Luister naar dit artikel:
0:00
0:00

In memoriam: een vrouw die enkele maanden voor haar overlijden haar gemeente vertelde waar ze haar kracht vandaan haalde

Drie maanden geleden werd ze geïnterviewd. Ze zat, want staan ging niet meer. Ze was ongeneeslijk ziek en ze wist dat ze niet lang meer had. De gemeente wilde haar getuigenis horen, en zij wilde het geven. De opname van haar getuigenis werd tijdens een dienst getoond.

Vorige week is ze overleden. Na de uitvaart heeft haar familie de opname van dat gesprek rondgestuurd. Niet om te laten zien hoe ziek ze was, maar om door te geven wat zij te zeggen had. Dat is precies wat een getuigenis is: iets wat verder moet dan de persoon die het uitspreekt.

Wij hebben het gekeken. En wij willen haar woorden hier een plek geven, zo trouw mogelijk aan wat ze zelf zei. Niet omdat ze nieuw zijn. Maar omdat ze waar bleken te zijn, tot op de laatste dag.

Ze zei dat God voldoende kracht geeft om alles te dragen. Ook als je ongeneeslijk ziek bent. Hij geeft je de kracht om daar vrede mee te sluiten, zei ze, met dat lot. Je kunt het dragen.

Ze zei dat Hij je de innerlijke rust geeft om er in vrede mee te leven. Ook als je weet dat je doodgaat. Dan draagt Hij je, continu.

Ze zei dat je God niet de schuld kunt geven. Dat heeft geen zin.

Ze zei dat je, als je op de bodem zit en het niet meer lukt, aan God kunt vasthouden. En dat het dan neerkomt op vertrouwen.

Ze zei dat Hij niet het onmogelijke van je vraagt. Maar wel dat je doet wat je wél kunt doen. Dat je de gaven gebruikt die je hebt ontvangen.

En ze eindigde met Romeinen 8. De laatste twee verzen. Niets zal ons scheiden.

Het bijzondere aan deze woorden is niet dat ze nieuw zijn. Je hoort ze vaker in de kerk. Het bijzondere is wie ze uitsprak.

Als een gezond mens zegt dat God kracht geeft om alles te dragen, kun je denken: dat is makkelijk gezegd. Als iemand het zegt die weet dat ze de winter niet haalt, kun je dat niet meer denken. Dan is het geen theorie. Dan is het een verslag.

Ze zei niet dat het meeviel. Ze zei niet dat ze beter zou worden. Ze zei dat ze het kon dragen, omdat ze gedragen werd. Dat is wat Paulus ook ontdekte toen hij drie keer bad of zijn doorn in het vlees weg mocht, en het antwoord kreeg: “Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht” (2 Korinthe 12:9). Niet: je bent sterk genoeg. Maar: Ik ben genoeg.

Ze had vrede met haar dood. Dat zeiden de mensen om haar heen, en dat zie je ook als je naar haar kijkt.

Die vrede is niet vanzelfsprekend. Ze is ook niet hetzelfde als berusting. Berusting is: het is nu eenmaal zo, verzet heeft geen zin. Dat kan iedereen leren, met of zonder God. Wat zij had was iets anders. Ze had geen vrede gesloten met een ziekte, maar met de God die haar door die ziekte heen droeg.

Dat is ook de vrede die Jezus had in Gethsémané. Niet een vrede zonder angst. Hij was doodsbang en bad of het anders mocht. De vrede kwam erna: “Niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.” Vrede met je lot is in de Bijbel nooit vrede met een noodlot. Het is vrede met een Vader.

Je kunt God niet de schuld geven. Dat heeft geen zin.

Zo zei ze het, nuchter en kort. En er zit meer in dan je op het eerste gezicht denkt.

Want wie God de schuld geeft, maakt van Hem een tegenstander. En dan blijf je alleen achter, met je ziekte en met een God aan de andere kant van de tafel. Juist op het moment dat je Hem het hardst nodig hebt.

Dat betekent niet dat je niet mag klagen. De psalmen staan er vol mee. Job deed het, en kreeg aan het eind gelijk boven de vrienden die alles zo netjes konden verklaren. Klagen bij God is een vorm van vasthouden. Maar schuld geven is loslaten. En zij liet niet los.

Als je op de bodem zit en het lukt niet, kun je aan God vasthouden. Dan komt het neer op vertrouwen.

Ze sprak over de bodem alsof ze er geweest was. Waarschijnlijk was ze er ook geweest. Niemand komt van een diagnose naar vrede zonder langs de bodem te gaan.

En vertrouwen is inderdaad wat er overblijft als al het andere wegvalt. Niet begrijpen, want dat lukt niet. Niet voelen, want dat wisselt per dag. Vertrouwen. Dat Hij er is, ook als je het niet merkt. Dat Zijn hand onder je zit, ook als je de jouwe niet meer kunt optillen. “Onder u zijn eeuwige armen”, staat er in Deuteronomium 33. Onder je. Zodat je erin valt als je zelf niet meer kunt vasthouden.

Hij vraagt niet het onmogelijke van je. Maar wel om te doen wat je wél kunt doen.

Van alles wat ze zei, zegt deze zin het meest over haarzelf. Want ze deed het.

Ze kon niet veel meer. Ze kon niet meer staan. Maar ze kon nog zitten en vertellen. En dat deed ze, voor haar gemeente, met een microfoon, zo ziek als ze was.

Toen Jezus kort voor Zijn dood gezalfd werd door een vrouw, en de omstanders daar iets van vonden, zei Hij: “Zij heeft gedaan wat zij kon” (Markus 14:8). Niet meer. Niet minder. Wat zij kon.

Deze vrouw deed wat zij kon. Ze gebruikte de gaven die ze nog had. En drie maanden later gaat haar getuigenis rond, en lezen mensen die haar nooit gekend hebben wat zij over God te zeggen had. Dat is wat er gebeurt als je doet wat je kunt: het gaat verder dan jijzelf.

Ze eindigde met Romeinen 8:38-39.

“Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.”

Let op waar die lijst mee begint. Niet met engelen of machten. Met de dood. Het eerste wat Paulus noemt, is precies dat waar zij naar keek toen ze het uitsprak. En het eerste wat hij erover zegt, is dat het niet genoeg is. De dood is groot. Maar niet groot genoeg om tussen haar en God in te komen.

En meteen daarna: noch leven. Want het is niet alleen het sterven dat zwaar is. Het is ook het leven met de ziekte, de maanden ervoor. Ook dat kon haar niet van Hem scheiden.

Ze zei het, en ze geloofde het. Nu hoeft ze het niet meer te geloven. Nu ziet ze het.


Dit stuk is geschreven uit dankbaarheid voor een getuigenis dat na een uitvaart door de familie werd gedeeld. Haar woorden hebben we zo trouw mogelijk weergegeven. Wij hebben er niets aan toe te voegen, behalve dit: zij heeft gedaan wat zij kon. En niets heeft haar gescheiden.

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.