Hoe Frontrunners Ministries inspeelt op een reële honger, en waarom de antwoorden die het biedt de toets van de Schrift niet doorstaan

Er is een honger in de Nederlandse kerk die je niet kunt negeren. Een verlangen naar meer dan een wekelijkse preek van twintig minuten. Naar geloof dat leeft. Naar een God die niet alleen historisch is maar ook hier en nu aanwezig. Die honger is goed. Die honger is Bijbels. Het is de honger waar David over schrijft: “Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God” (Psalm 42:2).

Frontrunners Ministries, in 2016 opgericht door Tom en Femke de Wal, speelde van begin af aan in op die honger. De missie klonk krachtig: een generatie oprichten die volledig voor Gods Koninkrijk gaat, vol geloof en kracht van de Heilige Geest. De evenementen waren energiek, de boodschap enthousiast, de groei explosief. Kerken uit het hele land raakten betrokken. Jongeren stroomden toe. Er gebeurde iets, en het voelde als iets van God.

Laten we dat eerlijk erkennen: voor veel mensen was het dat ook. In een kerklandschap waar de Heilige Geest soms voorzichtig achter glas wordt gehouden, bracht Frontrunners iets terug wat velen misten. Verwachting. Durf. Het geloof dat God vandaag nog spreekt en werkt. Jongeren die in reguliere kerken afhaakten, gingen opeens met vuur over hun geloof praten. Mensen die jaren op de automatische piloot naar de kerk gingen, ontdekten dat er meer was. Dat is niet niks. Dat mag benoemd worden. Het zou oneerlijk zijn om dat weg te poetsen in een analyse van wat er mis is gegaan.

Maar honger zonder onderscheidingsvermogen is een open deur. En de vraag die we onszelf moeten stellen, juist als we erkennen wat goed was, is deze: wat is er door die deur meegekomen dat de toets van de Schrift niet doorstaat?

Van Geest naar ervaring

De eerste verschuiving is altijd subtiel. Openheid voor de Heilige Geest, op zichzelf Bijbels en gezond, verschuift langzaam naar een cultuur waarin de ervaring zelf het bewijs wordt van Gods aanwezigheid. Wat voelt, klopt. Wat niet voelt, mist iets. De Schrift wordt niet openlijk losgelaten, maar de ervaring wordt de voornaamste lens waardoor alles wordt gelezen. Bijbelteksten worden ingezet om ervaringen te bevestigen, niet om ze te toetsen.

Bij Frontrunners is dit proces zichtbaar in de manier waarop samenkomsten worden vormgegeven. Wonderen en tekenen worden niet als uitzondering beschreven, maar als standaard. De eigen website verwoordt het zo: Tom brengt “een sterk onderbouwd woord dat bevestigd wordt met wonderen en tekenen. Tijdens de samenkomsten ontvangen veel mensen genezing, bevrijding en doorbraak.” Het ontvangen daarvan wordt niet voorzichtig benoemd als iets dat God in zijn soevereiniteit kan doen, maar als iets wat de gelovige met het juiste geloof kan activeren. Wie niet “ontvangt”, wordt subtiel teruggeworpen op zichzelf. Wie tijdens een gebedsdienst niet valt in de Geest, wordt soms letterlijk omgeduwd. Dat is geen karikatuur; het zijn ervaringen die mensen met ons hebben gedeeld. Juist die momenten branden zich in het geheugen, omdat ze het tegenovergestelde zijn van wat de Heilige Geest doet: Hij dwingt niet, Hij nodigt uit.

Toms favoriete Bijbeltekst is veelzeggend: “Alles is mogelijk voor wie gelooft” (Markus 9:23). Een prachtige tekst, maar losgemaakt uit haar context vertelt ze een ander verhaal dan Jezus bedoelde. Want de vader in dat verhaal roept direct daarna uit: “Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!” Het is een schreeuw van afhankelijkheid, niet een formule van kracht. Bij Frontrunners klinkt die tweede helft zelden.

Van leiders naar gezalfden

Een tweede verschuiving raakt de kerkstructuur zelf. Frontrunners opereert niet in een vacuüm. De organisatie beweegt in het kielzog van netwerken die verwant zijn aan de New Apostolic Reformation. De taal wordt steeds groter: geen gewone gemeenteleiders meer, maar “frontrunners”, geroepenen met een bijzondere zalving. Tom de Wal functioneert naar de Engelstalige website van Frontrunners “powerfully in the apostolic & teaching gifts”, wat inhoudt dat zijn woord bevestigd wordt door wonderen en tekenen.

