Er is iets kapotgegaan in hoe wij als christenen met elkaar omgaan. En het toetsenbord is het wapen geworden.

Wie de afgelopen maanden kerkelijke conflicten heeft gevolgd op sociale media, op Facebook, Instagram, nieuwsapps en WhatsApp-groepen, heeft iets gezien wat moeilijk te rijmen valt met het geloof dat wij belijden. Broeders en zusters die elkaar digitaal afmaken. Beschuldigingen van verkeerde invloeden en van leugens. Reacties die je eerder verwacht onder een politiek nieuwsartikel dan in een gemeenschap die zegt de liefde van Christus te volgen. En daartussenin: mensen die helemaal geen christen zijn, die het tafereel van een afstand bekijken en hardop lachen. Of erger: die hun vermoeden bevestigd zien. “Zie je wel,” zeggen ze. “Die christenen zijn geen haar beter.” En eerlijk gezegd is het moeilijk om hen ongelijk te geven wanneer je leest wat er onder kerkelijke berichten verschijnt.

De anatomie van een digitale storm

Het begint altijd klein. Een bericht op sociale media. Een reactie onder een post. Iemand die zijn hart lucht, en dat mag. Emotie is menselijk. Verdriet en boosheid over wat er gebeurt in een geloofsgemeenschap zijn volkomen begrijpelijk.

Maar dan kantelt het. De ene reactie lokt de andere uit. Nuance verdwijnt. Er wordt niet meer geluisterd, er wordt geschreeuwd. Mensen gaan in kampen denken: wie niet voor ons is, is tegen ons. En voor je het weet zijn het geen meningen meer die worden gedeeld, maar worden het veroordelingen die worden uitgesproken. Niet in een gesprek aan de keukentafel, waar je iemands ogen ziet. Maar achter een scherm, waar de ander een naam is, een profielfoto, een tegenstander.

Wat ons de afgelopen tijd is opgevallen, is hoe snel geestelijke taal wordt ingezet als ammunitie. “God heeft mij laten zien dat…” gevolgd door een beschuldiging. “De waarheid moet aan het licht,” als inleiding op een tirade. “Ik spreek dit uit in liefde,” vlak voor een bericht dat niets met liefde te maken heeft.

Laten we eerlijk zijn: dat is geen profetie. Dat is geen waarheid spreken. Dat is emotie verpakt in geestelijk jargon. En het richt verwoestende schade aan.

Hoe Jezus het deed

Er is een moment in het evangelie dat ons niet loslaat. Jezus staat voor de overspelige vrouw (Johannes 8). De menigte staat klaar met stenen. Ze hebben de wet aan hun kant. Ze hebben de feiten aan hun kant. De vrouw is schuldig. Er valt niets te nuanceren.

Maar Jezus pakt geen steen. Hij bukt zich. Hij schrijft in het zand. En dan zegt Hij dat ene zinnetje dat de hele dynamiek van de menigte ontmantelt: “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.”

Wij gebruiken dit voorbeeld graag, omdat het in zo veel situaties zó sprekend is.

Wat Jezus hier doet, is adembenemend. Hij ontkent de zonde niet. Hij bagatelliseert niet. Maar Hij weigert mee te doen met de meute. Hij weigert de vrouw te reduceren tot haar fout. En Hij houdt de menigte een spiegel voor: jullie staan hier niet omdat jullie heilig zijn. Jullie staan hier omdat het lekker voelt om te oordelen.

Dat is precies wat er gebeurt op sociale media. Het voelt goed om je mening te uiten. Het voelt rechtvaardig om “de waarheid te spreken.” Het voelt als trouw aan God om de ander publiekelijk de maat te nemen. Maar Jezus deed het niet. Terwijl Hij, als enige, er het recht toe had.

De onzichtbare schade

Wat mensen vergeten wanneer ze een scherpe reactie typen, is dat er aan de andere kant echte mensen zitten. Mensen met gezinnen. Mensen die ’s nachts wakker liggen. Mensen die hun kinderen moeten uitleggen waarom papa of mama wordt uitgescholden door mensen van de kerk.

