Over een tempel vol wierook, een apostel die tussen de afgodsbeelden ging staan, en waarom meer dan de helft van de wereld een ander verhaal gelooft.
Misschien stond je er deze zomer wel. Een tempel in Thailand, een offerplaats op Bali, of dichterbij: het winkeltje in de stad waar de wierook je al op straat tegemoetkomt. Gouden beelden, een vrouw die zorgvuldig fruit neerlegt bij een altaar, de geur van sandelhout. Je keek ernaar zoals je naar een schilderij kijkt. Mooi, vreemd, ver weg. En toen je kind vroeg wat die mevrouw aan het doen was, zei je: dat is haar geloof.
Daarmee was het gesprek klaar. Niet omdat je niet meer wilde zeggen, maar omdat je niet meer wist.
Wees gerust, je bent in goed gezelschap. Wij kunnen in kerkelijk Nederland haarfijn uitleggen wat het verschil is tussen evangelisch en reformatorisch. We discussiëren desnoods een avond lang over de gaven van de Geest. Maar vraag ons wat een boeddhist nu eigenlijk gelooft, en we komen niet veel verder dan karma, reïncarnatie en iets met mediteren. Vraag ons waarom ruim een miljard hindoes leven zoals ze leven, en het blijft stil.
De helft van de wereld
Even de getallen erbij, want die zijn groter dan we vaak beseffen. Er leven ruim acht miljard mensen op deze aarde. Ongeveer een derde daarvan noemt zich christen. Bijna twee miljard mensen zijn moslim. Ruim een miljard mensen zijn hindoe. Ongeveer een half miljard mensen leeft bij de leer van de Boeddha. En dan zijn er nog de volksreligies, de ontelbare mengvormen, en de snelst groeiende groep in ons eigen land: de mensen die nergens meer bij horen.
Meer dan de helft van de mensheid leeft dus bij een ander verhaal dan het evangelie. En dat is geen weetje voor een quiz. Het is je collega die elke ochtend mediteert voordat hij inlogt. De yogadocente om de hoek. Het gezin twee deuren verderop dat met Divali de lampjes aansteekt. De verre volken wonen allang niet meer ver weg.
En toch weten we er zo weinig van. Onze blik houdt meestal op bij de rand van Europa, en eerlijk gezegd vaak al bij de rand van ons eigen kerkverband. Die oogkleppen zijn begrijpelijk, er is dichtbij genoeg te doen. Maar begrijpelijk is nog niet hetzelfde als goed.
Twee reflexen die niets kosten
Als het oosten dan toch ter sprake komt in onze kringen, gebeurt er meestal een van twee dingen.
De eerste reflex is angst. Oosterse godsdiensten kwamen decennialang vooral voorbij als waarschuwing: pas op voor New Age, pas op voor meditatie, kijk er niet te lang naar, want voor je het weet zit je erin. Laten we eerlijk zijn over de kern van ernst die daarin zit: niet alles is onschuldig, en toetsen is Bijbels. Maar angst is een slechte leermeester. Wie alleen maar wegkijkt, leert niets. En wie niets leert, kan ook niets toetsen.
De tweede reflex is de schouderophaal. Alle religies willen toch hetzelfde, alle wegen leiden omhoog op dezelfde berg, wat maakt het uit. Dat klinkt ruimdenkend, maar het is het tegenovergestelde. Wie zegt dat alles hetzelfde is, heeft de moeite niet genomen om ergens echt naar te kijken. Het is onverschilligheid met een vriendelijk gezicht. En het doet bovendien geen recht aan boeddhisten, hindoes én christenen, want die geloven zelf helemaal niet dat het allemaal op hetzelfde neerkomt.
Twee reflexen, en ze hebben één ding gemeen: ze besparen je het kijken. De angst kijkt weg, de onverschilligheid kijkt er dwars doorheen. Beide houden de oogkleppen keurig op hun plek.
De man die eerst rondliep
Er is een derde weg, en die is zo oud als de kerk zelf.
Handelingen 17. Paulus wacht in Athene op zijn reisgenoten, in een stad die vol staat met beelden. Spotters zeiden dat je er makkelijker een god tegenkwam dan een mens. En Lucas noteert iets opvallends: Paulus’ geest werd in hem geprikkeld toen hij al die afgodsbeelden zag. Het liet hem dus niet koud. Hij vond het niet allemaal prima. Wie denkt dat eerlijk kijken hetzelfde is als alles goedvinden, moet deze zin nog maar eens lezen.
Maar let op wat hij vervolgens doet. Hij ontvlucht de stad niet, en hij ontploft ook niet. Hij gaat rondlopen. Hij kijkt. Hij leest de opschriften op hun altaren. Hij staat dag na dag op de markt te spreken met wie hij daar tegenkomt. En als hij dan op de Areopagus het woord krijgt, voor de filosofen van de stad, begint hij niet met een donderpreek maar met een observatie:
Mannen van Athene, ik zie voor mijn ogen, dat gij in elk opzicht buitengewoon ontzag voor godheden hebt; want toen ik door uw stad liep en de voorwerpen uwer verering aanschouwde, heb ik ook een altaar gevonden met het opschrift: Aan een onbekende god. Wat gij dan, zonder het te kennen, vereert, dat verkondig ik u.
