Over een belofte op een slagveld, een man die niet als hindoe wilde sterven, en de hand die de weegschaal stilzet.

Twee legers staan tegenover elkaar op een vlakte, klaar om elkaar af te slachten. Tussen hen in staat een strijdwagen, en op die wagen laat de krijger Arjuna zijn boog zakken. In beide legers staat zijn eigen familie. Hij kan het niet. Zijn wagenmenner draait zich naar hem toe, en die wagenmenner blijkt niemand minder dan de god Krishna te zijn. Het gesprek dat volgt, achttien hoofdstukken lang, is de Bhagavad Gita, het geliefdste boek van India.

En helemaal aan het einde van dat gesprek doet Krishna de belofte die we in deel 4 al aankondigden. In vrije vertaling: laat alle plichten varen en neem je toevlucht tot Mij alleen; Ik zal je verlossen van alle zonden; treur niet.

Lees die zin nog eens. Niet je eigen verdienste, maar toevlucht. Niet jouw prestatie, maar zijn belofte. Je zou hem bijna tussen Romeinen en Galaten kunnen schuiven. En dus ligt er een vraag op tafel die we niet mogen wegwuiven: als er midden in het hindoeïsme al genade klinkt, wat heeft het evangelie dan nog toe te voegen? Wie die vraag ontwijkt, heeft niet echt gekeken. Dus kijken we.

De troost van de weegschaal

Eerst moeten we begrijpen waarom een miljard mensen aan karma hécht, want ook dat hoort bij eerlijk kijken.

Karma maakt de wereld kloppend. Niets is willekeur: elke traan en elke meevaller heeft ergens een oorzaak, al ligt die in een leven dat je je niet herinnert. En karma geeft je de regie: jouw toekomst ligt in jouw handen, elke goede daad telt, geen priester of god kan je afpakken wat je zelf opbouwt. Vergeleken met een universum van blind toeval is dat een troostrijke gedachte. Er wordt geboekhouden, dus er is rechtvaardigheid.

Ook wedergeboorte klinkt in westerse oren vaak als troost: nog een kans, en nog een. Maar let op: in India zelf heet het een rad, en van een rad wil je af. Vraag het de pelgrims in Varanasi. Ze komen niet naar de rivier om terug te mogen keren, maar om er eindelijk vanaf te komen.

Het gewicht van de weegschaal

Want wie de weegschaal lang genoeg draagt, ontdekt drie dingen.

Ten eerste: hij komt nooit tot rust. Vaste lezers kennen het beeld van de weegschaal al uit onze serie Een handvol stof; hier staat hij in het groot. Je kent je beginsaldo niet, want je vorige levens zijn uitgewist. Je kent het eindbedrag niet, want niemand zegt wanneer het genoeg is. Je weet alleen dat elke gedachte, elk woord en elke daad gewicht in een van de twee schalen legt, en dat jij de enige bent die mag tillen. Dat is geen verlossingsleer; dat is een levenslange boekhouding zonder inzagerecht.

Ten tweede: de weegschaal verklaart het lijden door de lijdende de schuld te geven. Als alles verdiend is, dan is ook de ziekte van een kind verdiend, en de armoede van een gezin, en de plek waar je wieg stond. Eeuwenlang kreeg die logica in India een naam: kaste. Wie als Dalit geboren werd, onaanraakbaar, droeg volgens het systeem gewoon zijn eigen rekening. De geschiedenis heeft die weging al eens van binnenuit uitgesproken. Bhimrao Ambedkar, geboren als Dalit, werd de belangrijkste architect van de Indiase grondwet, dezelfde grondwet die kastendiscriminatie verbood. Ik ben als hindoe geboren, zei hij, maar ik zal niet als hindoe sterven. In 1956, nog geen twee maanden voor zijn dood, stapte hij met honderdduizenden volgelingen over naar het boeddhisme. Niet omdat hij het rad niet kende, maar omdat hij eronder geboren was.

Laten we eerlijk blijven: de meeste hindoes trekken de wrede conclusie niet. Dienstbaarheid is juist een groot woord in India, en talloze hindoes vechten tegen het kastendenken. Maar dat ze de conclusie niet trekken, komt doordat hun hart groter is dan hun systeem. In deel 3 zagen we hetzelfde bij de bodhisattva: de liefde protesteert tegen de leer. De vraag blijft wat het systeem zelf zegt.

Deel 4 eindigde met de vraag wat je bij een ziekbed zegt. Het evangelie heeft die scène letterlijk. Jezus loopt met zijn leerlingen langs een man die blind geboren is, en de leerlingen stellen een zuivere karmavraag, tot en met de suggestie van schuld van vóór de geboorte:

Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden? Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden.

