In het kort. Dit artikel reconstrueert de crisis binnen de Vrije Baptistengemeente Bethel in Drachten (2016-2026). Het beschrijft hoe een verschil in leiderschapsvisie tussen voorganger Jacob Folkerts en het bestuur stap voor stap escaleerde tot een gemeentescheuring. Aan de ene kant een voorganger die vanuit geestelijk-visionair leiderschap de koers wilde bepalen. Aan de andere kant een bestuur dat koos voor collegiaal leiderschap en bredere verantwoordelijkheid. Het artikel belicht beide kanten, erkent fouten aan alle zijden, en plaatst het conflict in een bredere theologische en kerkelijke context. Het volledige verhaal lezen kost ongeveer 25 minuten.

Een woord vooraf. Aan dit artikel is wekenlang geschreven. Het is gebaseerd op een breed scala aan bronnen: openbare documentatie, verstuurde brieven, gesprekken met betrokkenen aan verschillende kanten van het conflict en veel eigen onderzoek. Wij streven naar eerlijkheid en zorgvuldigheid; neutraliteit claimen we niet. Klopt er iets niet in wat je hieronder leest? Mail ons via info@woordengeest.nl. Wij verifiëren je informatie en passen waar nodig de inhoud aan. Waarheid is geen bezit. Het is een gezamenlijke zoektocht.


Er zijn verhalen die je liever niet zou vertellen. Niet omdat ze onwaar zijn, maar omdat de waarheid zo gelaagd is, zo pijnlijk, en zo herkenbaar, dat je weet dat elk woord ergens landt. Bij iemand die nog rouwt. Bij iemand die boos is. Bij iemand die ’s nachts wakker ligt en zich afvraagt: hoe heeft het zover kunnen komen?

Dit is zo’n verhaal.

Het verhaal van de Vrije Baptistengemeente Bethel in Drachten. Een gemeente die groeide van zestig leden tot meer dan drieduizend. Een gemeente die in heel evangelisch Nederland gold als voorbeeld van wat God kan doen wanneer een gemeenschap zich toelegt op Zijn Koninkrijk. En een gemeente die in de afgelopen jaren, stap voor stap, scheurde langs lijnen die niemand zag aankomen, of die men niet wilde zien.

Waarom dit artikel, en waarom nu? Omdat het volledige verhaal tot nu toe niet is verteld. Er is veel geschreven over de crisis in Bethel – door kranten, op sociale media, in gemeentebrieven – maar steeds vanuit een bepaald perspectief. De ene bron belicht wat de andere weglaat. En een gemeente van drieduizend zielen verdient meer dan een verhaal dat maar een deel vertelt.

Dit artikel probeert het hele plaatje te schetsen. Niet om het laatste woord te hebben, maar omdat wij geloven dat mensen pas een eerlijke keuze kunnen maken wanneer ze het volledige verhaal kennen. Niet de versie van de ene kant. Niet de versie van de andere kant. Maar het verhaal zoals het zich heeft voltrokken, zo volledig als menselijkerwijs mogelijk is.

Een opmerking vooraf over namen. In dit artikel noemen we bewust verder geen namen van bestuurders, oudsten, medewerkers of gemeenteleden. Zij verdienen hun privacy en hun rust. Er is een uitzondering: Jacob Folkerts. Zijn naam noemen we wel, en dat doen we niet lichtvaardig. We doen het omdat zijn rol in dit verhaal zo centraal staat dat anonimiseren het onleesbaar zou maken. Dat betekent niet dat wij hem als enige verantwoordelijke zien. Integendeel. Dit is een verhaal waarin vrijwel iedereen een aandeel heeft.

“De waarheid zal u vrijmaken” (Johannes 8:32). Dat geldt ook wanneer die waarheid pijn doet.

We beginnen bij het begin.

2016: Een nieuw seizoen

In mei 2016 neemt Orlando Bottenbley afscheid als voorganger van Bethel Drachten. Bottenbley is degene die de gemeente groot heeft gemaakt. Toen hij aantrad, waren er zestig leden. Toen hij vertrok, waren het er meer dan drieduizend. Een fenomenale groei. Bottenbley stond bekend om zijn missionaire, naar buiten gerichte karakter. Hij gaf breed ruimte aan gastsprekers, aan vrijwilligers, aan initiatieven van gemeenteleden. Hij had altijd mensen en mede-voorgangers naast zich. Bethel was onder zijn leiding een bruisende, open gemeente.

Zijn opvolger: Jacob Folkerts, dan 34 jaar oud, afkomstig van de Vrije Baptistengemeente op Texel. De roeping van Jacob naar Drachten is niet over een nacht ijs gegaan. Er zijn vele gesprekken gevoerd met de Raad van Oudsten, met de werkvloer, met de hele gemeente. Over de belangrijkste onderwerpen waarover geen verwarring mag bestaan tussen gemeente en voorganger is uitvoerig gesproken. De conclusie was dat er een goede match was. Jacob voelde zich geroepen, de gemeente bevestigde die roeping, en zo begon een nieuw seizoen.

Maar al vanaf het eerste moment lagen er scheuren onder het oppervlak die niemand benoemde.

De vroege jaren: een voorganger die niet wordt gedragen

Jacob kwam als jong voorgangersgezin naar Bethel en wist zich duidelijk door de Heer geroepen. Maar vrijwel meteen hoorde hij, direct en indirect, dat sommige collega’s en gemeenteleden hem niet zagen zitten als voorganger. Dat heeft het gezin Folkerts jarenlang gebed, inspanning en eindeloze gesprekken gekost. Het gevoel niet serieus genomen te worden, simpelweg omdat je niet voldoet aan het beeld dat mensen hebben van hoe een voorganger van Bethel eruit hoort te zien. Wie eerlijk is, erkent dat dit een onmogelijke positie is. Dag in dag uit bouwen aan iets waarvan je weet dat een deel van je eigen team er niet achter staat.

Ondertussen bleek de vorige voorganger op de achtergrond betrokken. Hij bemoeide zich met gemeenteleden, met processen op de werkvloer en zelfs met de Raad van Oudsten, onder het mom van coach te zijn. Deze periode was zwaar, niet alleen voor Jacob persoonlijk, maar ook voor zijn gezin.

Bij Jacobs aanstelling was afgesproken dat hij twee jaar begeleid zou worden door een groep, om te evalueren of hij als enige voorganger voor zo’n grote gemeente de juiste keuze was. Die evaluatie is nooit uitgevoerd. Waar zijn voorganger altijd iemand naast zich had gehad, stond Jacob er alleen voor.

