Het is 06:59 als ik de app open. Dat had ik niet moeten doen, niet voor de koffie. Bovenaan staat Jouw assets, en daaronder een rijtje dat ik inmiddels kan dromen. Een hondje met een rode kraag. Nog een hondje, geel dit keer. Een hondje met een Vikinghelm. Daartussen een paar namen die ooit klonken als de toekomst.
Het gaat over ‘mijn’ cryptocurrency. Jaren geleden aangeschaft. En achter elke regel staat een getal in het rood. Min 75 procent. Min 89. Min 97. Min 98. Van ruim zevenduizend euro is iets meer dan twaalfhonderd over.
Ik zou kunnen zeggen dat het tegenzat. Dat de markt draaide, dat het timing was, dat het nog kan keren. Dat zijn de zinnen die je in deze wereld leert. Maar als ik eerlijk ben: het project is mislukt. Compleet.
En omdat ik weet dat ik niet de enige ben die ’s ochtends vroeg naar zo’n scherm staart, wil ik er iets over schrijven. Niet om mezelf te kijk te zetten, en ook niet om te preken tegen iets waar ik zelf middenin zat. Wel om te kijken naar het patroon eronder. Want dit is geen rekenfout. Het is een verhaal. En dat verhaal is ouder dan de blockchain.
De belofte van het korte pad
Niemand koopt een munt met een hondje erop omdat hij gelooft in de technologie. Dat mogen we gewoon zeggen. Je koopt hem omdat je hoopt dat het snel gaat. Dat je buurman drie jaar geleden ook instapte en nu een ander huis heeft. Dat er een kortere weg bestaat dan de lange weg van werken, sparen en wachten.
De Spreuken zijn daar opvallend nuchter over. Vermogen dat snel is verkregen, slinkt, staat er, maar wie beetje bij beetje verzamelt, ziet het groeien (Spreuken 13:11). En elders: wie haast heeft om rijk te worden, blijft niet ongestraft (Spreuken 28:20). Dat is geen dreigement. Het is een waarneming. Haast maakt blind voor risico.
Maar ik wil daar niet te snel het woord hebzucht op plakken. Dat is te makkelijk, en het is vaak ook niet waar. Onder het korte pad zit meestal iets anders. Het gevoel dat het gewone pad niet meer werkt. Dat een huis onbetaalbaar is, dat sparen niets oplevert, dat je met gewoon je best doen nergens meer komt. Het korte pad is vaak geen gulzigheid, maar wanhoop in een feestjurk. De munt belooft een uitweg uit een leven dat vastzit.
Dat maakt het niet minder gevaarlijk. Wel menselijker.
Een geloof met een eigen woordenschat
In de tijd dat ik ‘instapte’ zag ik ook daadwerkelijk dat het werkte. Alle coins werden dagelijks meer waard. Wie een tijdje in de cryptowereld meeloopt, leert een nieuwe taal. Je hodlt (Hold On for Dear Life!), je houdt vast, wat er ook gebeurt. Je hebt diamond hands als je niet verkoopt bij een daling, en paper hands als je dat wel doet. Twijfel heet FUD, angst, onzekerheid en twijfel, en die wordt verspreid door mensen die het niet snappen. De koers gaat to the moon. Je moet gewoon geloven.
Toen ik dat rijtje voor het eerst naast elkaar zette, schrok ik een beetje. Want ik ken die taal. Niet uit de beleggingswereld, maar uit de kerk.
Er is een belofte van een toekomst die straks alles goedmaakt. Er zijn profeten, met een camera en een grafiek, die zeggen dat het nu echt gaat gebeuren. Er is een gemeenschap die je vasthoudt, zolang je meedoet. Er is standvastigheid als hoogste deugd. En twijfel is niet een vraag die je mag stellen, maar een teken dat je het niet begrijpt, of erger, dat je de rest naar beneden trekt.
Dat patroon is niet uniek voor crypto. Het duikt overal op waar een groep iets heel graag wil geloven. In beleggersgroepen, in bewegingen, en eerlijk is eerlijk, ook in gemeentes. Het herkenningsteken is steeds hetzelfde: toetsen wordt verdacht. Wie vraagt of het klopt, wordt behandeld als iemand die niet genoeg vertrouwt.
De Bijbel kiest precies de andere kant. Onderzoek alles, behoud het goede (1 Tessalonicenzen 5:21). De gelovigen in Berea werden geprezen omdat ze elke dag controleerden of wat Paulus zei ook echt zo was (Handelingen 17:11). Niet omdat ze weinig geloofden, maar omdat ze het serieus namen. Echt geloof is niet bang voor een vraag. Alleen iets wat geen vraag kan hebben, moet twijfel verbieden.
Dat is misschien wel de les die me het meest raakt. Ik had het goede instinct allang. Ik gebruik het in de kerk. Ik zet het alleen uit zodra iets me rijk belooft te maken.
Vasthouden aan wat al weg is
Dan het moment waarop het misgaat. De koers zakt langzaam. Twintig procent, dertig, vijftig. En je verkoopt niet. Niet omdat je daar goed over hebt nagedacht, maar omdat verkopen voelt als bekennen (paper hands). Crypto gaat al jarenlang op en neer, dus er komt vanzelf wel weer een stijging.. toch? Zolang je niet verkoopt, is het verlies nog niet echt. Het staat alleen op een scherm. Het kan nog terugkomen. En dus blijf je zitten, en kijk je toe hoe naarmate de tijd vordert die min vijftig min negentig wordt.
