Luister naar dit artikel:
0:00
0:00

Over een veiling in New York, de enige keer dat Jezus iets opschreef, en het handschrift dat aan het kruis werd uitgewist

In december 2018 ging bij veilinghuis Christie’s in New York een briefje onder de hamer. Anderhalf kantje, in het Duits, geschreven door Albert Einstein, ruim een jaar voor zijn dood. Het gaat over God en het staat bekend als de Godsbrief. Iemand betaalde er bijna drie miljoen dollar voor.

Drie miljoen. Voor anderhalf kantje óver God, van een man die vooral veel van sterren wist.

En nu de vraag die dit stuk op gang bracht: wat zou één regel waard zijn in het handschrift van Jezus zelf? Eén zin. Eén woord desnoods, geschreven met zijn eigen hand. Elke verzamelaar ter wereld zou er zijn kluis voor leegmaken, elk museum zou er zijn halve collectie voor inruilen.

Het bestaat niet. Het Woord werd mens, sprak drie jaar lang zinnen die de wereldgeschiedenis zouden ombuigen, en schreef, voor zover wij weten, nooit één letter op papier, perkament of steen.

Op één keer na. En die ene keer koos Hij het slechtst denkbare materiaal dat er te vinden was.

Een vinger in het stof

Vroeg in de morgen, in de tempel. Er wordt een vrouw voor Jezus neergezet, op heterdaad betrapt, en om haar heen staat een kring mannen met een strikvraag en stenen binnen handbereik. Mozes zegt stenigen, Meester. Wat zegt U?

We liepen onlangs al eens langs deze scène, toen om de discussie die Jezus weigerde te winnen. Vandaag blijven we staan bij dat andere detail. Zijn vinger.

Want Jezus bukt, en schrijft met zijn vinger in de aarde. Het is de enige keer in vier evangeliën dat we Hem zien schrijven.* En Johannes, die anders het uur van de dag onthoudt en vissen telt tot op de vis nauwkeurig, vertelt er nadrukkelijk niet bij wát er geschreven werd. Twee keer bukt Jezus. Twee keer schrijft Hij. En de tekst zwijgt.

Toen de mannen waren afgedropen, de oudsten eerst, bleef er niets achter dan letters in het stof. De eerste sandalen van die middag hebben ze uitgeveegd, of anders de avondwind wel. De enige tekst uit de hand van Gods Zoon heeft de zonsondergang niet gehaald.

Wat schreef Hij?

Tweeduizend jaar wordt er al gegist. De zonden van de aanklagers, zeggen sommigen. Hun namen, zeggen anderen. En er loopt een oud en intrigerend spoor door het boek Jeremia, waar staat dat wie de HEERE verlaten, de bron van het levende water, in de aarde geschreven zullen worden. Als de schriftgeleerden die morgen hun eigen profeten kenden, en dat deden ze, dan hoefde er misschien niet eens iets leesbaars te staan. Een rabbi die zwijgend in de aarde schrijft terwijl jij daar staat met een steen in je hand: die boodschap komt aan zonder één woord.

Maar eerlijk is eerlijk: we weten het niet. En misschien is dat zwijgen zelf de boodschap. De Geest, die wél liet noteren hoeveel watervaten er in Kana stonden, vond het niet nodig deze woorden te bewaren. Blijkbaar hoefden wij ze niet te hebben. Wat we moesten hebben, is bewaard gebleven: wie van u zonder zonde is, laat die als eerste een steen werpen. En daarna: Ik veroordeel u ook niet.

Er is trouwens nog iets wat Johannes niet opschrijft: haar naam. Haar misstap is nooit haar naam geworden. Ook dat is een manier van schrijven.

Drie keer de vinger van God

Wie de Bijbel doorbladert op zoek naar het handschrift van God, vindt welgeteld drie plekken.

De eerste is de Sinaï. Twee stenen tafelen, beschreven met de vinger van God, zegt Exodus. De wet, in steen. En de dag dat die stenen de berg af kwamen, was de dag van het gouden kalf; het kostte drieduizend mensen het leven.

De tweede is Babel. Midden in het feest van koning Belsazar verschijnen er vingers van een mensenhand die op de kalk van de muur schrijven: geteld, gewogen, en te licht bevonden. Diezelfde nacht stierf de koning.

De derde keer is deze morgen in de tempel. Dezelfde vinger, nu van vlees en bloed, schrijft niet in steen en niet op een muur, maar in stof. Tel nu eens de doden van die dag.

Nul.

De aanklagers lopen levend weg, stiller dan ze kwamen. De schuldige vrouw loopt levend weg, vrijer dan ze kwam. Het is de enige keer dat de vinger van God schrijft en er niemand sterft. Steen veroordeelt. De muur veroordeelt. Maar wat in stof geschreven is, kan worden uitgewist. Alsof Hij alvast liet zien welke kant het op zou gaan.