Wij hebben gezien hoe mensen persoonlijk werden aangevallen in openbare reacties. Hoe gemeenteleden of soms zelfs vrijwilligers, mensen die hun vrije tijd geven aan de gemeente, werden weggezet als handlangers of meelopers. Hoe gezinnen uit elkaar werden gedreven, niet door het conflict zelf, maar door hoe erover werd gecommuniceerd. Hoe mensen die oprecht probeerden te bemiddelen, door beide kanten werden gewantrouwd.

Spreuken 18:21 zegt: “Dood en leven zijn in de macht van de tong.” In onze tijd zou je eraan mogen toevoegen: en van het toetsenbord. Elk woord dat je typt, wordt gelezen. Wordt gedeeld. Wordt screenshot. Leeft voort. Je kunt een gesproken woord nog terugnemen, je kunt erbij gaan zitten, je kunt de ander in de ogen kijken en zeggen: dat had ik niet zo moeten zeggen. Maar een digitaal bericht is als een kogel die is afgevuurd. Je kunt het niet terughalen. En het raakt altijd iemand.

Het probleem van het algoritme

Er speelt nog iets anders mee. Sociale media zijn niet ontworpen voor nuance. Ze zijn ontworpen voor engagement. Dat betekent: hoe scherper je bericht, hoe meer reacties. Hoe emotioneler je standpunt, hoe meer bereik. Hoe extremer je positie, hoe meer het platform je beloont.

Een doordacht, genuanceerd bericht over de complexiteit van een kerkelijk conflict krijgt drie likes. Een schreeuw van verontwaardiging krijgt honderd reacties. Het algoritme leert: boosheid werkt. En dus wordt de toon steeds harder, de nuance steeds dunner, en de afstand tussen mensen steeds groter.

In die dynamiek worden meningen opgehypt tot waarheden. Wordt een gevoel gepresenteerd als een feit. Wordt een vermoeden gecommuniceerd als bewijs. En wie het waagt om te nuanceren, wordt weggezet als naief, als verrader, of als iemand die “niet aan de goede kant staat.”

Dat is niet hoe de gemeente van Christus functioneert. Dat is hoe een meute functioneert.

Buitenstaanders kijken mee

Wat ons het meest raakt, is het effect op mensen buiten de kerk. Elke schreeuwende reactie onder een kerkelijk nieuwsbericht wordt gelezen door mensen die niets met het geloof hebben. En wat zien zij? Ze zien christenen die beweren dat Jezus liefde is, en die vervolgens digitaal elkaars bloed wel kunnen drinken.

In Johannes 13:35 zegt Jezus: “Hieraan zullen allen weten dat jullie Mijn leerlingen zijn: als jullie liefde hebben voor elkaar.” Niet: hieraan zullen ze het weten dat je de juiste leer hebt. Niet: hieraan zullen ze het weten dat je de waarheid spreekt. Maar: aan de liefde. Voor elkaar.

Elke keer dat een christen een ander publiekelijk afbrandt, sterft er een stukje getuigenis. Elke keer dat we in onze onderlinge strijd vergeten dat de wereld meekijkt, verliezen we terrein dat we in jaren preken niet terugwinnen.

En laten we eerlijk zijn over nog iets: tussen de reacties van oprecht bezorgde gemeenteleden zitten altijd mensen die geen enkele band hebben met de gemeente of met het geloof. Trollen, ruziezoekers, mensen die genieten van andermans ellende. Op sociale media is er geen deur waar een ouderling bij staat. Iedereen kan binnenlopen. En dat doen ze.

Het woord dat je niet typt

Jakobus schrijft: “Laat ieder mens snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, en langzaam tot toorn” (Jakobus 1:19). In een digitale wereld zou dat kunnen worden: wees snel om te lezen, langzaam om te typen, en langzaam om op verzenden te drukken.