Het keerpunt dat De Wal zelf aanwijst, is veelzeggend. In 2014 was hij aanwezig bij een dienst van de Zuid-Afrikaanse evangelist Rodney Howard-Browne, een centrale figuur binnen de NAR-beweging die bekendstaat als de “Holy Ghost Bartender” vanwege de manifestaties van “heilig lachen” en “dronken in de Geest” zijn. Howard-Browne sprak het “vuur van God” over De Wal uit en profeteerde dat God door hem een grote opwekking onder jongeren in Nederland zou geven. Twee jaar later werd Frontrunners opgericht. In 2024 bezocht Howard-Browne opnieuw Nederland, waarbij De Wal op de voorste rij zat bij een bijeenkomst die in het teken stond van het “veroveren van naties” via drie domeinen: overheid, business en kerk. Dit is geen toevallige band; het is een geestelijke stamboom die je kunt volgen.

Het is moeilijk om de claims van bijzondere zalving te toetsen als tegelijkertijd de cultuur dicteert dat kritiek op de leider gelijkstaat aan het tegenwerken van Gods plan. Dit patroon kennen we uit de bredere NAR-beweging: wie twijfelt, staat in de weg. Wie toetst, mist geloof. Wie weggaat, mist de boot. Het is een gesloten systeem dat zichzelf bevestigt en buitenstaanders per definitie diskwalificeert. Howard-Browne zelf illustreerde deze houding treffend toen hij tijdens die bijeenkomst in 2024 De Wal adviseerde om critici niet serieus te nemen, met een woordkeus die we hier niet hoeven te herhalen.

Van geloof naar formule

En dan komt het welvaartsevangelie. Niet altijd brutaal en direct, zoals bij de Amerikaanse voorgangers die met privéjets vliegen, al begint die grens inmiddels ook in Nederland te vervagen. In Nederland komt het doorgaans sluipend, verpakt in woorden als “zegen”, “doorbraak”, “honderdvoudig vruchtdragen” en “Gods beste voor jou ontvangen”. De kerngedachte is steeds dezelfde: geloof is een hefboom. Als je genoeg gelooft, op de juiste manier bidt, de juiste woorden spreekt, dan opent God de sluizen.

Frontrunners is uitstekend in het verpakken van die boodschap. De marketingpsychologie is doordacht: gratis boeken als instap, toegankelijke taal over Bijbelse wetmatigheden rond geld en zegen, persoonlijke getuigenissen die als bewijs dienen. Op de website wordt uitgelegd hoe je partner kunt worden door maandelijks te schenken en hoe je dit kunt aftrekken bij de belastingaangifte. Er is zelfs een speciale uitlegpagina voor giften van meer dan 50.000 euro. In april 2024 maakte De Wal publiekelijk bekend dat één persoon 150.000 euro had geschonken.

De cijfers zijn inmiddels goed gedocumenteerd. Volgens de jaarrekeningen ontving Frontrunners Ministries in de afgelopen vijf jaar zo’n achttien miljoen euro aan giften en donaties. Alleen al in 2023 en 2024 kwam daar ruim elf miljoen binnen. De oprichter kocht privé samen met zijn vrouw een woonboerderij in Andel van bijna 1,2 miljoen euro. De stichting verwierf in 2022 zonder hypotheek een voormalig partycentrum met grond in Dussen voor circa 2,1 miljoen euro, waar een nieuw religieus centrum moet verrijzen. Er worden luxe auto’s weggegeven aan bevriende voorgangers: een Mercedes, een Audi, een BMW, een Seat, een Volvo. De Wal vliegt met privéjets naar buitenlandse conferenties, al blijft onduidelijk wie die vluchten betaalt. In 2025 kwam de bekende Amerikaanse televisie-evangelist Keith Moore bij Frontrunners spreken, een man die eerder kritiek kreeg omdat hij tien miljoen dollar had ingezameld voor de aanschaf van een privéjet. Hij bezit er drie.

Cultuurtheoloog Frank Bosman van de Universiteit van Tilburg typeert de dynamiek helder. Het gaat om de overtuiging dat materieel succes een causaal verband heeft met de hoeveelheid geld die je in de kerk investeert. Dat is de kern van het welvaartsevangelie. En De Wal bevestigt die theologie openlijk wanneer hij zegt dat het Gods belofte is dat we zullen uitlenen maar niet hoeven te lenen, en dat voorspoed met God leidt tot radicale vrijgevigheid en zegen voor Gods Koninkrijk.

Op het eerste gehoor klinkt dat mooi. Maar onder deze woorden schuilt een theologie die zegt: als jij geeft, zul je ontvangen. Wie veel zaait, zal veel oogsten. En die belofte wordt niet abstract gehouden. Ze wordt concreet gemaakt in auto’s, miljoenenprojecten en een levensstijl die haaks staat op wat de apostelen ons voorleefden.