Handelingen 17:22-23
Hij heeft dus echt gekeken. Sterker nog: even verderop citeert hij hun eigen dichters, uit het hoofd. Paulus kende de bronnen van Athene beter dan Athene de zijne. En juist vanuit dat serieus nemen verkondigt hij vervolgens zonder omwegen de God die hemel en aarde gemaakt heeft, de opstanding van Christus en de oproep tot bekering. Geen woord teruggenomen. Respect en overtuiging bleken geen tegenpolen; bij Paulus waren het twee kanten van dezelfde liefde.
De uitkomst was eerlijk verdeeld. Sommigen spotten, anderen wilden hem nog eens horen, en enkelen kwamen tot geloof. Zo gaat dat. Maar niemand in Athene kon zeggen dat deze man niet wist waarover hij sprak.
Onder dezelfde hemel
Daarom starten we na de zomer een nieuwe serie in deze rubriek: Onder dezelfde hemel. Over de grote levensverhalen van de wereld, en over hoe het evangelie zich daartoe verhoudt.
De naam komt uit diezelfde toespraak in Athene. Paulus zegt daar dat God uit één mens alle volken gemaakt heeft en hun tijden en woonplaatsen bepaalde, opdat zij Hem zouden zoeken en al tastende vinden, “hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons”. De vrouw met het fruit bij het altaar leeft onder dezelfde hemel als jij. Geschapen door dezelfde God. Gezocht door dezelfde liefde. Dat is de reden dat we durven kijken: niet omdat alles waar is, maar omdat Hij niet ver is.
Helemaal nieuw is deze aanpak niet voor ons. In het tweeluik De stem die mijn naam kende lieten we eerder zien hoe de islam er van binnenuit uitziet, en wat het volgen van Jezus daar kan kosten. Die lijn trekken we nu door naar het oosten.
Elke aflevering krijgt dezelfde opbouw. Eerst vertellen we het verhaal, zo eerlijk dat een aanhanger zichzelf erin zou herkennen. Dan benoemen we wat de traditie goed ziet, want elke grote traditie stelt echte vragen. Daarna wegen we, met de Bijbel open, waar het schuurt met het evangelie. En we eindigen praktisch: hoe voer je het gesprek met de mensen om je heen, zonder debatwedstrijd en zonder angst.
Wat je de komende maanden kunt verwachten
Een tweeluik over het boeddhisme: de prins die het lijden zag, en wat het kruis daar tegenover zet. Een tweeluik over het hindoeïsme: een miljoen goden, karma, en de genade die de weegschaal stilzet. Daarna losse afleveringen over yoga, over mindfulness en meditatie, en over de karma-taal die onze spreektaal is binnengeslopen. We sluiten af met wat het evangelie anders maakt dan elke andere weg. Tussendoor verschijnen in deze rubriek ook stukken over wat God wereldwijd doet, want de kerk groeit nergens zo hard als buiten Europa.
Wees ook gerust over wat deze serie niet wordt. Het wordt geen studieboek vergelijkende godsdiensten. Het wordt geen munitiedepot voor wie graag discussies wint. En het wordt al helemaal geen relativisme: wij schrijven vanuit de overtuiging dat er onder de hemel maar één Naam aan de mensen gegeven is waardoor wij behouden moeten worden. Juist daarom kunnen we ontspannen kijken. Wie zeker is van zijn fundament, hoeft niet bang te zijn voor het uitzicht.
Verwacht ook geen spookverhalen. In sommige kringen is alles wat uit het oosten komt per definitie duister, in andere kringen is alles onschuldige wellness. Wij kiezen de weg van de tekst die vanaf dag één boven deze site hangt: toetst alles, en behoudt het goede. Toetsen kan alleen als je iets eerst in je handen neemt. Dat gaan we doen. Soms zal de conclusie zijn dat er meer achter zit dan de sportschool erbij vertelt. Soms dat de paniek groter is dan het probleem. We beloven je alleen dat we eerst kijken en dan pas wegen, in die volgorde.
Het echte gesprek is niet hier
Terug naar die tempel, naar die vrouw met haar fruit. De volgende keer dat je kind vraagt wat zij aan het doen is, hopen we dat je meer kunt zeggen dan “dat is haar geloof”. Niet om haar in een hokje te stoppen, maar om haar werkelijk te zien: wat ze hoopt, wat ze vreest, wat ze zoekt bij dat altaar.
Want daar is deze serie uiteindelijk voor bedoeld. Niet voor betere argumenten, maar voor betere liefde. Petrus schrijft dat we altijd bereid moeten zijn tot verantwoording van de hoop die in ons is, en hij zegt er meteen bij hoe: met zachtmoedigheid en eerbied. Zachtmoedigheid zonder kennis wordt vaag. Kennis zonder zachtmoedigheid wordt hard. We hebben ze allebei nodig.
En zoals altijd geldt: het echte gesprek voer je niet op deze site. Dat voer je bij de koffieautomaat, op de camping, aan de rand van het schoolplein, naast de yogamat. Wij geven je alleen iets mee voor onderweg.
In deel 2 beginnen we bij het begin: bij een prins die op een dag de paleispoort uit reed en zag wat zijn vader al die jaren zorgvuldig voor hem verborgen had gehouden. Wat hij daarna ontdekte, bepaalt tot op vandaag het leven van een half miljard mensen.
…opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons.
Handelingen 17:27