Over twee nachten, een kaars die uitgaat, en de vraag of er aan het einde van de weg Iemand op je wacht.

Er zijn twee nachten die je naast elkaar moet leggen om dit deel te begrijpen.

De eerste ken je uit deel 2. Een prins staat op terwijl iedereen slaapt. Hij loopt naar de kamer waar zijn vrouw en zijn pasgeboren zoon liggen, kijkt nog één keer, en maakt ze niet wakker. Dan rijdt hij de poort uit, de nacht in. Weg van het paleis, weg van de hechting, op zoek naar een uitweg uit het lijden.

De tweede nacht speelt zich vijfhonderd jaar later af, in een olijfgaard buiten Jeruzalem. Ook daar is een man wakker terwijl zijn vrienden slapen. Ook hij ziet het lijden aankomen, scherper dan wie ook; hij zweet er bloed van. En ook hij zou kunnen vertrekken. Twaalf legioenen engelen op afroep, zegt hij zelf. De poort uit rijden was een optie. Hij blijft.

Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.

Matteüs 26:39

Twee mannen, twee nachten, dezelfde vraag: wat doe je met het lijden? De een loopt eruit weg om het op te lossen. De Ander loopt erin om het te dragen. Tussen die twee nachten ligt alles wat we vandaag willen zeggen.

Dezelfde diagnose, een andere dokter

Laten we eerst herhalen wat we in deel 2 ruiterlijk toegaven: op de diagnose valt weinig af te dingen. Alles vergaat, zei de Boeddha, en Prediker knikt. De begeerte maakt slaven van ons, zei hij, en Jakobus knikt. Leef wakker, zei hij, en Jezus zei het zijn leerlingen ook. Tot zover lopen de wegen verrassend ver samen op.

Maar twee artsen kunnen naar dezelfde röntgenfoto kijken, het volledig eens zijn over de breuk, en toch een tegengestelde behandeling voorschrijven. De vraag is niet of het leven pijn doet. De vraag is waar de pijn vandaan komt.

De Boeddha zegt: uit de hechting zelf. Het grijpen is het probleem, dus moet het grijpen doven, tot en met het grijpen naar een “ik” dat er volgens hem nooit was.

Het evangelie zegt iets anders: niet dat wij liefhebben is het probleem, maar dat onze liefde van haar Bron is losgeraakt. Zonde is in de kern geen teveel aan verlangen, maar ontwricht verlangen: dorst die zich laaft aan putten die het niet houden. Augustinus vatte het samen in één zin die zestien eeuwen heeft overleefd: onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.

Daar splitst de weg. Het boeddhisme wil de dorst doven. Het evangelie wil de dorst thuisbrengen.

De kaars die uitgaat

Wat wacht er dan aan het einde van het achtvoudige pad? Nirvana, letterlijk: uitwaaien, zoals een vlam. In deel 2 zagen we het beeld dat boeddhisten zelf gebruiken voor de wedergeboorte: een vlam die van kaars op kaars overspringt. Nirvana is het moment waarop er geen nieuwe kaars meer wordt aangestoken.

Nu willen we hier geen karikatuur van maken, dat hebben we beloofd. Boeddhisten protesteren terecht wanneer christenen nirvana afdoen als “het grote niets”; volgens hun eigen teksten ligt het voorbij al onze categorieën, en de Boeddha weigerde te zeggen of de ontwaakte na de dood bestaat of niet bestaat. Het is rust, vrede, het einde van alle pijn. Dat is geen kleinigheid, en wie ooit iemand heeft zien lijden, begrijpt de aantrekkingskracht.

Maar één ding staat vast, ook binnen het boeddhisme zelf: aan het einde van het pad wacht geen Gezicht. Geen stem die je naam kent. Er is bevrijding, maar geen omhelzing. Rust, maar geen weerzien. De remedie tegen het lijden werkt, om het scherp te zeggen, door de patiënt op te lossen.

En let dan op wat er binnen het boeddhisme zelf gebeurt, want dat is misschien wel het ontroerendste deel van dit verhaal. Het hoogste ideaal van de grootste boeddhistische stroming is de bodhisattva: iemand die op de drempel van nirvana staat en weigert naar binnen te gaan, uit compassie, om eerst alle andere wezens te helpen. Het mooiste wat deze traditie heeft voortgebracht, is een figuur die de eindbestemming uitstelt uit liefde. Alsof de liefde zelf protesteert tegen de leer.