Laat dat tot je doordringen. Een jonge voorganger, midden dertig, die in het diepe wordt gegooid in een van de grootste gemeenten van Nederland. Zonder begeleiding. Zonder tweede voorganger. Met een voorganger die op de achtergrond nog invloed uitoefent. En met een deel van de raad dat hem van meet af aan niet zag zitten. Dat is niet alleen een organisatorische tekortkoming. Het is een falen in herderlijke zorg naar een mede-herder. Het bestuur heeft daar later ook openlijk verantwoordelijkheid voor genomen.

Maar er is meer. En dat meerdere ontvouwde zich geleidelijk, als een film in slow motion waarvan je het einde al voelt aankomen.

Een onzichtbare koersverschuiving

Waar Bottenbley een breed palet aan diensten en uitingsvormen faciliteerde, waar gastsprekers welkom waren, getuigenissen een vanzelfsprekend onderdeel vormden van de dienst, en waar de gemeente naar buiten gericht was, begon onder Jacob een geleidelijke maar merkbare verschuiving. De nadruk verschoof steeds meer naar Woordverkondiging, ten koste van het functioneren onder de leiding, in de kracht en met de gaven van de Heilige Geest.

Gastsprekers namen af. Getuigenissen tijdens de dienst werden ingeperkt; Jacob wilde dit beperken tot een getuigenis per dienst. Daar is destijds door bestuursleden tegenin gegaan. De gemeente werd meer naar binnen gericht en minder missionair.

Voor de eerlijkheid: niet iedereen ervoer dit als een probleem. Voor een deel van de gemeente was juist deze verdieping in het Woord wat ze zochten. Jacob was voor hen een trouwe, gedegen prediker die de Schrift centraal stelde in een tijd waarin dat lang niet vanzelfsprekend is. Dat mag gezegd worden, en die waardering is oprecht.

Maar het netto-effect was onmiskenbaar: de tentstokken werden stap voor stap smaller gezet. Steeds meer groepen voelden zich niet meer thuis binnen Bethel. Mensen vertrokken. Er ontstonden diverse afsplitsingen, waaronder Mozaiek0512 en God’s Foundation. Daarnaast waren er leden die formeel lid bleven maar de diensten niet meer bezochten.

Het probleem was niet dat er een nieuwe koers werd gevaren. Het probleem was dat die koerswijziging nooit expliciet werd benoemd. Er was geen gemeentegesprek over. Geen helder moment waarop gezegd werd: we gaan een andere richting op, en dit is waarom. De verschuiving voltrok zich geruisloos, en men heeft later beseft dat deze versmalling te lang heeft mogen voortduren zonder in te grijpen. Signalen van medewerkers en gemeenteleden zijn onvoldoende opgepakt. Dat is een verantwoordelijkheid die niet alleen bij Jacob ligt, maar ook bij het bestuur dat dit liet gebeuren.

Hier openbaart zich iets wat theologisch van groot belang is. Wanneer een voorganger de koers van een gemeente stap voor stap wijzigt zonder daarover open verantwoording af te leggen aan het bredere leiderschap en de gemeente, dan is dat geen visieontwikkeling. Dan is dat stille machtsuitoefening. Of het nu bewust of onbewust gebeurt. Maar het is evenzeer waar dat een bestuur dat jarenlang toekijkt zonder in te grijpen, medeverantwoordelijk is voor het resultaat.

Twee werelden die botsen

Onder de oppervlakte tekende zich een fundamenteel verschil af dat het hele verdere verloop zou bepalen. Twee leiderschapsmodellen die onverenigbaar bleken.

Jacob werkte vanuit wat je een geestelijk-visionair model kunt noemen. De voorganger als centrale figuur die de koers bepaalt, geestelijk onderscheidt wat goed is voor de gemeente, en vanuit die roeping het recht en de plicht heeft om in te grijpen wanneer dingen misgaan. Wie correctie nodig heeft, wordt gecorrigeerd. Wie de koers niet volgt, wordt daarop aangesproken. De voorganger staat, in dit model, in een bijzondere positie van gezag. Veel gemeenten in de vrij-evangelische traditie functioneren op deze manier, en het is niet per definitie ongezond.

Het bestuur werkte ondertussen toe naar een ander model: collegiaal leiderschap. Duidelijke structuren, bredere verdeling van verantwoordelijkheden, gezamenlijke besluitvorming. Taakgroepen werden onderverdeeld in zogeheten domeinen. Genade, herstel en ruimte voor verschillen als kernwaarden. Geen centraal geestelijk gezag bij een persoon, maar gedeeld leiderschap dat samen zoekt naar Gods wil.

Beide kanten wilden het goede voor de gemeente. Maar vanuit totaal verschillende kaders. En hier zit het tragische: die kaders zijn jarenlang niet expliciet benoemd. Het verschil groeide als onkruid onder de tegels, en toen het zichtbaar werd, was de schade al enorm.

De Bijbel kent beide accenten: sterk persoonlijk leiderschap en collegiaal gezag. Mozes leidde Israël alleen, totdat Jetro hem wees op de noodzaak van gedeeld leiderschap. In het Nieuwe Testament werkten Paulus, Petrus en Jakobus in teamverband. En toen Petrus, de rotsman, publiekelijk in de fout ging in Antiochië, werd hij door Paulus publiekelijk gecorrigeerd (Galaten 2:11). Petrus luisterde. Dat is geen zwakte. Dat is geestelijke volwassenheid.

De vraag die boven het conflict in Drachten hangt, is daarom niet alleen organisatorisch. Ze is bijbels: hoe verhoudt persoonlijk geestelijk gezag zich tot collectieve verantwoordelijkheid? En wat gebeurt er wanneer die twee niet langer samengaan?

Medewerkers onder druk: de menselijke prijs

Het verschil in leiderschapsvisie bleef niet beperkt tot vergadertafels. Het kroop de werkvloer op. En daar betaalde men de prijs.