Johannes 9:2-3

En dan geneest hij de man. Jezus ontkent niet dat de wereld gebroken is door zonde, maar hij weigert de individuele boekhouding, en hij kiest bij het ziekbed niet voor verklaren maar voor ontfermen. De rekenmachine gaat uit; de handen gaan open.

En voordat wij te hard oordelen: karma gedijt uitstekend in kerkbanken. Wie ziek is, had meer geloof moeten hebben. Wie arm blijft, geeft vast te weinig. Wie gezegend wordt, zal het wel verdiend hebben. Het welvaartsevangelie is karma met een kruisje erop, en ook degelijke, ernstige gelovigen kennen de stille boekhouding van “na alles wat ik voor U gedaan heb”. De leerlingen bij de blindgeborene zitten gewoon in ons.

Ten derde, en dit is het diepste: een weegschaal kan niet vergeven. Karma is een wet, en wetten vereffenen; ze kunnen niet anders. De zwaartekracht kan je val niet kwijtschelden. Vergeving is een persoonlijke categorie: alleen iemand die zelf de schade draagt, kan zeggen dat de rekening niet meer telt. Waar geen Persoon achter de wet staat, kan schuld alleen worden afbetaald, nooit worden weggedaan.

De rivier en de bron

Zet daar nu het evangelie naast, en kijk eerst naar de reisrichting.

In het hindoeïsme reist de mens naar het heilige toe. Naar de tempel, naar de Ganges, naar de samenvloeiing van de rivieren waar eens in de zoveel jaar tientallen miljoenen pelgrims samenkomen, de grootste reis van mensen naar water die de aarde kent. Reinheid is een bestemming, en jij moet erheen.

De Bijbel draait de reisrichting om. Daar reist God. Naar een stal, naar een kruis, naar jou. En het water hoeft niet opgezocht; het wordt ontsloten, op zijn initiatief, op zijn kosten:

Te dien dage zal er een bron ontsloten zijn voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem, ter ontzondiging en reiniging.

Zacharia 13:1

We sloten deel 4 al af met Micha: niet jij draagt je zonden naar het water, Hij werpt ze in de diepten van de zee. En helemaal aan het einde van de Bijbel zag Johannes de omkering voltooid: een rivier van levend water die niet naar een heiligdom toe stroomt, maar eruit ontspringt, vanuit de troon, de volken tegemoet, met bladeren tot genezing van de volkeren. De Kumbh Mela is de mensheid op weg naar het water. Het evangelie is het water op weg naar de mensheid.

Wat Krishna’s belofte niet zeggen kan

En dan nu die zin uit de Gita, want die verdient een eerlijk antwoord. Laten we eerst zeggen wat ervoor pleit: van alle buren die het evangelie in Azië heeft, staat de bhakti het dichtstbij. Hier wordt niet gerekend maar liefgehad, niet gepresteerd maar toevlucht genomen. Wie in deel 4 heeft onthouden dat sommige stromingen de ziel niet laten oplossen in de oceaan, maar haar eeuwig tegenover God laten staan, ziet hoe dichtbij dit komt. Dit is de honger naar genade, en ze heeft ook hier een deur gevonden.

Maar drie dingen kan de belofte van Krishna niet zeggen.

Ze kan geen datum noemen. De Gita speelt op een mythisch slagveld, en veel hindoes lezen haar zelf als tijdloze symboliek: het slagveld ben jij. Prachtig, maar genade die alleen in een gedicht woont, blijft een gedachte. Het evangelie hangt aan een datum en een adres: een executie buiten Jeruzalem, onder een Romeinse landvoogd, met getuigen die met name genoemd worden. Genade heeft in het evangelie een lichaam.

Ze kan geen prijs noemen. In de hele Gita raakt de strijd Krishna zelf niet aan. Hij onthult zijn kosmische gestalte, verblindend en werelden verslindend, en Arjuna beeft. Ongenaakbaarheid is zijn glorie. Maar wat kost de belofte hem? Het evangelie durft die vraag te beantwoorden: de Belover betaalt zelf. Vergeving die niets kost, laat de weegschaal gewoon staan; het kruis is de plek waar de schuld niet genegeerd maar gedragen wordt. De genade van het evangelie heeft littekens.

