Over opwekking die je kunt liken, bekering op het strand, en de vraag wat er gebeurt als het scherm uitgaat

Ergens in maart, op een strand bij Cancun, stond een man met een biertje in zijn hand en luisterde naar iemand die hij niet kende. De vreemde vertelde hem iets over Jezus. Niet veel, geen hele preek, gewoon iets. De man vertelde terug. Zijn moeder was kort daarvoor overleden aan alcoholisme. Hij droeg nu de zorg voor twee jongere broers en zussen. Ze stonden samen in het zand, en terwijl hij sprak, keek hij naar het biertje in zijn hand alsof hij het voor het eerst zag. Toen gooide hij het leeg. Niet omdat iemand het van hem vroeg. Omdat er iets in hem brak en tegelijk iets heel werd.

Dat verhaal komt van Reach Cancun 2026, een evangelisatieactie waarbij 48 christenen uit Latijns-Amerika, de VS en Europa tien dagen lang over de stranden van Mexico trokken. Aan het einde van die tien dagen hadden 22 mensen zich in de oceaan laten dopen. Het hotelpersoneel had het team gevraagd een avondprogramma te verzorgen voor alle gasten, een deur die niemand had gepland.

Ongeveer tegelijkertijd, op een smartphone in Drachten of Delft, scrolt een zeventienjarige door TikTok. Tussen de dansvideo’s en memes verschijnt een kort filmpje van Glen Fontein, 25 jaar, ex-prankvideomaker, inmiddels bijna twee miljoen volgers op TikTok, die vertelt hoe hij via zijn eigen tijdlijn bij Christus terechtkwam. Of van Zara Goedemans, 22, die na jaren van feesten tot geloof kwam toen ze zwanger werd van haar dochtertje. Ook zij bereikt elke dag honderdduizenden jongeren. Tussen hen in zit een hele generatie Nederlandse tieners die niet meer naar de kerk gaat, maar die wél elke dag ongevraagd geloof op haar scherm krijgt voorgeschoteld.

En dan de cijfers, want die kloppen in dezelfde richting. Onderzoeksbureau Qompas analyseerde de competentietests van 155.773 havisten en vwo’ers en vond dat het percentage dat geloof belangrijk vindt, is gestegen van 30 procent in 2019 naar 43 procent in 2025. Onder mannelijke havisten was de stijging het sterkst: achttien procentpunt in zes jaar tijd. De zesde editie van het VU-onderzoek ‘God in Nederland’, gepresenteerd in april vorig jaar, bevestigt een bredere trend: waar sinds 1966 elke generatie ongeloviger was dan de vorige, breekt generatie Z dat patroon. Niet spectaculair. Maar wel voor het eerst.

Er is dus iets aan het gebeuren. De vraag die mij bezighoudt is niet of het waar is, maar wat we eraan hebben als we niet weten wat het is.

Het verlangen dat niet sterft

Laten we beginnen bij wat goed is, want dat is waar ik wil beginnen en niet waar ik onder dwang van de kritiek uiteindelijk uitkom.

Er is een generatie die zoekt. Niet naar religie als systeem, niet naar de kerk als instituut, maar naar iets wat houvast biedt in een wereld die hen overspoelt met keuzestress, eenzaamheid en een scherm dat nooit stopt. Ze groeien op met een honger die ze zelf nauwelijks kunnen benoemen. En op het moment dat iemand hen vertelt dat er een God is die hen kent bij naam, gaat er iets open wat niemand in hun leven daarvoor had geopend. Dat is geen hype. Dat is het oudste verhaal dat er is.

De profeet Jesaja noteerde de uitnodiging al zevenhonderd jaar voor Christus: “O, alle dorstigen, kom tot de wateren” (Jesaja 55:1). Niet: kom tot de wateren als je dorst theologisch is gerijpt. Niet: kom als je uit een goed gezin komt. Gewoon: kom. De uitnodiging is radicaal open, en iedere jongere die dat verlangen voelt, ook al is het via een TikTok-filmpje tussen twee dansvideo’s door, staat dichter bij het koninkrijk dan de cynicus die het afdoet als trend.

De bange kerk ziet in elke nieuwe beweging een verdachte onderstroom. In elke influencer een potentiële dwaalleraar. In elke emotie een gevaarlijk surrogaat voor echt geloof. Soms heeft die argwaan een punt. Maar als argwaan het eerste is wat in je opkomt als iemand voor het eerst over Jezus hoort, dan is er iets misgegaan. Dan ben je niet meer aan het toetsen. Dan ben je aan het bewaken. En bewaken is iets anders dan hoeden. Dat onderscheid kent wie het ooit zelf heeft meegemaakt.