Medewerkers vertrokken, en het begon niet toevallig. De eerste scheuren op de werkvloer ontstonden bij mensen die vonden dat de “perfecte kerk” bijna bereikt was, maar dat er eigenlijk nog een tweede voorganger nodig was. Iemand met wat meer charisma, die beter tot de jongeren en kinderen sprak, die het missionaire vuur levend hield. Jacob was het daar niet mee eens. Hij was ervan overtuigd dat hij dit allemaal zelf kon dragen. Het gevolg was dat medewerkers die dit anders zagen, gefrustreerd raakten en vertrokken. Sommigen legden plotsklaps hun taken neer. Maar het ging verder dan dat. Er werd niet handig gehandeld bij het ontslag van managers. Contracten van medewerkers werden niet verlengd. Vertrouwelijke informatie lekte.

Een veelgehoord verwijt vanuit de groep die achter Jacob stond, was dat pastorale oudsten niet werden geinformeerd over personeelsbeslissingen en dat dit in strijd zou zijn met de statuten. Dit verwijt verdient een eerlijke weging. Wie de statuten en het huishoudelijk reglement van Bethel naast elkaar legt, leest dat het bestuurscollege van Oudsten (BvO) samen met het managementteam verantwoordelijk is voor personeelsbeleid, organisatie en geestelijke koers. De pastorale oudsten dragen zorg voor de gemeenteleden en de kringen. Er staat nergens in de statuten dat pastorale oudsten geinformeerd moeten worden over personeelsbeslissingen.

Daar staat tegenover dat artikel 4.4 van het huishoudelijk reglement spreekt over “gezamenlijke verantwoordelijkheid” van de Raad van Oudsten voor de leer en het leven van de gemeente. Wie vanuit dat artikel redeneert, kan begrijpen dat pastorale oudsten zich buitengesloten voelden bij ingrijpende besluiten die de hele gemeente raakten. Het verwijt van “in strijd met de statuten handelen” houdt juridisch geen stand, maar het gevoel van buitensluiting is menselijk begrijpelijk.

Wat wel opviel, was een patroon: Jacob had met bepaalde medewerkers intensief contact, en negeerde anderen. Wie in lijn liep met zijn visie, werd omarmd. Wie vraagtekens plaatste of een eigen koers volgde, kwam in de kou te staan. De werkvloer raakte verdeeld: medewerkers die Jacobs richting volgden tegenover medewerkers die de bestuurlijke lijn steunden.

De samenwerking met een manager die was aangesteld voor Toerusting en Vorming werd door het bestuur beëindigd. Het bestuur erkende later dat het bij zijn aanstelling onzorgvuldig had gehandeld. Maar voor Jacob was het ontslag van deze medewerker, met wie hij goed kon samenwerken, de druppel die de emmer deed overlopen.

De ziekmelding als kantelpunt

In april 2025 meldde Jacob zich ziek. Burn-out, veroorzaakt door de jarenlange spanningen. De aanloop was veelzeggend: Jacob had eerst om een rustperiode van enkele weken gevraagd, iets wat bij voorgangers volkomen gebruikelijk is. Elders spreken wilde hij nog wel, maar even niet in Bethel. Het werd hem eerst toegestaan, maar vervolgens weer geweigerd. Hij moest zich maar ziekmelden.

De ziekmelding werd het kantelpunt in het hele conflict. Er werden afspraken gemaakt om los te laten en ruimte te nemen voor herstel. Maar in plaats van rust werd het verschil in visie scherper dan ooit.

Al binnen enkele weken na zijn ziekmelding gaf Jacob aan het bestuur door dat zij alles stil moesten leggen in de gemeente, waaronder zeven lopende sollicitatieprocedures, en dat enkele medewerkers ontslagen moesten worden. Het bestuur deed dat niet, omdat zij iets anders met Jacob hadden afgesproken. Jacob hield hieraan vast.

Wat volgde waren gesprekken onder leiding van een Arbo-gespreksleider. Het bestuur probeerde samen met Jacob een weg van herstel en verzoening in te slaan. Jacob richtte zich in deze gesprekken vooral op punten waarop het bestuur anders had moeten handelen. De gesprekken liepen vast.

De brief met voorwaarden

Jacob schreef na enkele gesprekken een brief aan het bestuur met wat hij noodzakelijk achtte voor zijn herstel en re-integratie. Belangrijk detail: Jacob gaf op de eerste bladzijde van deze brief aan dat de genoemde punten voor hem geen breekpunten waren. Dit is een nuance die ertoe doet en die eerlijk benoemd moet worden.

Dat gezegd hebbende, de punten die hij noemde waren niet mis. Het bestuur moest “te midden van de gemeente vergeving vragen” en eerdere besluiten terugdraaien. Drie stafmedewerkers moesten worden ontslagen. Twee vrijwilligers moesten uit hun bediening worden gezet. Het proces van aanstelling van oudsten moest opnieuw worden doorlopen. En eerder vertrokken medewerkers moesten terug in functie worden geplaatst.

Je kunt dit op twee manieren lezen. Vanuit Jacobs perspectief waren dit de zaken die in zijn ogen nodig waren om de gemeente gezond te maken. Hij had gezien hoe medewerkers waren weggegaan, hoe de sfeer op de werkvloer was verslechterd, hoe besluiten waren genomen waar hij het niet mee eens was. Vanuit die bril waren het geen onredelijke punten, maar een poging om recht te zetten wat scheef was gegroeid.

Vanuit het perspectief van het bestuur en externe begeleiders was het beeld anders: een zieke werknemer die als voorwaarde voor zijn terugkeer eist dat collega’s worden ontslagen, dat vrijwilligers worden verwijderd, dat bestuursleden publiekelijk schuld belijden, en dat de hele organisatiestructuur naar zijn hand wordt gezet. Sommige van deze zaken konden wettelijk niet eens worden uitgevoerd. “Geen breekpunten” op papier, maar in de praktijk zo fundamenteel dat terugkeer zonder inwilliging ondenkbaar leek.

Wie heeft gelijk? Misschien allebei een beetje. Jacob had reele grieven over hoe dingen waren gegaan. Het bestuur had reele bezwaren tegen de manier waarop die grieven werden geformuleerd. De tragedie is dat beide kanten het gesprek nodig hadden, maar de vorm waarin het werd gegoten dat gesprek onmogelijk maakte.

Bijbelse verzoening kent niet de weg van voorwaarden vooraf. Filippensen 2:5-7 is glashelder: Christus, die in de gestalte van God was, hield daaraan niet vast, maar heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een dienstknecht aangenomen. Het model is niet: ik kom terug als jullie buigen. Maar het is evenmin: buig jij maar, dan praten we wel verder. Verzoening vraagt wederzijdse ontlediging. En daar is geen van beide partijen volledig in geslaagd.