Psychologen hebben er een naam voor, maar de Prediker beschreef het al: er is rijkdom die door een ongelukkige zaak verloren gaat, en de man die hem bewaarde houdt niets in handen (Prediker 5:12-13). Spreuken zegt het nog beeldender. Richt je je ogen op iets dat er zo is en zo weer niet? Het maakt zich vleugels, als een arend die opvliegt naar de hemel (Spreuken 23:5).
Ik heb dat vers vaak gelezen. Ik heb het nooit zo letterlijk gezien als nu. Je kunt een arend niet terugroepen door naar de lucht te blijven kijken.
De stilte
Want winst vertel je. Die screenshot deel je in de groepsapp, met een raket erachter. Verlies houd je voor jezelf. Juist daar wordt het gevaarlijk. Schaamte werkt in stilte, en in stilte groeit ze. Je gaat verstoppen. Voor je partner, voor je vrienden, soms voor jezelf. Je opent de app niet meer, of je opent hem juist tien keer per dag. Sommigen gaan bijstorten om het gat te dichten, met geld dat er eigenlijk niet is.
De eerste vraag die God in de Bijbel aan een mens stelt, is geen verwijt. Het is: waar ben je? (Genesis 3:9). Hij stelt die vraag aan iemand die zich verstopt. Niet omdat Hij het niet weet, maar omdat verstoppen nooit de weg naar herstel is. Wie wil dat het licht wordt, moet eerst uit de bosjes komen.
Dat is ook de reden dat ik dit stuk schrijf met mijn eigen scherm erbij. Niet uit exhibitionisme. Maar omdat ik vermoed dat er lezers zijn die precies zo’n scherm hebben, en er nog nooit met iemand over hebben gesproken.
Wat nu?
Het verlies kan ik dragen. Ik heb er rekening mee gehouden dat het mis zou kunnen gaan. Ik ga in dit stuk verder ook niemand vertellen wat je met je munten moet doen. Dat is aan jou, en als het om serieuze bedragen gaat, praat dan met iemand die er verstand van heeft. En als je hebt geleend om te beleggen, of als je merkt dat het verlies je in de problemen brengt: zoek hulp, en liever vandaag dan volgende maand. Via bijvoorbeeld Geldfit.nl kun je anoniem een eerste stap zetten. Dat is geen falen. Dat is uit de bosjes komen.
Maar er zijn een paar dingen die ik voor mezelf heb opgeschreven.
Kijk het getal aan. Niet het rendement, niet de hoop, maar het bedrag dat weg is. Noem het bij de naam. Pas als je het ziet zoals het is, kun je ermee verder.
Maak onderscheid tussen spijt en zelfhaat. Spijt is gezond. Het geld was niet echt van mij; ik had het in beheer. Dat ik er slordig mee ben omgegaan, mag ik eerlijk erkennen. Maar zelfhaat maakt niets goed. Het houdt je alleen gevangen bij het scherm.
En stel de vraag die eronder ligt. Waar zocht ik eigenlijk naar? Zekerheid? Een uitweg? Het gevoel dat ik slimmer was dan de rest? Wie die vraag eerlijk beantwoordt, leert meer dan wie alleen besluit nooit meer crypto te kopen. Want het korte pad heeft vele gedaantes. Als het niet deze munt is, is het de volgende.
Waar het sterretje staat
Jezus zei het ooit zonder omwegen. Verzamel geen schatten op aarde, waar mot en roest ze aantasten en waar dieven inbreken om te stelen (Matteüs 6:19). Als Hij het vandaag had gezegd, had er misschien ook iets over koersgrafieken in gestaan. Het punt blijft hetzelfde: wat vergankelijk is, vergaat. Dat is geen straf. Het is gewoon wat vergankelijke dingen doen.
Maar dan komt de zin die ertoe doet. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn (Matteüs 6:21). Jezus zegt niet: waar je hart is, daar leg je je schat. Het werkt andersom. Waar je in investeert, trekt je hart mee. Ik heb dat van dichtbij gezien. Ik keek eerder naar de koers dan naar de mensen om me heen. Om 06:59, voor de koffie.
Op mijn scherm staat naast één munt een klein geel sterretje. Favoriet, betekent dat. Ik weet niet eens meer waarom ik het daar ooit heb gezet. Misschien is dat de echte vraag die dit verlies achterlaat. Niet: hoe krijg ik het terug? Maar: waar staat mijn sterretje? Wat is mijn favoriet, het ding waar mijn ogen elke ochtend als eerste heen gaan?
Er is een schat die niet op min 98 procent kan staan. Die zich geen vleugels maakt. Die niet stijgt of daalt met de stemming van een markt of het tweetje van een miljardair. Die schat is geen munt, en geen strategie. Het is een Persoon, die niet vraagt om blind te geloven, maar die zegt: kom en zie.
Het scherm mag rood zijn. Dat is de waarheid, en die hoef ik niet mooier te maken. Maar het laatste woord is niet aan het scherm. Het is aan Hem.