Het algoritme in je broekzak

Maar er is ook de andere kant, en daar moet ik even langer bij stilstaan, want hij wordt makkelijk overgeslagen.

Elders op deze site verscheen deze week een stuk over wat er gebeurt als predikanten het schrijven van hun preek aan een algoritme uitbesteden. De zorg daar is dat de worsteling met de tekst verdwijnt, en met die worsteling ook iets wat een gemeente alleen van een mens kan krijgen. Het stuk dat je nu leest gaat over een spiegel daarvan. Over wat er gebeurt als niet de voorganger zijn preek aan het algoritme uitbesteedt, maar de zoeker zijn geloof aan het algoritme uitbesteedt. Want ook dat is wat er gebeurt, alleen dan aan de andere kant van de dienst.

Het algoritme van TikTok en Instagram selecteert niet op waarheid. Het selecteert op emotie. De video die raakt, verschijnt vaker. De getuigenis die tranen oproept, wordt gedeeld. De worship-clip met het perfecte licht op het perfecte moment krijgt miljoenen views. Het algoritme beloont intensiteit, niet diepte. Het beloont het moment, niet het proces. Het beloont de bekering, niet de volharding. En dat maakt het niet slecht. Dat maakt het alleen ongeschikt om de vorming van een geestelijk leven aan toe te vertrouwen.

Het EO/BEAM-onderzoek onder vierhonderd jongeren liet vorig jaar zien dat 95 procent van de ondervraagden minstens één christelijke influencer volgt. 52 procent kijkt dagelijks naar christelijke content. 67 procent zegt dat die content hen aanmoedigt om meer tijd met God door te brengen. Dat klinkt als goed nieuws, en is het ook. Tot je bedenkt dat dezelfde jongeren gemiddeld drieënhalf uur per dag op hun telefoon zitten, en dat de volgorde waarin de inhoud bij hen binnenkomt niet is gekozen door een herder die hen kent, maar door een systeem dat hen aan het kijken wil houden. Dat zijn niet dezelfde belangen. Ze lijken alleen zo als het even goed gaat.

Het afstudeeronderzoek van CHE-student Lynn den Hartog laat zien dat de influencers die jongeren het meest volgen, niet degenen zijn met de diepste theologie, maar degenen met het grootste bereik. Rhodé Kok, Zara Goedemans, Glen Fontein. Ze delen hun geloof oprecht. Ze delen ook mode, muziek en hun dagelijks leven. Dat is niet fout, laat dat duidelijk zijn. Paulus werd voor iedereen alles om er enkelen te winnen. Maar er is een verschil tussen incarnatie en branding. Tussen het leven van Christus zichtbaar maken in je dagelijks bestaan, en het verpakken van Christus in content die het algoritme beloont. De incarnatie kostte God alles. Branding kost je een goede camera en een gevoel voor timing.

De vraag die Ernst van den Hemel, bijzonder hoogleraar religie aan de Universiteit Utrecht, op een symposium stelde over wat hij ‘godfluencers’ noemt, is brutaal maar eerlijk: winnen zij zieltjes of volgers? Het antwoord is waarschijnlijk: beide, tegelijk, zonder dat de influencer zelf altijd kan zien welke van de twee op dit moment de overhand heeft. Het algoritme ziet het onderscheid in elk geval niet. Het telt alles mee.

Tranen die opdrogen in de auto

Op 5 juni 2026 staat Rotterdam Ahoy vol voor wat de EO ‘het grootste worshipconcert van Nederland’ noemt, een jubileumconcert voor vijftig jaar EO-Jongerendag. Michael W. Smith, Martin Smith van Delirious, Ralph van Manen. De dag erna komen vijftienduizend jongeren samen voor de Jongerendag zelf. Het wordt een weekend waarop God, als ik eerlijk ben, waarschijnlijk aanwezig zal zijn op een manier die ik niet in woorden zou durven vatten. Er zullen mensen huilen. Er zullen levens worden geraakt. Daar twijfel ik geen seconde aan.

En tegelijk weet ik ook iets anders, en jij weet het ook. De meeste tranen bij een concert drogen op in de auto naar huis. De meeste voornemens op een worship-avond overleven de maandagochtend niet. Niet omdat de ervaring nep was, maar omdat een ervaring zonder wortels geen vrucht draagt. Dat is geen cynisme. Dat is tuinbouw.