De brief die toch werd verstuurd

Het bestuur schreef een antwoordbrief op de voorwaarden van Jacob. Deze brief was hard. Het bestuur erkende zelf dat de brief Jacob zou beschadigen. Daarom werd in eerste instantie besloten de brief niet te versturen.

In een raadsvergadering met alle oudsten werd besloten de brief definitief niet te verzenden en in plaats daarvan een avond van verootmoediging te organiseren. Met alle oudsten, het bestuur, en Jacob en zijn vrouw. Er ging een zucht van verlichting door de zaal. Een doorbraak, leek het.

Maar aan het einde van die week werd de brief alsnog verstuurd. Het bestuur handelde hierin tegen het besluit van de raadsvergadering. Dat was een fout, en het bestuur heeft dit ook erkend.

Laat dit even tot je doordringen, ongeacht aan welke kant je staat. Een voltallige raad neemt een besluit. De verlichting is voelbaar. En dan wordt dat besluit binnen dagen genegeerd door het orgaan dat het had moeten uitvoeren. Voor de pastorale oudsten die met goede hoop naar huis waren gegaan, was dit een breekmoment. Hun vertrouwen in het bestuur, al kwetsbaar, werd hierdoor diep beschadigd. Dat kun je organisatorisch verklaren als een communicatiefout. Maar voor de mensen die het meemaakten, voelde het als verraad.

Tegelijk moet gezegd worden: de inhoud van die brief was niet onjuist. De voorwaarden die Jacob stelde waren inderdaad onwerkbaar als totaalpakket. De koers die hij voorstond zou de gemeente opnieuw diep hebben verdeeld. Het bestuur stond voor een onmogelijke keuze: meegaan met eisen die de gemeente zouden beschadigen, of standhouden en de confrontatie aangaan. Het was de timing en de methode die fout waren, niet noodzakelijk de analyse.

De dam breekt

Op 26 november stond de avond van verootmoediging gepland. De voltallige raad kwam samen. De eerste mededeling was dat die middag een vaststellingsovereenkomst aan Jacob was afgegeven met het verzoek deze te ondertekenen, en dat in gezamenlijkheid was geconcludeerd dat het beter was voor Jacob en de gemeente om uit elkaar te gaan zoals Paulus en Barnabas uit elkaar gingen, elkaar zegenend.

Het bestuur benadrukte nadien herhaaldelijk dat het niet de intentie had gehad om afscheid te nemen van Jacob voordat hij zich ziek meldde, of in de beginperiode van zijn ziekte. Gaandeweg hadden zij echter een houding en gedrag gezien die zij niet acceptabel vonden voor een voorganger van Bethel.

Op 29 november werd aan de gemeente gecommuniceerd dat re-integratie niet mogelijk was. Wat volgde was een explosie. De Bethel-app werd overspoeld met honderden berichten. Reacties werden verwijderd. Gemeenteleden werden gevraagd hun berichten te staken, maar velen weigerden. ‘Pro-Jacob’-berichten werden gewist. Mensen maakten hun profielfoto zwart uit protest. De toon werd grimmig. Vergelijkingen met een bomaanslag. Beschuldigingen van corruptie. Berichten over satanische invloeden. Iemand schreef: “Desnoods met een zwaard.” Een ander stuurde een bericht: “jullie denken dat jullie heel wat zijn he! Met jullie corrupte bende!”

En ergens in dat alles zaten gewone gemeenteleden die niet wisten wat ze moesten geloven.

Het zou oneerlijk zijn om het hele pro-Jacob-kamp af te rekenen op deze excessen. De meeste mensen die opkwamen voor hun voorganger, deden dat vanuit oprechte pijn en verwarring. Maar het zou even oneerlijk zijn om te doen alsof deze excessen er niet waren, of om ze weg te schrijven als incidentele emotie. Sommige gevallen zijn dusdanig uit de hand gelopen dat er bij de politie aangiftes zijn gedaan van fysieke bedreigingen en intimidatie. Medebroeders en medezusters zijn thuis opgezocht, niet om te spreken, maar om te eisen. Mensen stonden aan de deur en gingen niet weg. Gezinnen zijn bang gemaakt. Kinderen hebben dit meegemaakt.

Woorden en daden hebben kracht. Wie “desnoods met een zwaard” schrijft naar medebroeders, of bij mensen thuis langs de deur gaat om verhaal te halen en niet vertrekt voordat aan hun eisen tegemoet is gekomen, is niet meer bezig met verzoening. Dat is geen geestelijke strijd. Dat is intimidatie. En intimidatie heeft geen plaats in de gemeente van Christus, hoe groot het onrecht ook is dat men meent te hebben geleden.

De Schrift vraagt iets anders van ons. Niet zachte onverschilligheid, maar gepassioneerde liefde die zichzelf weet te beteugelen. Paulus schrijft in Galaten 6:1 dat wie iemand in overtreding betrapt, hem moet terechtwijzen met een geest van zachtmoedigheid, terwijl hij op zichzelf let, dat hij ook niet in verzoeking komt. Die zachtmoedigheid is geen zwakte. Zij is de kracht van iemand die zichzelf kent en zichzelf in hand weet te houden. Wie dat niet lukt, schaadt niet alleen de ander. Hij schaadt de zaak die hij zegt te dienen.

De gemeentevergadering van 15 december 2025

Op 15 december werd een gemeentevergadering belegd. Nog voor de vergadering begon, circuleerde er een oproep via WhatsApp. Gemeenteleden werden gevraagd om zich om 18:15 te verzamelen op het terrein van Bethel, om vervolgens in colonne naar het huis van Jacob te rijden en daar het lied “Hoe groot zijt Gij” te zingen. Zo’n vijftig mensen gaven gehoor aan die oproep.

Het was goedbedoeld, ongetwijfeld. Maar de symboliek was veelzeggend, en pijnlijk. Want “Hoe groot zijt Gij” is geen bemoedigingslied voor een mens. Het is een lofzang aan God. “O Heer mijn God, wanneer ik in ontzag…” – het zijn woorden van aanbidding, gericht aan de Schepper van hemel en aarde. En toch werd dit lied gezongen voor het huis van een voorganger. Niet in een dienst, niet als gebed, maar als eerbetoon aan een persoon.

