Luister naar dit artikel:
0:00
0:00

Over een taartdiagram in drie stukken, veertig miljoen mensen per jaar, en de vraag waarom onze agenda daar zo weinig van merkt.

Het kwam langs tussen een verhuisbericht en een aanbieding voor tuinmeubels. Een rondje in drie kleuren, drie stukken van bijna precies gelijke grootte, met daarboven in een geel vlak: de wereld in drie groepen. Ik heb er 2 seconden naar gekeken en ben toen doorgescrold.

Twee dagen later kwam het opnieuw voorbij. En toen zag ik het: drie stukken. Eén daarvan zijn wij.

Wat er in dat rondje staat

De cijfers komen uit de Ranglijst Onbereikten, die zendingsorganisatie GlobalRize dit voorjaar voor de zesde keer uitbracht. Van de ruim acht miljard mensen op aarde is ongeveer 31 procent christen. Nog eens 35 procent is dat niet, maar woont wel tussen christenen in. Zij komen gelovigen tegen op hun werk, in hun straat, op school. Of ze daar iets mee doen is een tweede, maar de mogelijkheid ligt er.

En dan is er de derde groep. Ongeveer 34 procent, zo’n 2,8 miljard mensen, woont in gemeenschappen waar vrijwel geen christenen zijn. Geen kerk in het dorp, geen collega die er iets over zegt, geen oma die vroeger voorging in gebed. Zij kunnen het evangelie alleen horen als ze toevallig een van de weinigen tegenkomen, of als iemand naar hen toe gaat.

Bijna één op de drie mensen op aarde heeft die kans nooit gehad. Niet afgewezen. Niet overwogen en te licht bevonden. Gewoon nooit gehad.

De wereld in drie groepen (Ranglijst Onbereikten 2026)

Het getal onder het getal

Het taartdiagram is indrukwekkend, maar er staat in het rapport zelf een zin die harder aankomt dan het plaatje.

De wereldbevolking groeit elk jaar met ongeveer zeventig miljoen mensen. Van hen worden er, door alles wat kerken en zendingsorganisaties bij elkaar doen, ongeveer dertig miljoen bereikt met het evangelie. Veertig miljoen niet.

Lees dat nog een keer. Het gat wordt niet kleiner. Het wordt elk jaar veertig miljoen mensen groter. In de negentien landen op de ranglijst kwamen er in vijf jaar tijd tweehonderd miljoen onbereikten bij. India spant de kroon: bijna 1,3 miljard mensen die geen christen in hun omgeving hebben, meer dan in de achttien andere landen van de lijst bij elkaar. Honderdduizenden dorpen zonder kerk.

Er zijn ook lichtpunten, en die verdienen het om genoemd te worden. In Nigeria groeit de kerk sneller dan de islam, uitgerekend in een land waar christenen zwaar vervolgd worden. In Thailand worden er met enige regelmaat doopdiensten gehouden waar duizenden mensen met een boeddhistische achtergrond tegelijk gedoopt worden. God werkt. Zichtbaar zelfs.

Maar de rekensom blijft staan. Wij lopen achter op de demografie.

Waarom cijfers over zielen altijd iets liegen

Nu moet ik iets eerlijks zeggen, want anders wordt dit stuk een spreadsheet met een gebed eraan vastgeniet.

“Onbereikt” is een categorie, geen oordeel. Het is een grens die onderzoekers hebben getrokken: minder dan een bepaald percentage christenen in een volk of land. GlobalRize is daar zelf opvallend open over. Op hun eigen site staat dat het werkelijke aantal gelovigen hoger kan liggen, dat er hoogstwaarschijnlijk huiskerken bestaan waar niemand iets van weet, dat sommige mensen in het geheim geloven, en dat er in India kerkplantingsbewegingen zijn met vermoedelijk miljoenen leden die in geen enkele statistiek voorkomen.

Dat is geen relativering. Dat is zorgvuldigheid, en ik waardeer het dat een zendingsorganisatie de zwakte van haar eigen cijfers publiceert in plaats van ze op te blazen tot een noodkreet.

Het betekent wel dat we voorzichtig moeten zijn met wat we uit zo’n taartdiagram concluderen. Een percentage is geen oordeel over iemands eeuwigheid. Wij weten niet wat God doet in een dorp waar niemand van ons ooit is geweest. De Geest waait waarheen Hij wil, en Hij vraagt onze database niet om toestemming.

Maar dat argument snijdt twee kanten op. Want als je het gebruikt om het gat weg te redeneren, om achterover te leunen met de gedachte dat het allemaal wel goed komt met die 2,8 miljard, dan gebruik je Gods verborgen werk als excuus om jouw zichtbare werk niet te doen. Onbereikt is geen uitspraak over hun hart. Het is een constatering over onze route.

Waar onze energie naartoe gaat

Als ik terugkijk op wat er het afgelopen jaar in kerkelijk Nederland aan energie is verstookt, dan gaat het overgrote deel daarvan over onszelf. Over de vraag wie er te vrij is en wie te streng. Over de toon van de aanbidding en de lengte van de preek. Over conflicten. Over wie er wel en niet bij hoort.

Ik schrijf dit niet met een vinger, want deze site is precies daaruit ontstaan. Wij kennen die dossiers van binnenuit. Sommige van die conflicten gaan over dingen die er echt toe doen, en het is niet vroom om onrecht weg te wuiven met het argument dat er elders grotere problemen zijn. Dat is geen zending, dat is ontwijking. Maar er is wel iets scheefs aan de verhouding.