En er is meer dat te denken geeft. In Oost-Azië groeide een van de grootste boeddhistische stromingen, het Reine Land-boeddhisme, uit het eerlijke besef dat het achtvoudige pad voor gewone mensen te zwaar is. Miljoenen boeddhisten vertrouwen daarom niet op eigen kracht, maar roepen de naam aan van Amida Boeddha, die beloofd zou hebben ieder die op hem vertrouwt binnen te brengen in zijn Reine Land. Eigen inspanning werd andermans ontferming. Je hoeft geen theoloog te zijn om te zien wat daar gebeurt: de honger naar genade is zo diep menselijk dat ze zelfs binnen het boeddhisme een eigen deur heeft gevonden.

De dorst die niet gedoofd hoeft

Zet daar nu het evangelie naast, en luister goed naar wat Jezus met de dorst doet. Hij dooft hem niet. Hij roept hem.

Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke!

Johannes 7:37

Tegen een vrouw bij een put, een vrouw met vijf gebroken huwelijken achter zich en dus een expert in putten die niet houden, zegt hij hetzelfde: wie drinkt van het water dat Ik geef, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Het verlangen is in de Bijbel geen defect dat gedoofd moet worden. Het is een wegwijzer die thuisgebracht moet worden. C.S. Lewis zei het ongeveer zo: als ik in mijzelf een verlangen vind dat niets in deze wereld kan vervullen, is de aannemelijkste verklaring dat ik voor een andere wereld gemaakt ben. Het evangelie zegt niet: je verlangt te veel. Het zegt: je verlangt te klein.

Eerlijk is eerlijk: christenen zijn dit zelf regelmatig kwijtgeraakt. Er zijn eeuwen en kringen geweest waarin wereldmijding werd gepreekt die verdacht veel op onthechting leek, alsof God de aarde die Hij zelf goed noemde alsnog wilde terugnemen. En de tegenovergestelde vergissing bespraken we in deel 2 al: de prediker die belooft dat geloof alle lijden wegneemt. De Bijbelse lijn loopt daar dwars tussendoor: heb vurig lief, hecht je, rouw als er iets te rouwen valt. Paulus verbiedt de gelovigen in Tessalonica het verdriet niet; hij zegt dat ze niet hoeven te treuren zoals mensen die geen hoop hebben. Het christendom dooft het verdriet niet. Het geeft het een horizon.

De God die zich hecht

Want nu komt het eigenlijke verschil, en het is geen leerstelling maar een gebeurtenis.

De Boeddha ontdekte dat het bestaan doortrokken is van lijden, en verliet het paleis. God wist het al, en verliet de hemel. Hij heeft zichzelf ontledigd, schrijft Paulus, de gestalte van een dienstknecht aangenomen, gehoorzaam geworden tot de dood aan een kruis. De ene prins klom uit het lijden omhoog. De andere Prins daalde erin af.

Kijk hoe dat eruitziet. Bij het graf van zijn vriend Lazarus staat Jezus te huilen, terwijl hij weet dat hij hem enkele minuten later zal opwekken. In het boeddhisme zijn tranen een teken dat je nog niet ver genoeg bent. In het evangelie zijn ze een teken dat God gekomen is.

En weet je nog wat we je in deel 2 vroegen te onthouden? Siddhartha gaf zijn zoon een naam die keten betekent, en vertrok in de nacht. Kijk dan nu naar Golgota. Daar hangt de andere Prins, op het absolute dieptepunt van het lijden, spijkers door zijn handen. Hij ziet zijn moeder staan en de leerling van wie hij hield, en wat doet hij? Hij hecht ze aan elkaar. Vrouw, zie, uw zoon. Zie, uw moeder. Stervend sticht hij nog familie. De weg van de Boeddha begon met het losmaken van een band. De weg van Christus eindigde met het knopen ervan.