Misschien is dat het scherpste beeld van wat er in Drachten was gebeurd. De grens tussen toewijding aan een herder en verering van een mens was vervaagd. Waar loyaliteit aan een voorganger samenvalt met taal die voor God is bedoeld, is er iets fundamenteels verschoven. Dan gaat het niet meer over steun aan een broeder in nood. Dan gaat het over een positie die wordt toegekend die geen mens toekomt.

De zaal met 1800 stoelen vulde zich; zeker driekwart was bezet. Tijdens de vergadering werd een petitie overhandigd. Onder de naam “VindenVolgenVerkondigen” hadden gemeenteleden handtekeningen verzameld met de oproep om volledige openheid, het terugtreden van het bestuur en de terugkeer van Jacob. Uiteindelijk werden 736 namen aangeboden. Hoewel de petitiestarters mensen buiten de gemeente hadden opgeroepen om niet te tekenen, was niet te achterhalen of alle ondertekenaars inderdaad lid waren.

Het bestuur erkende tijdens de vergadering fouten. Er werd vergeving gevraagd. De voorzitter sprak openlijk over wat er was misgegaan, niet alleen de afgelopen maanden, maar in de jaren daarvoor. Hij benoemde dat toen de vorige voorganger vertrok, een nieuwe weg was ingeslagen die stap voor stap was ingevoerd maar nooit duidelijk was benoemd.

Tegelijk werd de gemeente voor het eerst meegenomen in de voorwaarden die Jacob had gesteld voor zijn terugkeer, en legde het bestuur uit waarom het deze als schadelijk beschouwde voor de gemeente.

De zestien oudsten: een tegengeluid dat gehoord moet worden

Na de gemeentevergadering publiceerden zestien oudstenenparen een eigen verklaring. Zij namen openlijk afstand van de besluiten van het bestuur. Punt voor punt weerlegden zij de brief die het bestuur naar de gemeente had gestuurd.

Hun kernpunten: Jacob is niet ontslagen, maar onder gigantische druk gezet. De voorwaarden waren niet onredelijk. Het bestuur heeft eenzijdig de koers van de gemeente veranderd zonder overleg met de raad of de voorganger. Er is sprake van een koerswijziging richting meer charismatische elementen die de gemeente niet had gewild. Het bestuur eigende zich macht toe die het niet toekwam.

De enige oudste in het bestuur die achter Jacob stond, was door het bestuur uit hun gelederen verwijderd. Hij sloot zich aan bij de groep van zestien.

Dit tegengeluid verdient het om serieus genomen te worden. Niet als voetnoot, maar als een volwaardig perspectief op het conflict.

Deze zestien echtparen hadden jarenlang hun leven gegeven aan de gemeente. Ze hadden gebeden met mensen in hun diepste nood. Ze hadden kringen geleid, huwelijken begeleid, zieken bezocht. En nu voelden zij dat het bestuur, een orgaan dat statutair naast hen functioneerde en niet boven hen, besluiten had genomen die hun gemeente kapotmaakten, zonder hen daarin werkelijk te betrekken. Dat gevoel van buitensluiting was niet aanstellerij. Het was de oprechte ervaring van mensen die hun roeping serieus namen en zagen dat die roeping werd gemarginaliseerd.

Wie de verklaring naast de feiten legt, ziet echter ook elementen die kwetsbaar zijn.

De claim dat het bestuur “in strijd met de statuten” handelde, hebben we eerder al gewogen. Personeelsbeslissingen liggen statutair bij het bestuurscollege en het managementteam. Het verwijt klinkt krachtig, maar houdt juridisch geen stand. Tegelijk is het begrijpelijk dat mensen die jarenlang als gelijkwaardige oudsten hebben gefunctioneerd, dit anders ervaren.

De bewering dat Jacob “geen harde eisen” stelde maar “redelijke voorwaarden,” staat op gespannen voet met de concrete inhoud van zijn brief, hoe je de openingszin ook leest. Dat hij het ontslag van medewerkers, het uit bediening zetten van vrijwilligers en het publiekelijk schuld belijden door het bestuur noemde als onderdelen van het hersteltraject, gaat verder dan wat gebruikelijk is in een re-integratieprocedure. Of je dat redelijk vindt, hangt af van je perspectief.

De stelling dat het bestuur “eenzijdig de koers veranderde” is misschien wel het meest veelzeggende punt. Want wat was die koersverandering precies? Het bestuur erkende dat de gemeente onder Jacob was versmald: minder gastsprekers, minder ruimte voor gaven van de Geest, minder naar buiten gericht. Het bestuur wilde terug naar de breedte die Bethel altijd had gekenmerkt. Of dat een koerswijziging is, of een koerscorrectie, hangt ervan af wie je het vraagt.

Maar het meest opvallende aan de verklaring was iets anders. De zestien oudsten spraken consequent over het “behouden van de koers” en de “terugkeer van Jacob” alsof die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Alsof de koers van Bethel identiek was aan de persoon Jacob Folkerts.

Wanneer de identiteit van een gemeente wordt vereenzelvigd met een persoon, dan ontstaat een kwetsbare situatie. Niet omdat die persoon per se verkeerd handelt, maar omdat het de gemeente afhankelijk maakt van een mens in plaats van van Christus. Dat is een dynamiek die de Schrift nergens ondersteunt. De gemeente is van Christus. Niet van een voorganger, hoe geliefd ook.

Profetie als legitimatie

Wat het conflict extra complex maakte, was de rol die geestelijke taal speelde. Profetische woorden werden ingezet om standpunten te legitimeren. Dromen werden gedeeld als goddelijke bevestiging. Er circuleerden ingevingen die stelden dat “wat verborgen is, boven moet komen,” en dat Jacob de man was die dat zou doen. Het was dezelfde dynamiek die zichtbaar werd toen gemeenteleden voor de vergadering van 15 december in colonne naar Jacobs huis reden om daar “Hoe groot zijt Gij” te zingen – een lied aan God, gezongen als eerbetoon aan een mens. Geestelijke taal die ongemerkt van bestemming veranderde.

Wie kritiek uitte op Jacob, werd door sommigen niet slechts als iemand met een ander inzicht gezien, maar als iemand die onder een verkeerde geestelijke invloed stond. In de Bethel-app verscheen de bijbeltekst: “Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen.” Gericht tegen het bestuur. Een ander gemeentelid schreef over “satanische invloeden” in het leiderschap.

Dat is het gevaar wanneer geestelijke taal wordt ingezet als machtsinstrument. De profetische mantel wordt een pantser. Wie correctie afwijst onder het mom van trouw aan Gods roeping, plaatst zichzelf boven de toetsing die de Schrift voorschrijft.