De Bijbel kent een woord voor deze dynamiek. Paulus noemt het in 1 Timoteüs 6:5: mensen “die menen dat de godsvrucht een bron van winst is.” En hij voegt eraan toe: “Maar de godsvrucht met tevredenheid is inderdaad een grote winst.” Het verschil tussen die twee zinnen is het verschil tussen het evangelie en het welvaartsevangelie.

Wat er werkelijk kapotgaat

Het pijnlijkste aan het welvaartsevangelie is niet de theologie. Het zijn de mensen.

Want wanneer de belofte niet uitkomt, en dat doet ze vroeg of laat, dan draagt de gelovige de schuld. Je genas niet omdat je geloof te klein was. Je bedrijf ging failliet omdat er iets in je hart niet klopte. Je huwelijk brak stuk omdat je de juiste decreten niet had gesproken. Soms wordt het nog concreter: misschien heb je ergens een boeddhabeeldje in een la liggen, een occulte belasting die de zegen blokkeert. Het eigen-schuld-verhaal krijgt een geestelijk jasje, en dat maakt het extra wreed. Want nu is het niet alleen je eigen falen, het is je gebrek aan geloof. Dat legt een geestelijke last op mensen die ze niet dragen kunnen en niet dragen moeten.

Minister Dijkstra sprak in de Tweede Kamer woorden die wegen: mensen worden hier “voor de gek gehouden”. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd onderzoekt de praktijken. Sinds januari 2026 is er zelfs een nieuw landelijk hulppunt voor mensen die vastzitten in sektes, gefinancierd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Sekte-expert Arjan van Dijk noemde Frontrunners Ministries als voorbeeld van een organisatie die bij het hulppunt in beeld is. Dat zijn geen vijandige buitenstaanders die het geloof willen ondermijnen; dat zijn professionals die de schade zien.

Maar de diepste schade zit niet in wat een inspectie kan meten. Die zit in de moeder die na een genezingsdienst thuiskomt en haar kind nog steeds ziek is, en nu ook nog gelooft dat het aan haar eigen geloof lag. In de Omroep Brabant-podcast “Op Hoop van Zegen” vertelt Sebastiaan hoe zijn vrouw, ongeneselijk ziek, via de filmpjes van Frontrunners besloot te stoppen met pijnmedicatie. De schade zit in de jongere die na jaren van Frontrunners-onderwijs de kerk verlaat, niet omdat hij het geloof kwijt is, maar omdat het geloof hem kapotgemaakt heeft in de vorm die hij het aangeboden kreeg.

Er zijn inmiddels velen die nooit meer een kerkdeur binnengaan. Niet vanwege Jezus. Maar vanwege wat er in zijn naam is beloofd en niet is waargemaakt.

De groeiende schaduw

Wat Frontrunners bijzonder relevant maakt voor de bredere evangelische wereld is niet alleen wat er binnen de eigen samenkomsten gebeurt. Het is hoe de invloed zich uitbreidt.

Tom de Wal traint voorgangers en sprekers via bijbelscholen en conferenties. Die sprekers staan vervolgens op podiums in reguliere evangelische kerken. Soms openlijk, soms via omwegen: een vrouwendag hier, een jongerenavond daar, een gastspreker die toevallig in hetzelfde netwerk functioneert. Via deze achterdeur sijpelen de ideeën naar binnen. Het vocabulaire verschuift, de verwachtingen veranderen, en langzaam maar zeker kantelt de cultuur.

Die verspreiding is niet meer subtiel. In 2025 kondigde De Wal aan honderd nieuwe kerken te willen openen in Nederland. In september 2025 startte de eerste gemeente in Goes onder de naam Goed Nieuws Zeeland, met als voorgangers studenten van de eigen Revival & Ministry School. In januari 2026 volgde een gemeente in Eindhoven. Er staan meer op de planning. Dit is geen parakerkelijke organisatie die conferenties houdt. Dit is een kerkplantingsbeweging die haar eigen ecosysteem bouwt.

Ondertussen groeien de leerlingen door. Jelthe Kloens, een bekende voormalige student van De Wal, houdt inmiddels zelfstandig genezingsdiensten door het land. In het voorjaar van 2025 was hij niet welkom in Katwijk vanwege het verspreiden van medische desinformatie. Het college van burgemeester en wethouders noemde zijn komst “niet wenselijk” vanwege de kwetsbaarheid van zieke mensen. Kloens noemde het “stemmingmakerij” en ging elders gewoon door.

