In deel 1 schreven we over een kind op komst, en over de vragen die je als christen eerlijk mag stellen over huwelijk, ouderschap en draagmoederschap. We eindigden met een waarschuwing: het gaat mis wanneer overtuiging omslaat in minachting. Daar gaat dit tweede deel over. Want minachting groeit, en harder dan we dachten.
De cijfers
Eind september verscheen het grote vierjaarlijkse HBSC-onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut naar het welzijn van jongeren. Eén uitkomst sloeg in als een bom. In 2021 stond nog 40 procent van de jongens op de middelbare school positief tegenover homoseksualiteit. In 2025 was dat 22 procent. Bij meisjes ging het van 78 naar 51 procent. Het aandeel scholieren dat denkt dat een homoseksuele klasgenoot daar op school open over kan zijn, zakte van 60 naar 45 procent.
Bij volwassenen is het beeld rustiger. Volgens de landelijke lhbtiqa+-monitor van dit najaar is de acceptatie van homoseksuele en lesbische personen de afgelopen twee jaar niet verder gegroeid, maar ook niet ingestort. De verschuiving zit vooral bij tieners.
Even voor de duidelijkheid: een positieve houding in een vragenlijst is niet hetzelfde als instemming met elk standpunt. Een christelijke scholier die de klassieke kijk op het huwelijk deelt, kan heel goed positief staan tegenover zijn homoseksuele klasgenoot als mens. Maar laten we eerlijk zijn: niemand denkt dat Nederlandse pubers in vier jaar tijd massaal Romeinen 1 zijn gaan bestuderen. Er is iets anders aan de hand.
Het makkelijke antwoord
In veel christelijke kringen ligt de verklaring klaar: het komt door de moslims. De islam wijst homoseksualiteit af, er wonen steeds meer moslims in Nederland, dus daar zit het probleem.
Dat is niet uit de lucht gegrepen. Onderzoek laat zien dat religie samenhangt met de houding tegenover homoseksualiteit, en dat islamitische jongeren gemiddeld conservatiever denken dan christelijke en niet-religieuze jongeren. In een grote studie van de Universiteit van Amsterdam onder ruim 31.000 jongeren viel 86 procent van de islamitische jongeren aan de conservatieve kant van de schaal, tegenover 69 procent van de christelijke en 48 procent van de niet-religieuze jongeren. In het HBSC-onderzoek is 40 procent van de jongeren zonder migratieachtergrond positief, tegenover 31 procent van de jongeren met een migratieachtergrond. Die verschillen zijn echt, en het is niet eerlijk om ze weg te poetsen omdat ze ongemakkelijk zijn.
Maar onderzoek alles (1 Tessalonicenzen 5:21) geldt ook voor wat we graag willen geloven. En dan passen drie dingen niet in het makkelijke antwoord.
De daling zit overal. De hoofdonderzoeker zegt het zonder omwegen: de terugval is zichtbaar bij jongeren met en zonder migratieachtergrond, op alle schoolniveaus, in arme en rijke gezinnen.
Het verschil tussen groepen is kleiner dan de daling zelf. Tussen jongeren met en zonder migratieachtergrond zit ongeveer negen procentpunt. De daling in vier jaar is bij jongens achttien punten en bij meisjes zevenentwintig. Een verschil van negen punten kan geen val van zevenentwintig verklaren.
Het aantal moslims is niet ineens geëxplodeerd. Volgens het CBS ligt het aandeel moslims in Nederland al jaren stabiel rond de vijf procent. In vier jaar tijd is er geen nieuwe generatie bijgekomen die het hele beeld kan omgooien.
Religie, ook de islam, verklaart dus een deel van de verschillen tussen groepen. Maar het verklaart niet waarom bij álle groepen de houding zo snel kantelde. En wie goed luistert, hoort dat ook het kabinet in het debat naast de islam nadrukkelijk orthodoxe stromingen binnen het christendom noemde. Wij staan zelf ook in het plaatje.
Wat er dan wel verschoof
De onderzoekers wijzen vooral naar het klimaat. De afgelopen jaren werd seksuele diversiteit door prominente figuren, ook politici, vaker ter discussie gesteld. Jongeren zien op TikTok en Instagram steeds meer berichten die negatief zijn over seksuele en genderdiversiteit. En dan is er de zogenoemde manosphere: influencers die mannelijkheid verkopen als dominantie, vrouwen als bezit, en homoseksuele mannen als zwak of lachwekkend.
De onderzoekers zijn voorzichtig. Een oorzakelijk verband is nog niet bewezen. Wel staat vast dat jongeren de afgelopen jaren veel vaker aan zulke boodschappen werden blootgesteld, en dat hun houding in diezelfde periode kantelde.
Dan het ongemakkelijke deel. Een van de voorbeelden die de onderzoekers noemen, is de ophef rond Lentekriebels, het voorlichtingsprogramma voor basisscholen. Een conservatieve christelijke stichting bracht dat programma via desinformatie in verband met pedofilie. De rechter dwong uiteindelijk een rectificatie af, maar toen had de helft van de basisscholen al te maken gehad met weerstand van ouders.
Je mag als ouder bezwaren hebben tegen de inhoud van seksuele voorlichting. Ouders zijn de eersten die hun kinderen onderwijzen (Deuteronomium 6:7), en het is goed dat zij meekijken. Maar de waarheid wordt nooit gediend met onwaarheid. Gij zult geen valse getuigenis spreken (Exodus 20:16) is nog steeds een gebod, ook als de zaak waarvoor je strijdt je goed lijkt.