In eerlijkheid: ook het bestuur is niet vrij van dit mechanisme. Het bestuur had immers besloten de profetieën met de gemeente te delen, tijdens de dienst nota bene. Maar het benadrukte tegelijkertijd dat geestelijke indrukken altijd getoetst moeten worden aan de Bijbel, aan gezamenlijke wijsheid en aan gezonde structuren. Dat is precies wat 1 Tessalonicenzen 5:19-21 zegt, en onze lijfspreuk is: “Blust de Geest niet uit. Toetst alles, en behoudt het goede.”

Toetsen. Niet alles klakkeloos aannemen. En ook niet alles bij voorbaat afwijzen. Maar toetsen. Aan het Woord. In de gemeente. Met nuchterheid.

De theologische kloof: zuiverheid versus genade

Aan de wortel van het conflict lag een theologisch verschil dat verder ging dan leiderschapsstijl.

Jacob stond voor wat je een “zuivere gemeente”-visie kunt noemen. Heiligheid, waarheidsgetrouwheid, zuiverheid in de leer. Wie niet voldeed aan die standaard, moest worden gecorrigeerd of verwijderd. Aanhangers van Jacob zagen het precies zo: het bestuur schoof de gemeente open voor invloeden die niet bijbels waren. Meer charismatische elementen, ruimte voor profetie buiten de toetsing van het Woord, sprekers uit Pinksterkringen. Sommigen gingen ver in hun waarschuwingen en noemden expliciet NAR (New Apostolic Reformation), Kingdom Now, het welvaartsevangelie, en invloeden van onder andere Hillsong en Bethel Music (de Amerikaanse).

Het bestuur stelde dat deze benadering van zuiverheid leidde tot een cultuur van controle en uitsluiting, die niet in lijn was met het Nieuwe Testament en met de brede identiteit van Bethel. Het bestuur benadrukte nadrukkelijk dat Bethel niet anti-evangelisch of anti-charismatisch is, maar dat het afstand neemt van onbijbelse overtuigingen zoals welvaartsevangelie en nieuwe apostolische autoriteit.

Dit was niet langer een meningsverschil over stijl. Dit ging over de kern van het geloof. En beide kanten hadden punten die serieus moesten worden genomen.

De zuiverheidskant had gelijk dat een gemeente die alles toelaat, haar identiteit verliest. De genadekant had gelijk dat een gemeente die alles controleert, haar warmte verliest. De waarheid ligt niet in het midden als compromis, maar in de spanning die de Schrift zelf vasthoudt.

In Johannes 8 staat de overspelige vrouw voor Jezus. De wet is helder: steniging. Zuiverheid eist haar recht. Maar Jezus bukt zich, schrijft in het zand, en zegt: “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.” Hij veroordeelt de zonde niet minder. Maar Hij weigert de zondaar uit te sluiten. Zuiverheid en genade zijn in Christus geen tegenpolen. Ze zijn twee handen van dezelfde God.

Een gemeente die zuiverheid boven genade stelt, loopt het risico een selecte club te worden van de juisten. Een gemeente die genade boven waarheid stelt, verliest haar fundament. Het brede midden, waar Woord en Geest samengaan, is de plek waar Christus Zijn gemeente bouwt. Hierover schreven we eerder ook al (zie onze vorige blogs).

De arts trekt de conclusie

In januari voerde Jacob opnieuw een gesprek met de arbodienst. De conclusie was helder: terugkeer in de eigen functie binnen Bethel lag niet voor de hand. Sindsdien wilde Jacob dat contact met het bestuur alleen nog verliep via een advocaat. Het bestuur probeerde samen met hem tot een goed afscheid te komen: een financiële regeling, gezamenlijke communicatie naar de gemeente, een passend afscheid. Een afscheid dat recht zou doen aan alles wat Jacob voor de gemeente had betekend.

Want laten we dat niet vergeten. Jacob Folkerts heeft bijna negen jaar van zijn leven gegeven aan Bethel. Hij heeft gepreekt, pastoraal werk gedaan, in de persoonlijke levens van honderden mensen gesproken, gebeden, gehuild. Mensen zijn tot geloof gekomen onder zijn prediking. Huwelijken zijn gered. Verslaafden zijn vrij gekomen. Dat is niet niets. Dat is het werk van een man die, wat je ook vindt van zijn leiderschapsstijl, zijn hart heeft gegeven aan de gemeente die hem riep.

Maar het conflict nam een juridische wending. We hebben besloten om ons hierover niet uit te laten in dit stuk.

Het definitieve einde

Op dinsdagmiddag 10 februari liet Jacob het bestuur onverwacht weten dat hij zijn dienstbetrekking bij Bethel per 1 maart opzegde. Hij gaf aan niet met het bestuur in gesprek te willen over gezamenlijke communicatie of een passend afscheid.

De volgende ochtend, woensdag 11 februari om 9:00 uur, stuurde hij op eigen initiatief een brief naar de gemeente. Deze brief werd verstuurd via hetzelfde kanaal dat eerder was gebruikt voor het rondsturen van brieven door de initiatiefnemers van de petitie. Dat wekte de indruk dat Jacob betrokken was bij eerdere communicatie via dit kanaal.

Zeer kort na het versturen nam het Nederlands Dagblad contact op met het bestuur. De redactie bleek al in het bezit te zijn van de brief en had een artikel voorbereid.

De toonzetting van Jacobs brief en de manier waarop deze was verstuurd veroorzaakten opnieuw grote onrust. Als bestuur raakte het hen diep dat Jacob opnieuw geen verantwoordelijkheid nam om de gemeente te beschermen tegen verdere verdeeldheid.

Veel gemeenteleden benaderden het bestuur om hun zorg te delen. Maar anderen gingen nog verder de andere kant op. Vrijwilligers werden door medegemeenteleden aangespoord hun taken neer te leggen. De verdeeldheid trok diepe sporen in relaties, in gezinnen, in bedieningen.

Kijk Omhoog: een nieuw begin, of een voorbereid vertrek?

Inmiddels werd bekend dat gemeenteleden die betrokken waren bij de petitie, samen met pastorale oudsten, het initiatief hadden genomen om een nieuwe stichting te beginnen: “Kijk Omhoog.” Op 8 maart zouden wekelijkse diensten starten in Drachten, met Jacob als voorganger.