Het handschrift dat wél bewaard was

Want er bestond wel degelijk een document dat niet zomaar uitwisbaar was. Paulus noemt het met name: het handschrift dat tegen ons getuigde. De schuldbekentenis met onze naam erop. De lijst die klopte, regel voor regel, en die ons bij elke regel aanklaagde.

En hoor wat er met dat document gebeurd is. Hij heeft het uitgewist, schrijft Paulus, en uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Het enige geschrift dat onze ondergang kon worden, is doorgehaald door de Auteur zelf. De wind wiste zijn woorden in het zand. Hij wiste de woorden die tegen ons stonden. Dat is de ruil van Golgotha, in schrijverstermen: Hij nam de aanklacht, wij kregen een schone bladzijde.

Waar Hij nu schrijft

Is de vinger van God daarmee gestopt met schrijven? Integendeel. Hij is alleen van materiaal gewisseld, precies zoals de profeten hadden aangekondigd. Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, zegt God bij Jeremia, en die in hun hart schrijven. Geen steen meer. Harten.

Paulus zag het voor zijn ogen gebeuren en schreef aan Korinthe de zin waar dit hele stuk naartoe wilde: u bent een brief van Christus, geschreven niet met inkt, maar door de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen, maar op tafelen van vlees, van de harten. En let op wie er schrijft. Jezus noemde die kracht een keer de vinger van God, toen Hij demonen uitdreef; dezelfde daad heet elders de Geest van God. Het Woord schrijft nog steeds. Door de Geest. Op mensen.

En bedenk dan waar Hij die morgen in schreef. In stof. Uitgerekend stof, het materiaal waaruit de mens volgens bladzijde twee van de Bijbel genomen is, een handvol stof met adem erin. Hij schreef die morgen alvast in het materiaal waarin Hij altijd al zijn definitieve manuscript wilde zetten. Wij dachten dat het om de vloer ging. Het ging om ons.

Leesbaar

En dan de spiegel, want die hoort erbij.

Wij willen zo graag geschreven staan. Iets nalaten. Een naam die blijft, een bordje aan een muur, een boek, een tijdlijn vol bewijs dat we bestaan hebben. Wie dit schrijft, tikt nota bene elke week letters een beeldscherm op, in de hoop dat ze ergens landen.

Maar de methode van de Meester zet al mijn inkt op haar plaats. Hij liet geen tekst na. Hij liet mensen na. Woorden die niet in levens landen zijn zand, hoe sierlijk ze ook krullen. De vraag aan het eind van de dag is dus niet hoeveel ik geschreven heb, maar wat er in mij geschreven wordt. Paulus zegt het op het scherpst af: gekend en gelezen door alle mensen. Mensen lezen zelden jouw Bijbel. Ze lezen altijd jouw leven.

Dat is een ongemakkelijke gedachte voor iedereen die weleens verzucht dat de wereld het Woord niet meer leest. De wereld leest wel degelijk. Ze leest ons. En er lopen, eerlijk is eerlijk, brieven van Christus rond die klinken als een aanmaning. Dat kan de bedoeling van de Afzender niet zijn. Sinds die morgen in de tempel verstuurt Hij nog maar één soort post: genade, in mensenhandschrift.

De brief die rondloopt

Terug naar de veiling. Er zal nooit een regel van Jezus onder de hamer komen, en dat is geen verlies. Het is een aanwijzing. Zijn handschrift hangt niet achter glas. Het loopt rond. Het haalt morgenvroeg ergens koffie, het staat voor een klas, het zit aan een ziekenhuisbed, het ligt deze weken op een camping in Frankrijk. Als het goed is, heeft iemand deze week een stukje van Hem gelezen zonder een Bijbel open te slaan. In jou.

Drie miljoen dollar voor anderhalf kantje over God. En intussen loopt de brief van God gewoon buiten rond, gratis te lezen voor wie hem tegenkomt.

Wees leesbaar.

* Eerlijk is eerlijk, en dat past bij een blog dat “onderzoek alles” hoog houdt: dit gedeelte, Johannes 7:53 tot 8:11, ontbreekt in de oudste handschriften, en veel tekstwetenschappers zien het als later ingevoegd in het evangelie van Johannes. Toch staat het in vrijwel elke Bijbel, en niet uit slordigheid. Het geldt breed als echte overlevering over Jezus, vroeg en wijdverbreid, en te herkenbaar Zijn manier van doen om verzonnen te zijn. De kerk heeft het bewaard omdat het waar aanvoelt tot in de vezels. Dat uitgerekend dit verhaal bijna was uitgewist en tóch bleef staan, past bovendien wonderlijk goed bij waar het over gaat.

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.