En dan de derde dag. Pasen is geen uitgeblazen kaars en ook geen vlam die overspringt op een volgende kaars. Het is dezelfde man, met dezelfde littekens, die vis eet op het strand en één naam uitspreekt waardoor een huilende vrouw hem herkent: Maria. Persoonlijk, lichamelijk, herkenbaar. Wie de opstanding schrapt, houdt inderdaad weinig meer over dan een wijsheidsleraar tussen andere wijsheidsleraren. Maar het evangelie staat of valt juist hier: het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet gegrepen. Nirvana betekent uitwaaien. Pasen betekent: de kaars die de dood heeft uitgeblazen, brandt weer. En gaat nooit meer uit.

Twee sterfbedden, twee laatste zinnen

Volgens de overlevering waren de laatste woorden van de Boeddha: vergankelijk is alles wat ontstaan is; werk met toewijding aan je bevrijding. De laatste woorden van Jezus aan het kruis waren: het is volbracht. De ene weg geeft je huiswerk mee. De andere een voldongen feit. Dat is, in twee zinnen, het verschil tussen het achtvoudige pad en genade.


Het gesprek bij de koffieautomaat

Goed. Maandagochtend. Je collega vertelt dat ze elke dag mediteert, er hangt een Boeddhabeeldje aan haar tas, en jij hebt dit tweeluik gelezen. Wat nu?

Begin niet met waarschuwen. Begin met vragen. Wat zoek je erin, wat geeft het je? Grote kans dat het antwoord niets met wedergeboorte of nirvana te maken heeft, maar alles met rust, met een hoofd dat te vol zit, of met een kerk die ooit te hard was. De meeste westerse boeddhisten zijn geen filosofen; het zijn vluchtelingen. Wie eerst luistert, hoort waar iemand vandaan komt, en dat is belangrijker dan waar het beeldje vandaan komt.

Beaam vervolgens rustig wat te beamen valt. Dat het leven schuurt, dat de reclamewereld onze dorst uitbuit, dat wakker leven beter is dan verdoofd leven. Je bent misschien de eerste christen die ze tegenkomen die niet in de kramp schiet, en dat opent meer deuren dan een weerwoord.

En stel dan, ergens onderweg, de ene vraag die dit tweeluik heeft opgebouwd: geldt het loslaten ook voor mensen? Wil je een vrede waarin niemand meer op je wacht? Je hoeft het antwoord niet af te dwingen. De vraag doet het werk, want elke liefhebbende mens voelt hem schuren.

Vertel daarna gerust het verhaal van de twee prinsen, of van de twee nachten. Verhalen passen bij een koffieautomaat; syllogismen niet. En maak van je collega geen project. Vriendschap is geen middel tot een doel, en bekeren is niet jouw werk. Zaaien wel.

Blijven er praktische vragen over, zoals of een christen kan mediteren en wat je met ademhalingsoefeningen aan moet? Die bewaren we bewust voor de aflevering over mindfulness, verderop in deze serie. Voor nu alleen dit: niet elke stilte is boeddhistisch, en niet elke techniek is neutraal. Beide helften van die zin zijn waar, en ze verdienen een eigen artikel.

Mediteer je zelf, of merk je dat het boeddhisme je trekt? Voel je dan niet weggezet door dit stuk. De stilte die je zoekt, is een echte honger, en misschien wel een die je in een kerkbank nooit gestild kreeg. Die honger is geen verraad; hij is een wegwijzer. Neem hem serieus, neem hem mee in gebed, en praat erover met mensen die je kennen. En lees straks mee met de aflevering over meditatie, want de christelijke traditie heeft op dit punt meer in huis dan ze zelf vaak weet.

Onder dezelfde hemel verder

De volgende keer dat je hem ziet staan in het tuincentrum, tussen de vijverfolie en de barbecues, gun hem dan een eerlijke gedachte: deze man zag het lijden scherper dan de meesten van ons. En gun jezelf daarna de vraag die hij zelf openliet: wat als het antwoord op het lijden geen techniek is, maar een Naam?

In deel 4 reizen we verder oostwaarts, naar de oudste levende religie van de wereld. Een land met een miljoen goden, een rivier die zonden zou afwassen, en één groot verlangen dat ons bekender zal voorkomen dan we denken.

En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

Openbaring 21:4

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.