De stichting heeft aangegeven dat de domeinnaam al op 13 november was geregistreerd, maar oorspronkelijk voor andere doeleinden bedoeld was. Dat is hun verklaring en wij kunnen die niet verifieren.

Wat we wel kunnen zeggen is dit: in november was de situatie al maanden aan het escaleren. De gesprekken liepen vast. De voorwaarden van Jacob lagen op tafel. De verdeeldheid in de raad was een feit. De timing roept vragen op, ook al hoeft dat niet te betekenen dat het antwoord kwade opzet is. Mensen die de bui zien hangen, bereiden zich soms voor zonder dat daar een masterplan achter zit.

Maar de snelheid waarmee alles vervolgens tot stand kwam, is opvallend. Binnen twee weken na Jacobs ontslag was er een stichting, een gehuurde kerk, drie volgeboekte diensten met 900 bezoekers, en een voorganger op de loonlijst. De voorzitter van Kijk Omhoog, een voormalig bestuurlijk oudste die eerder door het bestuur uit hun gelederen was verwijderd, gaf interviews aan de pers.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit twee dingen tegelijk kan zijn. Het kan een spontane reactie zijn van mensen die hun thuis kwijt waren en de kans grepen toen die zich voordeed. En het kan een ontwikkeling zijn die verder teruggaat dan de betrokkenen aangeven. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens daartussenin: een groep die niet actief toereikte naar een breuk, maar die wel voorbereid was toen het zover kwam.

De vraag die overblijft is pijnlijker dan de vraag naar een domeinnaam. Terwijl er nog gesprekken liepen over herstel en re-integratie, terwijl het bestuur in goed vertrouwen zocht naar een weg vooruit, terwijl externe bemiddelaars werden ingeschakeld: wist een deel van de betrokkenen al dat ze iets anders aan het opbouwen waren? En zo ja, wat betekent dat voor de oprechtheid van het herstelproces?

Vijftien oudsten leggen hun taak neer

Op 17 februari legden vijftien pastorale oudsten hun taak neer. Voor hen was het een gewetensbesluit. Ze hadden maandenlang geprobeerd het tij te keren, gesprekken gevoerd, brieven geschreven, gebeden. Ze hadden gezien hoe een raadsbesluit werd genegeerd. Ze hadden meegemaakt hoe een mede-oudste uit het bestuur werd gezet. Ze voelden zich niet langer gehoord. Voor hen was het neerleggen van hun taak geen daad van rebellie, maar van geweten. Ze konden niet langer functioneren binnen een structuur die zij als onveilig ervoeren.

Het gevolg was verwoestend. Hele regio’s stonden plotseling zonder pastorale zorg. Het bestuur moest noodgrepen doen om de zorg voor de gemeente te waarborgen.

Wat daarna volgde, maakte de wond dieper. Er bereikten het bestuur signalen dat sommige vertrekkende oudsten huiskringen bezochten, niet om pastoraal te dienen, maar om kringleden te informeren over de nieuwe gemeente. Of dit bewuste recrutering was of simpelweg het delen van hun eigen keuze, is moeilijk te beoordelen. Maar het effect was hetzelfde: de verdeeldheid drong door tot in de kleinste geloofsverbanden.

Er volgden tientallen opzeggingen van lidmaatschappen. De gemeente bloedde.

De stille meerderheid

Er is een groep in dit verhaal die vrijwel nergens aan het woord komt. De duizenden gemeenteleden die niet bij een kamp horen. Die niet op de Bethel-app schreeuwden. Die geen petitie tekenden, maar ook geen steunbetuiging stuurden naar het bestuur. Die elke zondag kwamen, of juist wegbleven, niet uit protest maar uit verdriet.

Mensen die al dertig jaar bij Bethel horen en die hun buren niet meer in de ogen durven kijken. Echtparen die het niet eens zijn over wie er gelijk heeft en die daar ’s avonds ruzie over maken. Ouders van wie de kinderen naar Kijk Omhoog gaan, terwijl zij zelf bij Bethel blijven. Vrijwilligers die trouw doorwerken maar die elke zondag voelen dat de helft van de stoelen leger is dan vorig jaar.

Dit stuk is ook voor hen geschreven. Niet om hen te vertellen wie gelijk heeft. Maar om hen te laten weten dat het hele verhaal bestaat uit meer dan twee kampen. En dat het niet kiezen ook een geloofsdaad kan zijn.

Wat er overblijft wanneer je eerlijk kijkt

Wie dit hele verhaal overziet, met alle nuance en pijn die erbij hoort, kan niet anders dan vaststellen dat hier iets is gebeurd wat helaas herkenbaar is in kerkelijke gemeenschappen. Twee visies op leiderschap die niet verenigbaar bleken. Een bestuur dat te lang toekeek en vervolgens te hard ingreep. Een voorganger die zich niet gehoord voelde en wiens reactie het conflict verdiepte in plaats van oploste.

Er tekent zich een dynamiek af die in leiderschapsonderzoek en kerkelijke geschiedenis veelvuldig is beschreven: wanneer het verschil in visie persoonlijk wordt, wanneer kampen zich vormen rondom personen in plaats van rondom principes, en wanneer de uitweg wordt gezocht in vertrek en hergroepering in plaats van in pijnlijke verzoening, dan is de kans groot dat patronen zich herhalen. Niet uit kwade wil, maar omdat de onderliggende dynamiek niet is opgelost.

Dat is geen oordeel over Jacob Folkerts als persoon. Het is een observatie over hoe conflicten in geloofsgemeenschappen werken. En het geldt net zo goed voor bestuurders die te lang vasthouden aan hun positie wanneer het vertrouwen weg is.

“Heerst niet over wat u is toevertrouwd”

Petrus schreef aan de oudsten: “Hoed de kudde van God die bij u is en houd daar toezicht op, niet gedwongen maar vrijwillig, niet uit winstbejag maar bereidwillig, ook niet als mensen die heerschappij voeren over het hun toevertrouwde, maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn” (1 Petrus 5:2-3).

Het woord dat hier vertaald wordt als “heerschappij voeren,” katakurieuo in het Grieks, is hetzelfde woord dat Jezus gebruikte toen Hij tegen zijn leerlingen zei: zo moet het onder jullie niet zijn (Markus 10:42-43). Het is het woord voor de machtsuitoefening van wereldse heersers. En het wordt expliciet tegenover herderschap geplaatst.

