We leven in een wereld die allergisch is geworden voor wachten.

Same-day delivery. Antwoorden in seconden via AI. Series die in een weekend worden gebinged. Een swipe naar links als iemand niet meteen bevalt. Zelfs onze preken worden tegenwoordig door algoritmes samengevat, zodat we ze in drie bullet points kunnen consumeren tussen de koffie en de lunch.

En midden in die wereld zegt de kerk: veertig dagen. Wachten. Vasten. Vertragen.

Het klinkt bijna onbeleefd.

Het ongemak van de woestijn

De veertigdagentijd herinnert ons aan Jezus in de woestijn. Veertig dagen zonder voedsel, zonder afleiding, zonder publiek. Geen podcast op de achtergrond. Geen notificaties. Alleen Hij, de Vader en de verzoeker.

Wat opvalt is dat Jezus de woestijn niet in werd gedreven als straf, maar als voorbereiding. De stilte was geen leegte; het was de ruimte waarin Hij ontdekte wie Hij was en aan Wie Hij toebehoorde. Pas daarna begon Zijn publieke optreden.

Dat is een ongemakkelijke gedachte in een cultuur die gelooft dat je eerst moet presteren om daarna te mogen rusten. Jezus draaide het om. Eerst de stilte. Dan het werk.

Vasten als verzet

We denken bij vasten vaak aan iets opgeven. Chocola, Netflix, social media. En dat is prima. Maar vasten is meer dan een spirituele detox. Het is een daad van verzet.

Verzet tegen de leugen dat je bent wat je consumeert. Verzet tegen het idee dat je altijd beschikbaar, altijd productief, altijd “aan” moet zijn. Verzet tegen een economie die draait op je onvrede, want alleen wie ontevreden is, blijft kopen.

Vasten zegt: ik heb genoeg. Niet omdat mijn leven perfect is, maar omdat ik gevoed word door iets wat geen algoritme kan leveren.

In een tijd waarin techbedrijven miljarden investeren om onze aandacht vast te houden, is bewust loslaten misschien wel de meest rebelse daad die een christen kan plegen.

Wachten als geloofshouding

Er is iets wezenlijks verschoven in hoe wij omgaan met wachten. Wachten voelt als falen. Als je moet wachten op antwoord, op genezing, op richting, op doorbraak, dan moet er iets mis zijn. Toch?

Maar de Bijbel staat vol met mensen die moesten wachten. Abraham wachtte decennia op de beloofde zoon. Israël wachtte veertig jaar in de woestijn. David werd gezalfd als koning en verschool zich vervolgens jarenlang in grotten. De profeten spraken over een Messias die pas eeuwen later kwam.

God heeft blijkbaar geen haast.

Dat is niet omdat Hij traag is of onverschillig. Het is omdat Hij iets doet in het wachten zelf. Wachten is geen pauze in het geloofsleven. Het is het geloofsleven. Het is de plek waar vertrouwen wordt gesmeed, waar je leert dat je lot niet afhangt van wat je kunt regelen, maar van Wie je kent.

De moed om stil te zijn

We hebben de stilte verleerd. Niet alleen als samenleving, maar ook in de kerk. Onze diensten zijn vol. Vol muziek, vol woorden, vol programma. En dat mag allemaal. Maar soms vraag ik me af: durven we het nog, om gewoon stil te zijn?

Niet de stilte van “even een moment van bezinning” tussen twee liederen in. Maar echte stilte. Het soort stilte waarin je niets hoeft te doen, niets hoeft te voelen, niets hoeft te produceren. Waarin je mag zitten met je lege handen en je volle hart en wachten tot God spreekt. Of niet spreekt. En dat het dan ook goed is.

De mystici noemden dit “het donkere weten”: het besef dat God groter is dan je begrip, en dat juist in de leegte Zijn aanwezigheid het meest tastbaar wordt.

Pasen komt niet zonder Goede Vrijdag

De veertigdagentijd loopt uit op Pasen, en dat is geen toeval. Opstanding komt niet zonder lijden. Licht komt niet zonder duisternis. Feest komt niet zonder vasten.

In onze haast om bij het goede nieuws te komen, slaan we soms het proces over. We willen de overwinning zonder het kruis. De doorbraak zonder de worsteling. De oogst zonder het zaaien.

Maar zo werkt het koninkrijk niet.

De veertigdagentijd nodigt ons uit om het hele verhaal te leven. Niet alleen de hoogtepunten, maar ook de dalen. Niet alleen het halleluja, maar ook het “mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” Want juist in dat laatste lag de weg naar het eerste.

Een uitnodiging

Als je dit leest en je voelt de druk van een wereld die zegt dat je sneller, meer en beter moet: je mag stoppen. Je mag vasten. Je mag wachten. Je mag stil zijn.

Niet als prestatie. Niet als religieuze plicht. Maar als een daad van vertrouwen. Een gebed zonder woorden. Een uitgestoken hand naar de God die zegt: “Wees stil en weet dat Ik God ben.”

De wereld zal het niet begrijpen. Maar dat hoeft ook niet.

Het koninkrijk van God is er nooit op vooruitgegaan door mee te doen met de tijdgeest. Het ging altijd vooruit door er dwars doorheen te leven.

Veertig dagen. Dat is de uitnodiging. Niet om de wereld te ontvluchten, maar om er met andere ogen in te staan.

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.