Het moedigste wat een christen op sociale media kan doen, is soms: niets zeggen. Niet reageren op die ene provocatie. Niet de behoefte voelen om je gelijk publiekelijk te halen. Niet je verontwaardiging omzetten in een openbare reactie.

Dat voelt als zwakte. Maar het is kracht. Het is de kracht van iemand die weet dat niet elke strijd van hem of haar is. Dat niet elke waarheid op elk moment publiekelijk moet worden uitgesproken. Dat er een verschil is tussen strijden voor gerechtigheid en strijden voor je eigen gelijk.

Efeziers 4:29 zegt: “Laat geen vuil woord uit uw mond komen, maar wel een woord dat goed is voor de opbouw, naar wat nodig is, opdat het genade geeft aan hen die het horen.” Merk op: het criterium is niet “is het waar?” maar “bouwt het op?” en “geeft het genade aan wie het hoort?”

Hoeveel van wat wij de afgelopen maanden op sociale media hebben gezien, voldeed aan dat criterium?

Onze eigen worsteling

Wij zijn een blog. Wij schrijven. Wij publiceren. En daarmee staan wij zelf voor precies dezelfde vraag die wij hier aan de orde stellen.

Wij overwegen hoe wij sociale media willen gaan inzetten voor het delen van onze artikelen. En eerlijk gezegd worstelen we daarmee. Want we weten wat er gaat gebeuren. We weten dat er reacties zullen komen die niets met de inhoud te maken hebben. We weten dat onze woorden uit context zullen worden gerukt. We weten dat sommigen zullen reageren vanuit pijn, anderen vanuit woede, en weer anderen simpelweg omdat het internet nu eenmaal uitnodigt tot meningen die je aan de keukentafel nooit zou uitspreken.

En dus staan we voor een keuze. Reacties aan? Dan krijg je conversatie, maar ook chaos. Reacties uit? Dan bescherm je de toon, maar sluit je stemmen buiten.

We hebben hier nog geen antwoord op. En misschien is dat eerlijker dan doen alsof we het weten.

De weg vooruit

Wij geloven dat sociale media niet per definitie giftig zijn. Ze zijn een instrument. En zoals elk instrument kunnen ze worden ingezet voor opbouw of voor afbraak. Een hamer kan een huis bouwen en een raam inslaan. Het verschil zit niet in de hamer. Het verschil zit in de hand die hem vasthoudt.

Maar wij geloven ook dat we als christenen een hogere standaard hebben. Niet omdat wij beter zijn, maar omdat wij Iemand volgen die beter is. Iemand die, toen Hij werd uitgescholden, niet terugschold. Die, toen Hij leed, niet dreigde. Die Zijn zaak overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt (1 Petrus 2:23).

Dat betekent niet dat je nooit iets mag zeggen. Het betekent dat je je afvraagt: zeg ik dit om op te bouwen, of om af te breken? Zeg ik dit omdat het waar is en nodig, of omdat het lekker voelt? Zou ik dit ook zeggen als de ander tegenover mij zat?

En als het antwoord op die laatste vraag nee is, dan is de verzendknop niet de juiste knop.

Een vraag aan jou

Wij leggen de vraag bij jullie neer, als lezers van deze blog.

Als wij straks onze artikelen gaan delen via sociale media, hoe zouden jullie dat het liefst zien? Reacties open, met het risico op precies het soort dynamiek dat we hierboven beschrijven? Of reacties gesloten, zodat de tekst voor zichzelf spreekt en de conversatie elders plaatsvindt, per mail, in huiskamers, aan keukentafels?

We horen het graag. Mail ons op info@woordengeest.nl.

Want als er iets is wat dit hele verhaal ons heeft geleerd, dan is het dit: de manier waarop wij het gesprek voeren, zegt minstens zoveel over ons geloof als de woorden die we spreken.

“Blust de Geest niet uit. Toetst alles, en behoudt het goede.” (1 Tessalonicenzen 5:19-21)

Ook hoe we met elkaar praten.

Zeker online.

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.