Dit woord geldt voor iedereen in dit verhaal. Voor een voorganger die vasthoudt aan zijn visie wanneer de bredere leiding daar niet in meegaat. Maar evengoed voor bestuurders die vasthouden aan hun positie wanneer het fundament van vertrouwen is weggevallen.

Eerlijk naar alle kanten

Het is belangrijk om eerlijk te zijn naar alle kanten. Het bestuur heeft fouten gemaakt. Te weinig transparantie. Te voorzichtig communiceren. Spanningen te lang intern houden. Een antwoordbrief versturen die besloten was niet te versturen. De koersverschuiving onder Jacob te lang laten gebeuren zonder in te grijpen. Dat zijn reele tekortkomingen, en het bestuur heeft daar verantwoordelijkheid voor genomen en vergeving voor gevraagd.

Maar fouten erkennen is niet hetzelfde als schuldig zijn aan de breuk. Het bestuur heeft, ondanks zijn fouten, consequent gezocht naar een weg van herstel. Het heeft externe begeleiding ingeschakeld. Het heeft gesprekken gevoerd. Het heeft tijd genomen. Het heeft de gemeente willen beschermen tegen verdere verdeeldheid. En het heeft uiteindelijk gekozen voor wat het zag als gezonde gemeenteontwikkeling: collegiaal leiderschap, genade en herstelcultuur, ruimte voor diversiteit, en geen centraal geestelijk gezag bij een persoon.

Dat is geen coup. Dat is verantwoordelijk besturen.

Ook Jacob heeft het goede gewild. Hij heeft gestreden voor wat hij zag als bijbels zuiver gemeente-zijn. Hij heeft zich verzet tegen wat hij ervoer als een koerswijziging die de gemeente van haar wortels losmaakte. Die overtuiging was oprecht. Maar de manier waarop die overtuiging werd doorgedrukt, de voorwaarden, het mobiliseren van aanhangers, het starten van een alternatief terwijl het herstelproces nog liep, heeft de gemeente dieper verwond dan nodig was.

Er is te veel gebeurd, en is het in onze optiek verstandig voor de langzittende bestuursleden om plaats te maken voor een nieuwe groep leiders vanuit de gemeente. Niet omdat zij gefaald hebben in hun kerntaak, maar omdat de wonden die zijn geslagen nu eenmaal ook aan hun handen kleven, hoe onterecht dat soms ook is. Er is te veel pijn, te veel wantrouwen, te veel associatie met het conflict. Een gemeente die wil genezen heeft leiders nodig die niet worden gezien door de bril van het verleden, maar die met schone handen en een frisse blik kunnen bouwen aan wat komt. Dat is geen straf. Dat is wijsheid. Soms is het moedigste wat een leider kan doen: opstaan, de gemeente zegenen, en ruimte maken voor wat God nieuw wil beginnen.

De bestuursleden die in 2025 zijn aangetreden verdienen daarbij een eerlijke kans. Zij hebben dit conflict geërfd, niet gecreëerd. Hun positie staat los van de keuzes die voor hun tijd zijn gemaakt, en zij zijn precies daardoor de aangewezen mensen om de brug te slaan naar wat komt.

De les die niemand wil horen

De crisis in Drachten is niet uniek. Zij is exemplarisch. Van wat er gebeurt wanneer twee visies op leiderschap jarenlang onbenoemd naast elkaar bestaan. Van wat er gebeurt wanneer een gemeente de identiteit van haar voorganger verwart met de identiteit van Christus. Van wat er gebeurt wanneer fouten aan beide kanten niet op tijd worden benoemd, en de druk zo hoog oploopt dat er niets overblijft dan breuk.

Wie nu naar Kijk Omhoog kijkt, mag hoopvol zijn. Er zijn oprecht zoekende mensen die een thuis nodig hebben. Er is een voorganger die het Woord wil verkondigen. Er is een verlangen naar gemeenschap. Maar wie eerlijk is, stelt ook de vraag: zijn de structuren die nodig zijn om gezond gemeente te zijn, de checks en balances, de bereidheid tot correctie, de openheid naar kritiek, al vanaf het begin ingebouwd? Want zonder die structuren herhaalt de geschiedenis zich. Niet uit kwade wil, maar omdat onopgeloste patronen dat nu eenmaal doen.

En wie naar Bethel kijkt, mag eveneens hoopvol zijn. Er is een gemeente die, ondanks alles, nog steeds samenkomt. Die nog steeds het Woord verkondigt. Die nog steeds gelooft dat God niet klaar is met Drachten. Maar ook daar geldt: zonder eerlijke reflectie, zonder nieuwe leiders, zonder de bereidheid om de pijn te erkennen die aan alle kanten is veroorzaakt, zal genezing oppervlakkig blijven.

Wat overblijft

In Drachten staat een kerkgebouw met 1800 stoelen dat stiller is dan het was. Er zijn gezinnen verscheurd. Relaties gebroken. Mensen die jarenlang schouder aan schouder stonden in het Koninkrijk van God, spreken niet meer met elkaar.

Elders in Drachten begint een stichting met diensten. Met een voorganger die zijn roeping voelt. Met mensen die hun thuis kwijt zijn en hopen het elders terug te vinden.

En ergens daartussenin, buiten de kampen, buiten de brieven en de petities en de persberichten, staan duizenden gewone gelovigen die zich afvragen: wie kunnen wij nog vertrouwen? Wie spreekt de waarheid? En waar is God in dit alles?

Het antwoord op die laatste vraag is misschien het enige wat alle partijen in dit conflict delen. God is er. In de pijn, in de verwarring, in de breuk. Niet als legitimatie van welke kant dan ook, maar als de Herder die Zijn kudde niet loslaat, ook niet wanneer de onderherders het niet meer eens worden over de weg.

Maar dat vraagt iets van iedereen die dit leest. Het vraagt het loslaten van de overtuiging dat jouw kant de enige geestelijke optie is. Het vraagt het aanvaarden dat andere stemmen niet per definitie tegenstand zijn, maar misschien wel het ijzer dat jou scherpt. Het vraagt het durven geloven dat een gemeente niet draait om een persoon, maar om Christus.

“Blust de Geest niet uit. Toetst alles, en behoudt het goede.” (1 Tessalonicenzen 5:19-21)

Niet waar een spreekt en de rest zwijgt.

Waar zij samenkomen.

In Zijn naam.


Op 18 april 2026 kwam deel 2 van deze reeks uit. Deze lees je hier.

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.