Jonathan Edwards, de theoloog van de Eerste Grote Opwekking in het achttiende-eeuwse Amerika, schreef tientallen jaren over precies deze vraag. Zijn Religious Affections is geschreven aan beide adressen tegelijk: aan de enthousiastelingen die elke emotionele uitbarsting voor opwekking hielden, en aan de critici die elke emotie wantrouwden. Zijn antwoord was ongemakkelijk voor allebei. Hij maakte onderscheid tussen wat hij gracious affections noemde, werkingen van de Geest die het hart werkelijk veranderen, en common affections, die indrukwekkend oogden maar geen wortel hadden. Het verschil was niet de intensiteit, zei hij. Spectaculaire ervaringen waren niet per definitie oppervlakkig, en stille ervaringen waren niet automatisch diep. Het verschil zat in wat Edwards heel gewoon practice noemde. Het dagelijks leven dat erna komt. Wat er overblijft wanneer de muziek stopt, het scherm uitgaat en de maandag begint. Geduld met je kinderen. Eerlijkheid op je werk. Liefde voor de buurman die je nooit zou hebben uitgekozen als vriend.

Dat is de test. Niet de traan op het strand, hoe echt ook. Niet de doop in de branding, hoe mooi ook gefilmd. Maar wat er een jaar later nog van over is.

De welsprekendheid van een machine

En hier raken we iets wat Paulus al wist, al begreep hij niet wat een algoritme is.

Korinte was een moderne gemeente. Welsprekend. Kritisch. Ze hadden Apollos gehoord die de retorische kunst beheerste zoals weinigen, en ze beoordeelden hun leraren voor een deel op stijl. Tegen die achtergrond schrijft Paulus iets wat in onze tijd weer scherp wordt: “Mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van Geest en kracht, opdat uw geloof niet zou steunen op menselijke wijsheid, maar op de kracht van God” (1 Korinthe 2:4-5).

Let op wat hij niet zegt. Hij zegt niet dat welsprekendheid slecht is. Hij zegt niet dat inhoud er niet toe doet. Hij zegt dat hij zich niet heeft willen verlaten op wat hij zelf kon produceren, omdat hij wist dat het geloof van de Korintiërs anders zou gaan steunen op zijn kunst in plaats van op Gods kracht. Dat onderscheid was voor Paulus zo belangrijk dat hij er bewust tegen inging. Hij had welsprekender kunnen zijn, en koos ervoor dat niet te doen.

Een algoritme is welsprekendheid in haar meest efficiënte vorm. Het is menselijke wijsheid, opgeslagen en op afroep leverbaar, geselecteerd op wat raakt. Voor de prediker die zijn preek uitbesteedt is dat een verleiding. Voor de zoeker die haar geloof voedt met niets anders dan wat de algoritmes haar aanbieden, is het dezelfde verleiding, maar dan van de andere kant van de dienst. Allebei krijgen ze iets wat technisch klopt en emotioneel werkt. Allebei missen ze iets wat ze niet benoemen kunnen, tot op het moment dat het hard nodig is.

Paulus bracht iets anders dan welsprekendheid. Hij noemt het Geest en kracht. Dat is taal die ik niet wil platslaan en ook niet wil mystificeren. Wat ik ervan begrijp, is dit: er gebeurt in een werkelijke ontmoeting met het evangelie soms iets wat niet gepland is en niet te reproduceren valt. Een zin die landt op een manier die niemand had kunnen voorspellen. Een stilte die langer duurt dan de schrijver in gedachten had. Een tekst die ineens betekent wat niemand van tevoren kon zien. Dat is niet te organiseren, en het is niet altijd aanwezig, maar als het er is, herkennen mensen het. En als het er niet is, voelen ze dat ook. Het algoritme kan het niet leveren. Niet omdat de machine gebrekkig is. Omdat dit soort ding gewoon nooit iets is geweest dat een machine kon doen.

Het gevaar van twee greppels

Ik zie rond dit thema twee reacties die allebei kenmerkend zijn voor een deel van de Nederlandse kerk, en die allebei niet werken.

De bange kerk kijkt naar TikTok-bekeerlingen en ziet oppervlakkigheid. Ze hoort over stranddopen in Mexico en denkt aan emotionele manipulatie. Ze ziet de EO-Jongerendag als entertainment met een christelijk sausje. Deze kerk beschermt zichzelf tegen teleurstelling door nooit iets te verwachten. Ze heeft de Geest niet uitgeblust, maar wel op een veilige afstand gezet. Achter glas. Mooi om naar te kijken, maar raak het alsjeblieft niet aan, want dan kan er iets kapotgaan.

De zwevende kerk doet het omgekeerde. Die roept bij elke emotionele uitbarsting ‘opwekking’. Die telt aantallen alsof het koninkrijk van God een dashboard is. Die verwart het algoritme met de voorzienigheid, alsof het feit dat een video viraal gaat betekent dat de Heilige Geest erachter zit. Deze kerk is zo hongerig naar een teken dat ze vergeet te vragen waar het teken vandaan komt.