Overtuiging is geen minachting
Hier zit de kern van dit tweeluik. Er is een wereld van verschil tussen een overtuiging en minachting.
Een overtuiging zegt: ik geloof dat God het huwelijk bedoeld heeft voor een man en een vrouw, en als je wilt weten waarom, leg ik het je graag uit. Minachting zegt: jij bent minder, jij bent een grap, jij bent een bedreiging.
Het eerste kan Bijbels zijn. Het tweede nooit. Jakobus schrijft dat we met dezelfde tong God loven en mensen vervloeken die naar Gods beeld gemaakt zijn, en dat dat niet zo hoort (Jakobus 3:9-10).
Laten we eerlijk zijn over waar veel jongens hun beeld van homoseksualiteit vandaag vandaan halen. Niet uit de Bergrede, maar uit filmpjes van mannen die in gehuurde sportwagens poseren. Andrew Tate is geen kerkvader. Als onze jongens hun houding tegenover een homoseksuele klasgenoot van de manosphere leren, leren ze geen Bijbelgetrouwheid. Ze leren minachting, met hooguit een christelijk stickertje erop.
Kijk naar Jezus in Johannes 8. Een vrouw wordt voor Hem neergezet, betrapt, en de mannen hebben de stenen al in hun handen. Jezus bagatelliseert de zonde niet. Hij zegt tegen haar: ga heen en zondig niet meer. Maar dat zegt Hij pas aan het eind. Eerst richt Hij zich tot de mannen: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. De volgorde doet ertoe. Eerst gaan de stenen neer. Dan pas komt het gesprek.
De jongen achter in de klas
In elke klas zit een jongen of een meisje die zich iets afvraagt over zichzelf. Ook in onze jeugdgroepen. Wat horen zij als wij praten? Horen ze een gemeente die de Bijbel serieus neemt en tegelijk de veiligste plek is om het moeilijkste te zeggen? Of horen ze de grappen die achter in de bus worden gemaakt, en waar niemand iets van zegt?
Een christelijke gemeente hoort de plek te zijn waar een kind het moeilijkste kan zeggen zonder uitgelachen te worden. Dat is niet hetzelfde als alles goedkeuren. Het is hetzelfde als het lichaam van Christus zijn. Jezus at met mensen die door iedereen werden afgeschreven, en de vromen ergerden zich eraan (Lucas 15:1-2). Als niemand zich ooit aan ons ergert omdat we te dicht bij de verkeerde mensen staan, is dat misschien geen compliment.
En de buurman met een gebedskleed?
Nog één ding. Wie moslims gebruikt als verklaring voor alles wat er misgaat, verliest iets. Niet alleen het zicht op de feiten, zoals we hierboven zagen, maar ook het zicht op mensen. Moslims zijn onze buren, collega’s en klasgenoten van onze kinderen. Ze zijn mensen voor wie Christus gestorven is, en mensen met wie we het evangelie willen delen. Je kunt niet getuigen tegenover iemand die je tegelijk als zondebok gebruikt.
Wie het ene minderheidsgroepje als stok gebruikt om het andere te slaan, beschermt uiteindelijk niemand.
Wat je kunt doen
Dit is geen probleem dat alleen scholen en politici kunnen oplossen. Een paar dingen liggen gewoon binnen handbereik.
- Vraag je kinderen wat ze online zien. Niet als verhoor, maar uit nieuwsgierigheid. Kijk een keer mee met wat er op hun For You-pagina voorbijkomt.
- Corrigeer de grap. Ook in de jeugdgroep, ook als het lacherig blijft. Zwijgen leert ook iets.
- Weet wat je gelooft, en zeg het vriendelijk. Petrus vraagt ons verantwoording af te leggen van de hoop die in ons is, met zachtmoedigheid en eerbied (1 Petrus 3:15-16). Allebei, niet een van de twee.
- Toets voordat je deelt. Een bericht dat precies bevestigt wat je al dacht, verdient extra wantrouwen.
- Bid. Voor de jongen achter in de klas. Voor zijn ouders. En ook voor wie anders leeft dan jij.
Tot slot
In deel 1 begonnen we bij een kind dat in het voorjaar geboren zal worden. Dat kind groeit op in een land waar jongeren in hoog tempo harder zijn gaan denken over mensen zoals zijn vaders. Wat zou het mooi zijn als christenen in dat land bekendstaan om twee dingen tegelijk: dat ze weten wat ze geloven, en dat je bij hen veilig bent.
Paulus noemt dat de waarheid spreken in liefde (Efeziërs 4:15). Niet de waarheid ten koste van de liefde. Niet de liefde ten koste van de waarheid.
De steen ligt in onze hand. We kunnen hem neerleggen zonder het Woord los te laten.
Bronnen
- Universiteit Utrecht en Trimbos-instituut, HBSC 2025: Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland (september 2026)
- NOS, Nederlandse jongeren zijn veel negatiever gaan denken over homoseksualiteit (20 september 2026)
- Movisie, Panteia en Ipsos I&O, Lhbtiqa+ monitor 2026 (oktober 2026)
- Universiteit van Amsterdam, De lhbtiq+-opvattingen van jongeren, en de kabinetsreactie daarop
- CBS, cijfers over religieuze betrokkenheid in Nederland