Wij hebben afgelopen jaar meer woorden gewijd aan de vraag of een gemeente de goede kant op beweegt dan aan de vraag of er iemand buiten die gemeente iets van ons merkt. Wij hebben meer avonden besteed aan het herstellen van onze eigen breuken dan aan de mensen die nooit gehoord hebben dat er iets te herstellen valt. Onze kerkelijke ruzies hebben een merkwaardige eigenschap: ze vullen de hele kamer. Er past niets anders meer bij.

Er zit een oude waarschuwing in dat patroon. Een lichaam dat alleen nog naar zichzelf kijkt, heet niet gezond. Het heet ziek.

Het derde stuk zit naast je

Nog even terug naar dat taartdiagram, want er is iets aan die middelste groep dat we makkelijk overslaan.

Nederland zit daarin. Ongeveer 30 procent van ons land wordt als christen geteld, wat betekent dat wij statistisch gezien een bereikt volk zijn. Voor de meesten van ons voelt dat niet zo. Wij zien lege kerken en gesloten gebouwen en kinderen die niet meer terugkomen. Maar op de wereldkaart zijn wij het rijke deel, en dan bedoel ik niet ons inkomen.

Wat betekent dat concreet? Dat de buurvrouw die niet gelooft in de statistiek als bereikt geldt. Er is een kerk in haar dorp. Er woont een christen twee huizen verderop. De mogelijkheid ligt er.

Die christen ben jij.

Zending begint niet bij een vliegticket. Het begint bij de vaststelling dat jij voor iemand de enige bent. Niet in de zin van: als jij het niet doet gaat het mis, want zo werkt God niet en die last hoef je niet te dragen. Wel in de zin van: er is iemand voor wie jouw huis het dichtstbijzijnde huis is waar de naam van Jezus nog voorkomt.

Wat de Bijbel ermee doet

Paulus stelt in zijn brief aan de Romeinen een reeks vragen die zo simpel zijn dat ze bijna kinderlijk klinken. Hoe kan iemand aanroepen wie hij niet gelooft. Hoe kan hij geloven in wie hij nooit gehoord heeft. Hoe kan hij horen zonder iemand die het vertelt. Hoe kan iemand het vertellen als hij niet gestuurd is.

Er is geen ontsnapping in die keten. Er zit geen stap in die zichzelf overslaat.

En toch is de eerste opdracht die Jezus zelf geeft niet: ga. In Mattheüs 9 ziet Hij de menigte en Hij wordt tot in zijn ingewanden bewogen, staat er, omdat ze uitgeput zijn en verstrooid als schapen zonder herder. De oogst is groot, zegt Hij, maar er zijn te weinig arbeiders.

En dan komt het bevel. Niet: ga dus. Maar: bid dus tot de Heer van de oogst dat Hij arbeiders uitzendt.

Dat is een merkwaardige volgorde en ik denk dat hij bewust zo is. Want als het gaat om veertig miljoen mensen per jaar, dan is de enige eerlijke reactie op zo’n getal paniek of onverschilligheid. Beide zijn slecht. Het gebed staat ertussen. Het geeft de last terug aan Degene van wie de oogst is, en het maakt je tegelijk beschikbaar, want wie bidt om arbeiders krijgt vroeg of laat de vraag of hij zelf iets doet.

En er is nog een tekst die alles op zijn plaats zet. Johannes ziet in zijn visioen een menigte die niemand tellen kan, uit alle volken en stammen en talen. Dat is geen doelstelling. Dat is een gegeven. Het is al gezien.

Wij verliezen deze wedstrijd niet. Dat haalt de paniek eruit. Het haalt de roeping er niet uit.

Wat je maandag kunt doen

Ik heb een hekel aan lijstjes aan het eind van een stuk, want ze geven de lezer iets te doen zodat hij niet hoeft te veranderen. Toch schrijf ik er nu een, omdat dit onderwerp anders blijft hangen als een sfeer.

Vier dingen die klein genoeg zijn om echt te doen

En dan nog dit. Een blog is geen kerk en een taartdiagram is geen zending. Alles wat hierboven staat wordt pas iets in een gemeente, tussen mensen die elkaar kennen, die elkaar uitzenden en vasthouden en terugroepen als het misgaat. Als deze site je aan het denken zet en je plaatselijke gemeente merkt daar niets van, dan heb ik je alleen maar beziggehouden. Ga terug naar de mensen met wie je zondag in dezelfde ruimte zit. Leg het daar neer. Ook als het er ingewikkeld is. Ook als jullie nog midden in iets zitten wat pijn doet.

Er zijn 2,8 miljard mensen die nooit iemand zijn tegengekomen. Wij hebben elkaar. Dat is een luxe waar wij te weinig bij stilstaan, en die te kostbaar is om helemaal op te maken aan onszelf.

En hoe zullen zij in Hem geloven van wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt? Romeinen 10:14

Blijf op de hoogte 📖
Nieuwe blogs direct in je inbox.

Meld je aan en ontvang iedere zaterdagmorgen een e-mail met een overzicht van de nieuwe blogs op Woord & Geest.

We sturen alleen een mail bij een nieuw artikel. Geen spam. Lees ons privacybeleid voor meer info.