Beide missen hetzelfde: onderscheidingsvermogen. De gave die Paulus in 1 Korinthe 12 noemt als één van de gaven van de Geest, maar die in de praktijk zelden wordt beoefend. Want onderscheiden is lastiger dan oordelen. Oordelen kost een tweet. Onderscheiden kost een leven dat langzaam leert om vrucht van hype te onderscheiden, en dat leert door met God en met mensen op te trekken in plaats van door commentaar te leveren vanaf de zijlijn.

Christelijke TikTokker Vera Tomassen heeft ooit iets gezegd wat mij is bijgebleven. Als dit van God is, zei ze, dan zal het viraal gaan. Het klinkt als een gebed. Maar het bevat ook een aanname, en die aanname is niet kleiner dan ze lijkt. Want gaat het evangelie altijd viraal? Jeremia preekte veertig jaar en niemand luisterde. Jesaja kreeg van God te horen dat de ogen van het volk gesloten zouden blijven. Jezus zelf verloor zijn hele aanhang toen Hij sprak over het eten van zijn vlees en het drinken van zijn bloed. De menigte liep weg. Het werd stil. En Jezus vroeg aan de twaalf die nog over waren: “Willen jullie ook weggaan?”

Dat moment is het tegenbeeld van alles wat viraal is. Het is impopulair, ongemakkelijk, en het levert nul likes op. Maar het is het moment waarop Petrus, die op de meeste momenten alles verkeerd deed, ineens de goede zin uitspreekt: “Heer, tot wie zullen wij heengaan? U hebt woorden van eeuwig leven” (Johannes 6:68). Dat is geen trending topic. Dat is geloof dat blijft als de menigte al ergens anders is.

Wat we de stranddopers schuldig zijn

De 22 mensen die zich bij Cancun lieten dopen, verdienen niet onze argwaan. De jongere die via TikTok voor het eerst hoort dat God van haar houdt, verdient niet ons cynisme. Glen Fontein, die via een algoritme bij Christus uitkwam, verdient niet ons wantrouwen. Wat zij verdienen, en dat is in deze hele discussie het enige wat er echt toe doet, is een kerk die er is als het scherm uitgaat.

Niet een kerk die de vormen veroordeelt waarin ze God hebben gevonden. Niet een kerk die de aantallen viert en vervolgens niet weet wat ze met hen aan moet. Maar een kerk die bereid is langzaam met hen op te trekken, op het tempo van een leven dat zich niet laat versnellen door een app. Een kerk waar iemand hen kent bij naam en dat ook laat merken als er niemand filmt. Een kerk die de vragen van een TikTok-bekeerling serieus neemt in plaats van ze te stroomlijnen tot een bekeringsverhaal dat weer deelbaar is. Een kerk die geduld heeft met mensen die op zondag anders binnenkomen dan ze op vrijdag buitengingen.

Zulke kerken bestaan. Ik ken er een paar. Ze zijn zelden groot, ze halen bijna nooit het nieuws, en ze zien er van buitenaf niet spectaculair uit. Maar als je er binnenloopt op een woensdagavond, hoor je mensen die jaar na jaar naar elkaar blijven luisteren, die voor elkaar blijven bidden, die ruzie maken en het bijleggen, die oud worden en doorgaan. Daar groeit de vrucht waar Edwards over schreef. Niet omdat iemand er een strategie voor heeft bedacht, maar omdat er mensen zijn die weten dat geloof niet iets is wat je een keer ontvangt, maar iets wat je leert dragen in wat Hosea het omploegen van braakland noemt: “Zaai voor uzelf in gerechtigheid, oogst in goedertierenheid, ploeg uw braakland om, want het is tijd om de HEERE te zoeken, totdat Hij komt en gerechtigheid over u laat regenen” (Hosea 10:12).

Zaaien. Ploegen. Wachten. Dat zijn geen werkwoorden voor een reel van vijftien seconden. Ze zijn ook geen romantische ideeën. Ze zijn het gewone werk van een gemeente die weet wat ze aan het doen is, en die daarom niet in paniek raakt van een algoritme of van een stranddoop.

Adem, geen content

Er is iets aan het gebeuren met geloof in Nederland. Een deel daarvan is werkelijk van God, en dat mogen we dankbaar vieren zonder het uit te rekenen. Maar de test is niet het moment. De test is wat erna komt. Niet of de traan echt was, maar of het leven verandert. Niet of de doop viraal ging, maar of de gedoopte een jaar later nog steeds bij Christus wil horen. Niet of de Geest trending is, maar of de vrucht blijvend is.

En die vrucht herken je niet aan het scherm. Die herken je aan de tafel. In het gewone, heilige, ongefilmde leven waar geloof geen content is maar adem.

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.