Gemeenten die zich hiervan bewust worden, staan voor een lastig dilemma. Want de sprekers brengen energie mee, enthousiasme, een gevoel van verwachting dat in veel kerken node gemist wordt. Je wijst niet zomaar iemand af die jongeren inspireert en zalen vol krijgt. Maar de vraag moet gesteld worden: wat komt er mee? Welk evangelie wordt er geleerd als niemand kijkt? Welke theologie brengen die enthousiaste studenten van de Frontrunners Bijbelschool mee als ze als groepsleiders bij je tieners worden ingezet?

Aan de voordeur worden bepaalde sprekers misschien geweigerd. Maar als ze via de achterdeur alsnog binnenkomen, wat heb je dan gewonnen?

Tilburg en het martelaarsverhaal

In januari 2026 werd Frontrunners op een onverwachte manier nationaal nieuws. Waarnemend burgemeester Onno Hoes van Tilburg liet een genezingsdienst van De Wal stilleggen en de voorganger arresteren, omdat de gemeente de bijeenkomst als een evenement zonder vergunning beschouwde. De Wal ging op straat door met bidden en werd daar gearresteerd, midden in een interview met Omroep Brabant.

Het Openbaar Ministerie oordeelde later dat de dienst geen evenement was en dat de arrestatie onterecht was geweest. De voorzieningenrechter tikte de burgemeester in maart 2026 op de vingers: er was feitelijk bestuursdwang toegepast zonder dat dit schriftelijk was vastgelegd, wat de rechter “niet te volgen” noemde.

Laten we hier eerlijk zijn: de arrestatie was onterecht. Godsdienstvrijheid is een grondrecht, en een burgemeester die een kerkdienst laat stilleggen zonder deugdelijke juridische grondslag, overschrijdt een grens. Zelfs cultuurtheoloog Frank Bosman, die De Wal in datzelfde interview een “charlatan” noemde, was kritisch op het handelen van de gemeente.

Maar hier wordt het ingewikkeld. De onterechte arrestatie speelt Frontrunners precies in de kaart. De Wal noemde het een “vorm van christenvervolging die we vaker kunnen verwachten in het Westen.” De juridische overwinning werd triomfantelijk gedeeld. Voor volgers bevestigt dit het narratief: de wereld vervolgt wie in geloof leeft. De profeet wordt afgewezen in zijn eigen land. Dat is een krachtig verhaal, en het feit dat de burgemeester fout zat, maakt het des te overtuigender.

Maar christenvervolging en terechte kritiek zijn twee verschillende dingen. Je kunt gelijk hebben over je grondrechten en tegelijkertijd ongelijk hebben over je theologie. De vraag of een genezingsdienst een evenement is, raakt niet aan de vraag of wat er in die dienst wordt geleerd de Bijbelse toets doorstaat. Het ene is een juridische kwestie. Het andere is een geestelijke.

En de mensen die er geweest zijn?

Een vraag die te weinig wordt gesteld, is wat er gebeurt met de duizenden mensen die door Frontrunners zijn gevormd. Studenten van de bijbelschool, trouwe bezoekers van conferenties, vrijwilligers die jarenlang hun hart en ziel in de beweging hebben gelegd. Zijn zij per definitie besmet? Moeten ze zich de rest van hun leven verantwoorden voor een verleden in een beweging die ze misschien inmiddels zelf kritisch bekijken?

Het antwoord zou nee moeten zijn. Lang leve het internet, zullen sommigen cynisch denken, want online verdwijnt niets. Maar de kerk zou juist de plek moeten zijn waar mensen niet worden vastgepind op hun verleden. Waar groei wordt gevierd in plaats van gearchiveerd. Waar iemand die eerlijk zegt “ik heb dingen geleerd, en ik heb dingen af te leren” met open armen wordt ontvangen.

Dit is geen klein punt. Er zijn ex-studenten die nu in gemeenten dienen en worstelen met de vraag of hun Frontrunners-verleden hen voorgoed diskwalificeert. Die angst is begrijpelijk, maar niet Bijbels. Paulus vervolgde de kerk. Petrus verloochende Jezus. De hele Bijbel staat vol met mensen die een radicale koerswijziging doormaakten en juist daardoor bruikbaar werden. Wie bereid is om eerlijk te kijken naar wat goed was en wat niet, verdient geen argwaan maar begeleiding.