En ze kan het rad niet breken. Ook met Krishna’s gunst blijft de kosmos een wiel, en blijft bevrijding ontsnappen. De Hebreeënbrief zet er twee zinnen tegenover die allebei om hetzelfde woord draaien: het is de mensen beschikt éénmaal te sterven en daarna het oordeel, en zo is ook Christus éénmaal geofferd om de zonden van velen op zich te nemen. Twee keer éénmaal. Geen reeks levens om het alsnog goed te maken, en geen reeks offers om het zeker te weten. Eén leven, één kruis, en een zekerheid die je nu al mag hebben: wie gelooft, zegt Jezus, ís overgegaan uit de dood in het leven. Niet ooit, na onnoemelijk veel rondes. Nu.

De weegschaal en de hand

Karma zegt: jij vult de weegschaal, leven na leven, tot hij ooit doorslaat naar de goede kant. Genade zegt: een Ander heeft hem gevuld, eens en voorgoed. Karma verklaart je lijden. Genade draagt het. Karma vereffent, want een wet kan niet anders. Genade vergeeft, want vergeven kan alleen een Persoon. Karma vraagt: is het al genoeg? Genade antwoordt: het is volbracht.

Divali bij de buren

Dan nu de vragen waarmee deel 4 eindigde, want die zijn concreet.

Eerst de uitnodiging van de buren. Ons antwoord in drie stappen. Zeg om te beginnen ja tegen de relatie. Jezus schoof bij iedereen aan, en aanschuiven is liefde, geen afgoderij; wie de uitnodiging van zijn hindoeburen principieel afslaat, heeft meestal niet zijn geloof maar zijn kans verdedigd. Maak vervolgens onderscheid tussen te gast zijn en meedoen. Het licht bewonderen, het eten delen, de verhalen horen: dat is gastvrijheid ontvangen. De puja meebidden of mee offeren: dat is aanbidding, en aanbidding is niet te leen. Paulus schreef nota bene hele stukken over precies dit soort vragen, over vlees dat aan afgoden geofferd was, en zijn lijn was ontspannen én scherp tegelijk: eet gerust wat je wordt voorgezet, maar doe niet mee met de offerdienst zelf. Wees er rustig eerlijk over: ik kom graag als jullie gast; bidden doe ik tot mijn eigen God. Vrijwel altijd wordt dat gerespecteerd, en vaak opent juist die eerlijkheid het echte gesprek.

En ken ten slotte je eigen geweten. De een kan dit met vrijheid, de ander niet, en Romeinen 14 verbiedt ons elkaar daarom te verachten. Knelt het bij jou: sla warm af, en nodig zelf uit. Gastvrijheid is een tweerichtingsstraat. Wie met Divali te gast was, kan met kerst gastheer zijn, en dan zit er ineens een hindoegezin aan een tafel waar gedankt wordt aan de God met de littekens.

En het gesprek met je hindoestaanse collega? Begin niet bij de beelden. De reflex van veel christenen is om eerst de driehonderddertig miljoen goden ter discussie te stellen, maar daarmee begin je bij wat het minst weegt. Begin bij de weegschaal. Vraag eens, ergens onderweg: wat gebeurt er in jouw geloof met schuld die je niet meer goedmaken kunt? Die vraag doet het werk, want elk mens draagt zoiets mee. En vertel dan gerust het verhaal van de blindgeborene, van de leerlingen die wilden rekenen en de Rabbi die wilde genezen. Verhalen reizen verder dan stellingen.

Onder dezelfde hemel verder

Daarmee is ons tweede tweeluik rond. Twee wegen, allebei op zoek naar bevrijding: de prins die het rad wilde stoppen door het verlangen te doven, en de rivier die het rad draaiende houdt tot de weegschaal ooit doorslaat. En één evangelie dat zegt: het rad is gebroken, de weegschaal is gevuld, de bron is ontsloten. Kom maar. In deel 6 verruilen we de tempel voor de sportschool. Ruim een miljoen Nederlanders staat wekelijks op een yogamat, en bijna niemand weet wie de zonnegroet eigenlijk groet. Wat is yoga: gymnastiek, gebed, of iets ertussenin? We zoeken het uit zoals beloofd: zonder paniek en zonder schouderophaal.

Herken je de weegschaal vooral uit je eigen geloofsleven? Uit het stille rekenen of het wel genoeg is, wat je bidt en geeft en doet? Weet dan dat de uitnodiging hieronder ook voor kerkmensen geldt, misschien wel juist voor kerkmensen. Genade is geen leerstuk om te snappen maar een hand om in te vallen. En praat erover met mensen die je kennen, in je eigen gemeente; een weegschaal draag je niet in je eentje weg.

Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.

Matteüs 11:28

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.