle leden mee, of je het wilt of niet, of je het voelt of niet. Wie het niet voelt, heeft niet een moreel probleem. Die heeft een zenuwprobleem. Er is iets in de verbinding wat niet meer doorkomt.

Dat is geen veroordeling. Dat is een diagnose, en diagnoses zijn genadig, want ze wijzen naar wat je kunt behandelen.

Ik weet niet hoe je dat behandelt, eerlijk gezegd. Maar ik vermoed dat het niet begint met meer informatie over Iran, meer posts op sociale media, meer gebedsavonden waarin wij ons goed voelen over het feit dat we zijn gekomen. Het begint, misschien, bij het opgeven van de illusie dat wij twee kerken zijn. Een veilige die erover schrijft, en een vervolgde die erin zit. Er is maar één kerk, en een deel ervan slaapt, en een deel ervan bloedt, en de vraag die gesteld moet worden is niet hoe de ene de andere kan helpen, maar hoe de ene zich bewust wordt dat zij hetzelfde lichaam delen.

Wat overblijft

Ik eindig dit stuk niet met een oproep. Oproepen werken zelden. Ze geven de lezer iets te dóen en het doen is vaak de manier waarop wij ontkomen aan het zíjn.

Wat overblijft is iets anders. Het is de stille erkenning dat er ergens in Teheran een man is die Joseph heet, en dat hij vannacht niet meer weet of hij de ochtend haalt, en dat Christus naast hem zit. En dat diezelfde Christus vanavond naast jou zit, als je dit stuk wegklikt en je leven weer oppakt, en Hij is niet geërgerd en niet beledigd, Hij is alleen heel, heel geduldig, en Hij wacht totdat je je realiseert dat het geloof dat jij hebt niet kleiner is dan dat van Joseph, maar wel veel minder zichtbaar, en dat de vraag niet is of je ooit in een cel zou standhouden, maar of je vandaag de moed hebt om één ding los te laten.

Bid voor Joseph. Niet omdat het hoort. Omdat hij bestaat, en jij bestaat, en jullie samen iets zijn wat geen grens, geen muur, geen regime ooit uit elkaar kan halen.

De rest is stilte. En soms is stilte het enige wat niet liegt.

“Want indien één lid lijdt, zo lijden al de leden mede.” 1 Korintiërs 12:26

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.