De echte Jezus

Jezus zei: “In de wereld zult gij verdrukking hebben” (Johannes 16:33). Dat is geen voetnoot bij het evangelie. Dat is het evangelie. De Man die dit zei, stierf aan een kruis. De apostelen die Hem volgden, werden vervolgd, geslagen, vermoord. Paulus, die meer van de kracht van de Geest wist dan wie ook, schrijft over een doorn in het vlees die niet werd weggenomen, over honger en dorst, over schipbreuk en gevaar. Hij schrijft: “Ik heb geleerd tevreden te zijn in alle omstandigheden” (Filippenzen 4:11), niet: “Ik heb geleerd te claimen wat mij toekomt.”

Het welvaartsevangelie maakt van de belofte van verdrukking een anomalie. Lijden wordt een tijdelijke storing die geloofshelden snel overwinnen. Maar de Bijbel kent geen geloofshelden zonder littekens. Hebreeën 11, het beroemde geloofshoofstuk, eindigt niet met triomf maar met mensen die werden bespot, gegeseld, in stukken gezaagd, “van wie de wereld niet waardig was.” Dat is de wolk van getuigen die ons voorgaat. Niet de man met de privéjet.

Ds. T. Schakel, predikant van de vrije evangelische gemeente in Yerseke, kent de charismatische wereld van binnenuit. Hij werkte in het verleden mee aan genezingsdiensten. Nu blikt hij met spijt terug. Over welvaartsevangelisten zegt hij dat hij oprecht bezorgd is, omdat hij mensen kent die met het welvaartsevangelie in zee gingen en uiteindelijk zonder geloof en berooid hun levensschip ergens zagen stranden. Omdat hun een worst is voorgehouden die altijd buiten bereik bleef.

Dat is de vrucht die je herkent. Niet aan de voorkant, waar de zaal vol zit en de getuigenissen stromen. Maar aan de achterkant, waar de mensen zitten die niet meer durven geloven.

Eerlijk kijken, naar Frontrunners en naar onszelf

We eindigen met een vraag die ons eerder werd gesteld, en die we niet naast ons neer willen leggen: stel dat negentig procent van het onderwijs van Frontrunners juist is, is het dan niet eerlijker om te vragen wat we ervan kunnen leren, in plaats van alleen te veroordelen?

Die vraag verdient een serieus antwoord. Ja, er zit waarheid in het verlangen naar een levend geloof. Ja, de kerk mag meer verwachten van Gods Geest dan ze vaak doet. Ja, financiële vrijgevigheid is Bijbels, en ja, God wil het goede voor zijn kinderen. Als we dat ontkennen, belanden we in de andere greppel: de bange kerk die de Geest zorgvuldig op afstand houdt en elke uiting van verwachting wantrouwt.

Maar juist omdat er zoveel goeds in de grondtoon zit, is het des te urgenter om te benoemen waar de melodie ontspoort. Het is niet liefdeloos om te toetsen. Het is liefdeloos om het niet te doen. Want de moeder met het zieke kind verdient beter dan een formule. De jongere die alles gaf verdient beter dan schuld als het niet “werkt”. De oprechte gelovige die zijn portemonnee opende verdient beter dan een theologie die zijn gift in een hefboom verandert.

Tom de Wal is een kind van God. Dat geloven we, en dat zeggen we zonder ironie. Maar juist daarom mag de vraag gesteld worden die we aan elke leraar mogen stellen, ook aan onszelf: klopt wat u leert met de hele Schrift? Ook met Filippenzen 3:10, waar Paulus schrijft over “de gemeenschap van Zijn lijden”? Ook met Lukas 9:23, waar Jezus zegt dat wie Hem wil volgen, zichzelf moet verloochenen? Ook met de Bergrede, waar niet de rijken maar de armen van geest zalig worden gesproken?

Jakobus schrijft in zijn brief woorden die in deze context als een klok klinken: “Komt nu, gij rijken, weent en kermt over de ellende die u overkomt. Uw goud en zilver is verroest” (Jakobus 5:1-3). En even verderop: “Hebt geduld, broeders, tot de komst van de Heer. Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht van het land en heeft geduld” (Jakobus 5:7). Geen formule. Geen decreet. Geduld. Dat is een woord dat in het vocabulaire van het welvaartsevangelie zelden voorkomt.

Als de honger naar God wordt beantwoord met een belofte van welvaart, dan wordt de honger niet gestild. Dan wordt ze misbruikt. Maar als diezelfde honger ons drijft om eerlijk in de spiegel te kijken, naar Frontrunners en naar onze eigen blinde vlekken, dan is er hoop. Dan kan zelfs een pijnlijk gesprek vrucht dragen.

Er is een bron die houdt. Die Bron is Christus zelf. Niet het systeem dat in zijn naam is gebouwd. Niet de conferentie. Niet het partnerschap. Niet het decreet. Maar Hij. Gekruisigd, opgestaan, en meer dan genoeg.

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.